Meesters over hun lot

In het collectieve geheugen staan de Britse Falklandeilanden te boek als koud, somber en armoedig. Maar twintig jaar na de bloedige oorlog tussen Groot-Brittannië en Argentinië over de eilanden blijken de Falklands buitengewoon welvarend te zijn. De jonge generatie Falklanders is klaar voor de onafhankelijkheid van de eilanden.

Trots laat Simon Hardcastle zijn fonkelnieuwe koelcellen zien, de ijsmachine en de roestvrijstalen tafels waar straks oesters worden gesorteerd en krabbenscharen met hogedrukspuiten van hun witte vlees worden ontdaan. Falkland Fresh, een joint venture met een Spaans bedrijf, is niet zomaar een visverwerkertje. Hardcastle's schaaldieren, bijna oogstrijp op hun percelen aan de westkust, moeten vanuit de zuidelijke Atlantische Oceaan hun weg vinden naar Harrods in Londen en andere luxe warenhuizen, voorzien van het nieuwe kwaliteitslabel Falkland's Finest. Dat komt ook te staan op andere producten waarmee de Britse buitenpost een troefkaart in handen denkt te hebben, zoals biologisch lamsvlees en kasjmierwol.

Tien jaar geleden zag Hardcastle zijn zalmkwekerij mislukken, omdat hij wel op kwaliteit kon concurreren met Europese kwekers, maar niet de hoge transportkosten kon opbrengen. Dit keer heeft hij de goede formule (en winstmarge) gevonden, zegt hij, uitkijkend over de baai, waar het water onder de langsschuivende wolken voortdurend wisselt tussen donkerblauw en turquoise. Bundels zonlicht vangen een oude klipper die in de verte ligt te roesten, gestrand op een reis rond Kaap Hoorn. ,,Europa is ver weg, maar mentaal is het tegenwoordig vlakbij'', zegt Hardcastle.

De Falkland Islands zijn kleiner dan Wales en er wonen minder mensen dan op Ameland. Maar in de Britse nationale psyche nemen ze sinds de bloedige oorlog van 1982 de ruimte in van een continent. De Falklands uit het collectieve geheugen zijn kaal en winderig, bewoond door pinguïns en noodlijdende schapenboeren, een paar onooglijke stukken turf bij de zuidpunt van Zuid-Amerika, op een dag vliegen van Londen.

Maar twintig jaar nadat een Britse strijdmacht een eind maakte aan een Argentijnse bezetting, zijn de eilanden ongemerkt het meest welvarende, energieke en optimistische stukje van het Britse rijk geworden. De strijd die ze op de kaart zette, is er verleden tijd. ,,Een paar jaar geleden keek iedereen nog terug, naar de oorlog en ons oude bestaan'', zegt Tony Chater, boer en fotograaf. ,,Nu kijkt iedereen vooruit.''

De 2.400 Falklanders verdienen gemiddeld eenderde meer dan in het moederland. Er is geen werkloosheid en nauwelijks misdaad. Schoolprestaties liggen hoger. De regering, verantwoordelijk voor alle interne zaken met uitzondering van defensie, heeft geen schulden. Integendeel, de pensioenkas is vol, gezondheidszorg is gratis en er is zoveel geld over, dat de overheid buitenlandse reizen en universitaire studies overzee betaalt. De bevolking groeit als nooit tevoren en zou nog harder mogen groeien om aan de vraag naar personeel te voldoen. En nu economische zelfstandigheid een feit is, wordt openlijk over politieke autonomie gepraat.

Volgens Stuart Wallace, een zakenman die fortuin maakte in de visserij en van oorsprong een Schot, kunnen de Falklands ,,het IJsland van het zuiden'' worden. Met een goed opgeleide, welvarende bevolking. En zonder de ,,koloniale verhouding met het moederland''. ,,Ik ben voor nog meer onafhankelijkheid en die kant gaat het zeker op'', zegt Wallace.

