Leven en octrooien

Rijst, het belangrijkste dagelijkse voedselproduct in de wereld, heeft zijn genetische code prijsgegeven. Onderzoeksteams van een Zwitsers bedrijf en een Chinees overheidsinstituut hebben de code deze week in het Amerikaanse tijdschrift Science gepubliceerd. De betekenis hiervan is groot: niet alleen rijst, ook andere granen kunnen met behulp van deze genetische kennis worden verbeterd. Hogere opbrengsten, betere weerstand tegen klimatologische omstandigheden, verrijkte voedingswaarde en bescherming tegen plantenziektes kunnen worden bevorderd. Met een wereldbevolking die de komende decennia van zes naar tien miljard mensen zal groeien, is dit een belangrijke stap in de agrarische biotechnologie.

Tezelfdertijd lag de Tweede Kamer in Den Haag dwars bij de goedkeuring van de Europese richtlijn op de octrooieerbaarheid van biotechnologische uitvindingen. Het is een verhaal met een geschiedenis: richtlijn 98/44/EG betreffende de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen met betrekking tot planten en dieren werd na het nodige gelobby tussen de Europese Commissie en het Europarlement in 1998 aangenomen. Vervolgens werd de richtlijn naar de lidstaten gestuurd voor implementatie in hun nationale wetgeving. Op 31 juli 2000 had Nederland de richtlijn moeten overnemen, maar dat is niet gebeurd. De Kamer had namelijk grote bezwaren en wrong zich in alle mogelijke bochten om onder de Europese regelgeving uit te komen.

Het kabinet, bij monde van staatssecretaris Ybema (Economische Zaken, D66), heeft zijn best gedaan de Kamer tegemoet te komen. Eerst vroeg Nederland aan het Europese Hof van Justitie of de hele octrooirichtlijn wellicht vernietigd kon worden. Het Hof veegde vorig jaar oktober de vloer aan met dit verzoek: Nederland is verplicht de EU-richtlijn over te nemen en als Nederland in gebreke blijft, kan het worden beboet. Vervolgens heeft het kabinet bij de Raad van State geïnformeerd of de amendementen die de Kamerleden hadden ingegediend, juridisch aanvaardbaar zijn. Opnieuw was het antwoord onverbiddelijk: de richtlijn schrijft totale harmonisatie van de wetgeving voor; lidstaten mogen er niet naar eigen inzicht van afwijken. Ze moeten de gehele Europese wetgeving op dit punt overnemen en nationale aanpassingen zijn slechts mogelijk voorzover de richtlijn daarin voorziet.

Deze week kwam het onderwerp voor de derde keer in de Kamer. Met een verwijzing naar de uitspraken van het Hof en van de Raad van State ontraadde Ybema met kracht van argumenten de moties van de Kamerleden, maar behalve van de VVD en zijn eigen partij D66 kreeg hij geen steun. Een meerderheid in de Kamer – een getuigeniscoalitie van PvdA, CDA, ChristenUnie, SGP, GroenLinks en SP – ligt nu op ramkoers met Brussel. `Destructief', noemde Ybema dat, want er is weinig fantasie voor nodig om de afloop te voorspellen: dit gaat de Kamer verliezen.

Het verzet van de Kamerleden bevat een mengeling van ethische, ecologische en antikapitalistische elementen. Waar voor sommigen geldt dat het ondenkbaar is de wonderen van de natuur of de schepping te octrooieren, verzetten anderen zich tegen bedrijven die geld willen verdienen met hun genetische kennis. En daarmee is dit in hoge mate een kwestie van moraal en ideologie geworden.

Wat is de reikwijdte van richtlijn 98/44? Niet dat biotechbedrijven op alle vormen van leven een patent kunnen krijgen. Het gaat om uitvindingen, dat wil zeggen om originele technisch-wetenschappelijke methodes die worden ontdekt. Informatie als zodanig is vrij. Het genetische materiaal van een plant kan bijvoorbeeld niet geoctrooieerd worden, maar wél een methode om een bepaald gen van die plant te isoleren of te veranderen. Ten derde geven verleende octrooien niet automatisch de vrijheid om ze te exploiteren of toe te passen. Overheden kunnen de toekenning van octrooien moeilijk weigeren, de ruimte om toepassingen te verbieden is daarentegen veel groter.

Octrooirecht behoort tot de `harde' vormen van recht: het is een exclusief verbodsrecht met alle gevaren die een monopolie op kennis met zich brengt. Bovendien zijn octrooien veel geld waard en bezitters van octrooien – bedrijven of onderzoekscentra – zullen ze koesteren. Ze willen niet dat anderen gebruikmaken van de resultaten van hun onderzoeksinspanningen zonder ervoor betaald te krijgen. En ze willen de vaak extreem hoge onderzoekskosten, met grote onzekerheidsmarges voor de investeerders, terugverdienen. Dat zijn aanvaardbare wensen, die in andere bedrijfstakken vanzelfsprekend zijn.

Er komt nog iets bij. De landen van de Europese Unie – Nederland in het bijzonder – willen zich graag profileren als centra van de biotechindustrie. Zowel op agrarisch als op medisch terrein zijn de verwachtingen van biotechnologische doorbraken hooggespannen. Voor de ontwikkeling van deze bedrijfstak zijn gunstige omgevingsfactoren wenselijk – om te beginnen een positieve houding ten aanzien van wetenschap – en soms absoluut onmisbaar: de beschikbaarheid van risicodragend kapitaal en de zekerheid van octrooibescherming. Zonder wettelijke bescherming van uitvindingen komt er geen biotechindustrie van de grond.

De ontcijfering van de genetische code van rijst is een voorbeeld. Het genoom van rijst kan niet geoctrooieerd worden, de methode om de genen te vinden of om deze informatie te gebruiken voor de ontwikkeling van rijstvarianten met verbeterde eigenschappen, wel. Dat is de bescherming van het onderzoek en de beloning van het ondernemerschap. Hetzelfde geldt voor de Nederlandse rozen- of tulpenkwekers die ieder jaar nieuwe varianten door kruising ontwikkelen. De Tweede Kamer doet er verstandig aan het verzet tegen de Europese richtlijn eindelijk te laten varen.