LANDSCHAP MET VERGUNNING

Wie in Nederland het avontuur zoekt, is aangewezen op de daarvoor bestemde gronden. Alles heeft er een bedoeling en gelukkig wordt dat in het bezoekerscentrum duidelijk uitgelegd.

We hadden er een woord voor dat iedereen begreep: landje. Dat was een braakliggend stukje grond met armelijk gras en kreupelhout. Je had het zwarte landje, je had het veldje van de gasfabriek en dan was er ook nog dat weilandje achter de garage. Bij een echt landje hoorde een slootje, slordige bomen, een bergje sintels en als je geluk had: roestende treinrails, een bunker, of een oud fabriekje met ingegooide ruiten. Een veldje waar niemand zich om bekommerde, dat vroeger een bestemming had, maar nu niet meer. Een landschap zonder vergunning.

Voor ons was ons landje er altijd al geweest en het zou er ook altijd zijn. Lang geleden hadden een paar mensen iets met dat landje geprobeerd, maar het was misgegaan. Ze waren vertrokken, en nu was het zwarte landje voorgoed van ons. We bouwden hutten, we speelden verstoppertje tot het donker werd. Er kwam wel eens een agent langs, of een bezorgde ouder, maar dat waren de enige verstoringen van dit jeugdland.

Een landje was niet zonder gevaar. Je kon in een spijker trappen, je hand openhalen aan glasscherven, uit een boom vallen, munitie uit de oorlog vinden, of achtervolgd worden door rotjongens. Dat alles kon gebeuren, omdat niemand zich om dat landje bekommerde, en daarom was het van ons. Je had natuurlijk de gemene jongens van de overkant, die vonden dat het landje eigenlijk van hún was. Van tijd tot tijd vernielden ze onze hutten en stonden we scheldend tegenover elkaar. Maar we waren het over één ding eens: dit landje was in ieder geval niet van de grote mensen.

We wisten dat toen niet, maar dat stukje grond was een model van het leven en de geschiedenis. Er waren mensen vóór ons geweest. Daarvan getuigden de archeologische vondsten die we deden: een autowiel, een stapel dakpannen, de betonnen fundamenten van een schuur. Resten van een oude beschaving die op een kwade dag te gronde was gegaan. Het onkruid had zijn kans geroken en de mooie plannen van onze voorgangers overwoekerd. Het was allemaal tot stilstand gekomen, en daarom was het goed dat wij er waren. Want we gingen er iets nieuws van maken. Op de puinhopen van het oude zou onze nieuwe wereld verrijzen. We legden al- vast een paar oude planken over de stinksloot, zodat je gemakkelijker aan de overkant kon komen.

Af en toe hoorden we in de andere wereld dat er wel eens over ons landje gepraat werd.

Er zou een bollenschuur komen, later een garagebedrijf. Maar gelukkig ging dat allemaal niet door. Het landje bleef, en het liet zien dat sommige stukken van de wereld open zijn, niet worden ingevuld en klaar liggen voor wie maar wil. We gingen de wereld veroveren, te beginnen met het zwarte landje.

Wie nu het avontuur zoekt, is aangewezen op daarvoor bestemde gronden. Braakliggende terreintjes en landjes waarvan niemand weet wat je ermee aan moet, zijn er niet meer. Alles heeft een bestemming, alles is een prooi geworden van ruimtelijke ordening en planologische kernbeslissingen.

Op de landjes kwamen woningen, of een industrieterrein. De grasveldjes zijn plantsoenen geworden en als je de combinatie van roest en onkruid nog ergens tegenkomt, dan heeft dat meteen iets heel melancholieks, iets uit een tijd waarin ijzer nog de tijd kreeg om te roesten en onkruid de kans had fijn te woekeren.

Er is nog wel land waarop geen huizen of fabrieken staan. Dat komt er zelfs steeds meer, want in Nederland houden steeds meer boeren ermee op. De komende jaren zal er zoveel landbouwgrond vrijkomen als er in de vorige eeuw gewonnen is met de drooglegging van de IJsselmeerpolders. Wat we ermee gaan doen staat al grotendeels vast: er komen huizen, bedrijven, wegen, parken en plantsoenen.

Als er wat overschiet voor de vrije mens, dan moet hem dat ook heel goed duidelijk worden gemaakt. Niemand mag denken dat er iets is overgebleven of dat er land vergeten is.

De bomen krijgen bijschriften, het groen wordt voorzien van educatieve teksten op borden of cassettebandjes, de natuur wordt aangelegd. Het is een ontworpen omgeving, getekend op de computers van het projectbureau en de plantsoenendienst. De middelbare wandelaar, de hondenbezitter en de bezoeker van het bezoekerscentrum lopen er geïnteresseerd in rond, benieuwd wat ze nu toch weer verzonnen hebben. Alles heeft hier een betekenis, niets is er zomaar vanzelf of zonder bedoeling. Men moet niet denken dat de bomen hier staan om er lucifershoutjes van te maken, of brandhout. Het groen is hier belevingsgroen. De grond is hier getemd, de route is bewegwijzerd en de risico's zijn geïnventariseerd. Grond waarvan de bestemming niet vastligt en waar de beleving niet is voorgeschreven, dat zit er niet meer in, dat riekt te veel naar verspilling en stagnatie.

Het is hier bedacht. Iemand is ons voor geweest. M

Mischa Keijser is freelance fotograaf.

Warna Oosterbaan is redacteur van NRC Handelsblad.

[streamers]

Alles heeft een bestemming, alles is een prooi geworden van ruimtelijke ordening.

De bomen krijgen bijschriften, het groen wordt voorzien van educatieve teksten.

De grond is hier getemd, de route is bewegwijzerd, de risico's zijn geïnventariseerd.