Wie de archipel tien jaar geleden bezocht kon zich nog in een oudere, onmetelijk vriendelijker variant van het Britse rijk wanen. Brits zijn de eilanden nog steeds, van de rode telefooncellen en het links rijden tot de cheese and onion-chips voor bij je lauwe pint. En vriendelijk zijn de Falklanders ook. Nog steeds doet niemand zijn deur op slot. Je hoeft niet bang te zijn dat je kind wordt ontvoerd. Ouderen roepen er nog grutjes als ze fuck bedoelen. En de vrouw die op de radio het verzoekplatenprogramma presenteert zegt tegen haar luisteraars dat ze echt alles mogen vragen, zolang het maar niet al te rude wordt. Wat betekent dat Elvis er nog net mee door kan.

Inktvis

Buiten Stanley, de hoofdstad, ligt het boomloze, golvende landschap van gras en graniet er nog bijna zo bij als toen Darwin er in 1834 met zijn Beagle voor anker ging om op de ,,miserable'' eilanden een steekproef te nemen van flora, fauna en een bevolking van gauchos en gevluchte gevangenisboeven.

Maar Stanley zelf is veranderd in een boom town. The Upland Goose is al lang het enige hotel niet meer. Er is een hippe bakker, arts and crafts-winkels, een kunstgalerie, drie souvenirwinkels, een videotheek, een bezoekerscentrum en een heuse brasserie. Twee taxibedrijven – één met gele busjes en één met witte – rijden af en aan. Het wachten is op het eerste stoplicht en een nachtclub.

Aan excentrieke figuren nog steeds geen gebrek, zoals vaker op eilanden, maar stropdas en aktetas rukken ook hier onstuitbaar op. De stad heeft een nieuwe school met een zwembad. Er zijn een nieuw ziekenhuis en nieuwe kantoorgebouwen. Golfplaat en geteerde planken maken overal plaats voor dubbel glas, hardhout en stoeigazon. Nergens ter wereld rijden zoveel fonkelnieuwe Land Rovers. Er is televisie via de satelliet. Iedereen heeft internet, ook op de meest afgelegen plekken. En daar kun je nu ook komen over verharde weg, waarvan sinds de oorlog meer dan vijfhonderd kilometer is aangelegd.

Die economische versnelling is te danken aan de inktvis. Twee soorten squid zwemmen er in reusachtige hoeveelheden in de 200-mijlszone rond de eilanden, bleek eind jaren '80. De ene soort, loligo, vindt in ringetjes gesneden zijn weg naar mediterrane en West-Europese borden als calamares. De andere, illex, is niet aan te slepen voor de Aziatische markt. Het verkopen van visvergunningen aan Spaanse, Koreaanse, Japanse en Taiwanese schepen levert de eilanden sinds 1987 per jaar een kleine dertig miljoen pond (bijna 50 miljoen euro) op, ofwel zestig procent van de totale begroting.

Dat maakte in één klap een einde aan de monocultuur van wol en schapen, waarop de eilanden voor de oorlog dreven – of liever: langzaam wegzonken door de lage wolprijs op de wereldmarkt. Met het nieuwe geld halen de eilanden hun achterstand versneld in. En het injecteerde nieuwe ondernemerszin. Eén op de vijf Falklanders runt nu zijn eigen bedrijf. Zo heeft Simon Hardcastle gezelschap van een paprikakweker, een paardrijschool, een kunstschilder en een internetcafé. Plus wel tien natuurgidsen, die de albatrossen, zeeleeuwen en koningspinguïns laten zien aan de aanzwellende stroom ecotoeristen en de 30.000 passagiers van de cruiseschepen die er in de australe zomer aan land gaan.

Deze week is het precies twintig jaar geleden dat Argentinië de eilanden bezette waarop het sinds 1816 recht zegt te hebben. Dat was dom. ,,Ik geloof dat de bewoners op een dag bereid zijn de Argentijnse soevereiniteit te kiezen'', schreef Lord Chalfont, de Britse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken al in 1968 in een geheim memorandum over de zieltogende kolonie, waar jongeren niet wisten hoe snel ze weg moesten komen. ,,Wij moeten de eilanders de voordelen laten zien van een nauwere associatie met Argentinië.''

Sindsdien liet Londen de archipel stilletjes afdrijven naar Buenos Aires. In 1982 runde Argentinië er de vliegverbindingen, een deel van de gezondheidszorg en het onderwijs, en was het begonnen een gasnet aan te leggen. Als juntaleider Galtieri nog even had gewacht, had hij zijn Malvinas, zoals de eilanden in Argentinië heten, gewoon cadeau gekregen.

Het liep anders. De bezetting was bedoeld om zijn door economisch wanbeheer geschonden imago op te krikken. Hij gokte dat de Britten toch niet zouden terugvechten. Het werd zijn ondergang. Want de Britse premier Thatcher, die thuis ook een economische crisis doormaakte, wikkelde zich in de Union Jack en stuurde in een laatste eruptie van imperiale macht de Royal Navy, de para's, de SAS en de ghurka's met hun Nepalese kapmessen naar de eilanden die anders stilletjes vergeten zouden zijn.

Na ruim twee maanden improviseren en aan beide kanten in totaal bijna duizend doden gaven de Argentijnen zich over. De Iron Lady zou nog acht jaar regeren. Galtieri ging de cel in en zijn land werd een democratie. En voor de eilanders was ,,de oorlog het beste wat ons kon overkomen'', zeggen ze nu openlijk. Ze kregen eerst aandacht en daarna ontwikkelingshulp, vergaande zelfstandigheid en vooral het zelfvertrouwen om hun toekomst in eigen hand te nemen.

Optimisme

,,De afgelopen jaren zijn emotioneel geweest''zegt Phyll Rendell, een ex-lerares die nu het ministerie van Delfstoffen beheert. ,,We hebben eindelijk ontdekt dat we ons leven zelf kunnen veranderen.'' En Richard Baker, directeur van de Falkland Island Development Corporation (FIDC), een ontwikkelingsbureau van de overheid, zegt: ,,We werden meester over ons eigen lot.''

Dat staat ondanks alle optimisme nog niet vast. Zo is er geen garantie dat het inktvisgeld blijft stromen. Weliswaar is het huidige visserijbeleid, waarbij het aantal vangstvergunningen steeds wordt afgestemd op de hoeveelheid beschikbare `biomassa', streng genoeg gebleken. Maar de Falklanders hebben geen invloed op een warmer klimaat of veranderende zeestromen, die een eind kunnen maken aan de inktvissentrek. Als je wilt, kun je de slechte voortekenen zien. De Falklands liggen recht onder een steeds gapender gat in de ozonlaag; wie geen zonnebrandcrème smeert, verbrandt levend. En vorige maand brak op Antarctica een ijsschots af van 3.200 vierkante kilometer, zeg maar Zuid-Holland, wat is toegeschreven aan de opwarming van de aarde.

Politiek zijn er evenmin harde garanties. Niet dat een nieuwe invasie aanstaande lijkt. Argentinië heeft geen junta meer en met de huidige crisis heeft het wel iets anders aan zijn hoofd. Bovendien zijn de eilanden oneindig veel beter verdedigd dan in 1982, nu er een permanent garnizoen van 2.000 man met straaljagers is gelegerd op de nieuwgebouwde basis Mount Pleasant, vijftig kilometer van Stanley.

Maar Argentinië heeft zijn aanspraken op de Malvinas niet uit de grondwet geschrapt. En gezien de situatie vóór 1982 weten de Falklands niet zeker hoe ver de loyaliteit van Londen op termijn strekt. Ook hier kun je het in de verte horen rommelen. Zo volgen de Falklanders met stijgende onrust de onderhandelingen tussen de Britse en Spaanse regering over de toekomst van die andere kolonie, Gibraltar. Die lijken uit te monden in een concessie aan Spanje, dat de soevereiniteit over The Rock zou gaan delen, geheel tegen de zin van de bewoners, die Brits willen blijven.

,,Londen heeft de Gibraltarezen het recht van zelfbeschikking gegeven, maar zet ze nu toch voor het blok. Dat kan niet'', zegt Mike Summers, lid van het zelfbestuur op de Falklands, dat zich in een boze open brief solidair heeft verklaard met Gibraltar. ,,Wij zijn bang dat het een precedent schept. Het zou funest zijn als Argentinië hieruit de conclusie trekt dat het net als Spanje zijn zin kan krijgen door lang genoeg te zeuren.''

Op lange termijn zijn er volgens Summers daarom maar twee echte oplossingen voor de status van de Falklands, die nu unfinished business is. ,,Óf Argentinië wordt echt volwassen en erkent ons recht op zelfbeschikking, óf we worden een zelfstandige staat, onafhankelijk van het Verenigd Koninkrijk.'' Voor oudere Falklanders zijn zulke gedachten nog taboe. ,,Ze durven niet verder te kijken dan onze status als Brits overzees gebiedsdeel'', zegt Phyllis Rendell. ,,Maar de jongere generatie is er klaar voor. Mijn wortels liggen in Engeland, maar ik voel me eerst Falklander en dan pas Brits.''

Losse trossen

Op de eilanden is het rijk formeel vertegenwoordigd door gouverneur Donald Lamont, die bij ceremonies nog steeds aantreedt in zijn koloniale uniform met goudgalons, sabel en steek. ,,Hij zorgt ervoor dat we niet al te veel afdwalen'', zegt een hoge functionaris met een dun lachje. De council van de eilanden, het `parlement', heeft wel kortgeleden een kleine, maar symbolische coup gepleegd, door de gouverneur het voorzitterschap te laten opgeven van de maandelijkse vergaderingen. Het heeft nu een Falklander als Speaker.

Toch is autonomie voorlopig een verre droom. Er ontbreekt nog politiek draagvlak in Westminster, al zegt een enkele linkse parlementariër dat het tijd wordt ,,de tros los te gooien''. En praktisch zijn er ook bezwaren. Economisch zijn de Falklands nu zelfvoorzienend, maar de Britse regering blijft de defensie betalen, zeker honderd miljoen pond per jaar. Gesteld al dat ze de eilanden zou willen laten schieten, dan nog is er geen inktvis genoeg in de zee om de defensiekosten te kunnen overnemen.

Financieel is het alleen haalbaar als Rendells ministerie doet waarvoor het is opgericht: olie vinden. Dat het daar ooit van komt, is waarschijnlijk. Seismisch onderzoek en proefboringen toonden in 1998 aan dat er tot zestig miljard vaten olie in de zeebodem ten noorden van de eilanden moeten zitten. Ter vergelijking: de totale winbare reserves in het Britse deel van het Europees continentale plat vormen hooguit de helft daarvan. Dat er tot nu toe niet verder is geboord, is omdat zo'n dure en logistiek ingewikkelde operatie gezien de relatief lage olieprijzen nog niet loont.

De Falklands kunnen de grote westerse en Zuid-Amerikaanse oliemaatschappijen die de proefboringen hebben uitgevoerd niet dwingen terug te keren. Wat ze wel kunnen is zoveel mogelijk de lont halen uit de verhouding met Argentinië, zodat veiligheidsredenen in elk geval geen beletsel zijn voor economische ontwikkelingen. ,,Dat is in het wederzijds belang'', zegt Rendell, terwijl ze een in perspex gegoten druppel olie laat zien. ,,Politiek is de zaak bevroren, maar in elk ander opzicht is er rapprochement.''

Beide landen hebben samen meebetaald aan het olie-onderzoek. Ze financieren visserij-inspecties samen en delen biologische gegevens. In ruil daarvoor mogen Argentijnen sinds 1999 de eilanden weer bezoeken. En Argentinië krijgt waarschijnlijk toestemming een permanente begraafplaats aan te leggen voor zijn oorlogsdoden, die nu onder houten kruisen in Goose Green liggen, al is het nog een strijdpunt of daar ook het Argentijnse blauw-wit-blauw mag wapperen.

Omgekeerd is er ook verkeer. Sommige Falklanders gaan op vakantie in Argentinië, al hangen ze het thuis niet aan de grote klok. Dat kan overigens tot hilarische misverstanden leiden. Patrick Watts, een veteraan-radiojournalist uit Stanley, die via Buenos Aires reisde, kreeg er geen stempel in zijn paspoort, omdat Argentinië stug volhoudt dat de Malvinas Argentijns zijn. Maar toen hij op zijn Britse paspoort wilde vertrekken, mocht hij niet weg omdat hij geen inreisvisum had.

Keel afsnijden

Toch deelt niet iedereen in de toegenomen welvaart en het optimisme. Vooral in de camp, zoals het lege gebied buiten Stanley heet waar niet meer dan 400 mensen wonen. Port Howard, een nederzetting op West Falkland sterft langzaam. De social club van het dorp is het afgelopen jaar één dag open geweest, op oudejaar. Onder de toonbank staan flesjes bier stof te verzamelen. ,,Kijk'', wijst Hattie Lee, terwijl ze haar Land Rover parkeert op een heuveltop boven de witte huizen bij de kreek waarin dolfijnen buitelen. ,,In dát huis woonde de timmerman. Dát was de kantine van de knechts. Dát huis staat leeg, en dat daar ook. Dáár woont de onderwijzer en dát is de school. Met één leerling. En die gaat volgend jaar ook weg, naar de middelbare school in Stanley.''

Hattie Lee leidt de lodge van Port Howard, een klein hotel voor vissers, vogelaars en wandelvolk dat snakt naar pure ruimte buiten gsm-bereik. Naast de schapen is het hotel de enige economische activiteit, sinds het truienfabriekje is vertrokken ,,naar town'' om cruise-passagiers te bedienen. Toen Hattie er in 1996 voor het eerst kwam, woonden er nog 70 mensen in het dorpje. Nu zijn het er minder dan twintig. ,,Stanley trekt te hard'', zegt ze. ,,Waarom zou je je leven blijven ploeteren op een boerderij als je voor goed geld meteen aan de slag kunt in Stanley?''

Dit is ook Hattie's laatste seizoen. Port Howard wordt haar te benauwd, zegt ze. Vooral in de winter. Ze is weduwe sinds haar man, mede-eigenaar van de grootste boerderij in Port Howard, twee jaar geleden stierf tijdens een hartoperatie. En nu heeft ze de lodge te koop gezet. Wie wat spaargeld overheeft kan er zo in.

Plannen genoeg voor de revitalisering van de camp. In de PowerPoint-presentatie van FIDC-directeur Richard Baker dansen ze over het scherm: het fokken van rendieren en geiten, het bemesten van de schrale grond met zeewierkalk, meer kleinschalig toerisme zoals ruitertrektochten en het uitbreiden van de huidige twee boerderijen die nu een biologisch keurmerk hebben.

Clive Wilkinson wil wel diversifiëren en is er ook mee begonnen, maar de praktijk is weerbarstig. Hij houdt schapen op West Falkland, met louter oceaan tussen zijn voordeur en Australië, maar legt ook windturbines aan op andere afgelegen boerderijen. Zijn vrouw, Rosemary, verkoopt het fijnste deel van hun wol onder het merk `het Groene Schaap' via internet aan milieubewuste dames in Canada en de VS.

Wilkinson wil liever weinig vette schapen dan veel magere. Daarom beloofde hij een collega-boer driehonderd schapen, gratis. Maar het enige transportschip op de eilanden, eigendom van de regering, bleek pas over een maand te kunnen komen. Zolang kan hij niet wachten; hij heeft het geld noch het voer om driehonderd schapen een maand bij te voeren. Daarom heeft hij geen keus, zegt Wilkinson. Morgen snijdt hij ze de keel door en gaan ze ,,over de cliff, voor de meeuwen''. ,,Mooie plannen heeft de regering genoeg'', zegt hij grimmig, ,,maar ze helpen uitvoeren lukt niet.''

`Desire the right', verlang het goede, staat er in het wapen van de Falklands – een schaap en een schip. Voor de Wilkinsons blijft er genoeg te verlangen over. In Stanley overheerst het gevoel dat de eilanden eindelijk op de goede weg zijn. ,,We zijn sterk aan het worden'', zegt councillor Mike Summers. ,,Jammer dat er een oorlog voor nodig was.''