`Irak' moet wachten, Bush gokt op vrede

Het Israëlisch-Palestijns bloedvergieten heeft eindelijk ook president Bush wakker geschud. Om de verslapping van de aandacht voor zijn strijd tegen het terrorisme tegen te gaan, neemt hij het risico zich in te zetten voor de vrede in hetMidden-Oosten.

De meest constante brandhaard van de laatste halve eeuw heeft nu ook De Heerser over het Universum met beide benen op de grond gezet. President Bush kon het bloedvergieten in het Israëlisch-Palestijnse conflict niet langer aanzien en nam het risico zich in te zetten voor vrede. Hij kan groeien in de operatie, een kans die hij tijdelijk aangreep na de aanslagen van 11 september.

Voor de Amerikaanse president is het klassieke Midden-Oosten conflict, dat tussen Israël en de Palestijnen, nooit een onderwerp van grote inspiratie geweest. Zijn voorganger Clinton had er ongebruikelijk veel persoonlijk en politiek kapitaal in geïnvesteerd. De poging van Bush die hele episode te negeren - alles wat Clinton deed was immers loos en voos lijkt nu een van de grootste fouten die het Bush-Witte Huis heeft gemaakt.

Hoe veel levens zouden intussen zijn gespaard als de nieuwe regering-Bush in 2001 de estafettestok van Clinton had overgenomen en de partijen met geduld en kracht naar een duurzaam politiek akkoord had willen leiden? Het is moeilijk te zeggen of een gebrek aan vertrouwdheid met de Midden-Oosten-problematiek of binnenlands politieke ijdelheid de Bush-equipe zo lang onverschillig terzijde deed staan.

Zeker is dat in al die maanden mentale afwezigheid van Washington degenen die geen onderhandelde vrede in het Midden-Oosten wensen hun gang konden gaan. Dat Israël noch de omringende Arabische wereld geen eind kon maken aan de voortwoekerende oorlogshandelingen zonder diepgaande Amerikaanse betrokkenheid werd de Amerikaanse regering pas echt duidelijk tijdens de mislukte rondreis van vice-president Dick Cheney.

De vice-president maakte zijn Grand Tour langs Arabische hoofdsteden om neuzen te tellen voor de de afrekening met Saddam Hoessein. In het relatief comfortabele post 911-klimaat van `Wie niet voor Ons is in de Oorlog tegen Terrorisme, is tegen Ons', hoopte hij in ieder geval gedoogsteun af te dwingen die het de Verenigde Staten mogelijk zou maken de Golfoorlog af te maken. Heel conservatief Washington had niet voorzien hoe unaniem het verzet zou zijn.

De glasheldere uitkomst van die slecht geïnformeerde excursie was dat men Amerika overal voorhield dat van welke actie tegen Irak geen sprake kon zijn voordat het in twee richtingen steeds gewelddadiger Israëlisch-Palestijnse conflict zou worden aangepakt. President Bush kwam er sindsdien tot zijn schrik achter dat zelfs Egypte en Jordanië, die vredesakkoorden met Israël hebben, niet langer konden en wilden praten met Sharon.

De Amerikaanse regering houdt vol dat dankzij de pendeldiplomatie van generaal Zinni alle elementen voor een staakt-het-vuren op tafel lagen toen de Paas-zelfmoordbom in Netanhya alles overhoop gooide. De Europese diplomatie, die evenmin veel invloed had op de hatende partijen, leek in toenemende mate naar Washington te kijken voor krachtig scheidsrechterswerk.

Het Amerikaanse Congres, dat de afgelopen twee weken op vakantie was, heeft president Bush geen noemenswaardige aanmoediging of hinder bezorgd. De regering lijkt de afgelopen weken en maanden evenmin weerhouden van het donderdag aangekondigde verhogen van de druk op beide kampen door de Israëlische of rechtschristelijke lobby in de Verenigde Staten. De regering-Bush zag geen kans te slagen en was, zeker sinds `911', bezig met een andere oorlog.

De reden waarom Bush nu toch het veld is opgestormd moet waarschijnlijk worden gezocht in die oorlog, Zijn oorlog tegen het terrorisme. Die kan niet verder. De wereld was afgeleid, de bondgenoten in Europa, het Midden-Oosten en elders zouden toekomstige operaties in Irak en wie weet waar allemaal niet trekken terwijl de relegieuze geboorteplaats van de wereld verandert in een kerkhof.

Het oplaaien van de bitterste vete om gewijde grond en diametraal tegensgetelde verledens en hedens kwam Bush ook zo slecht uit omdat zijn zwart-wit-definitie van terroristen onhoudbaar bleek. Tenzij hij bereid was zijn eigen overtuiging toe te passen en Yassar Arafat een terrorist te noemen. Dat zou dramatische gevolgen hebben gehad.

Toch is dat waar zijn conservatieve critici in eigen partij op aandringen, ook na de Rozentuin-speech van donderdag. Mensen als Richard Perle, William Kristol, Ken Adelman, James Woolsey, William Bennett en Robert Kagan riepen in een open brief vlak voor de toespraak al op alle banden met Arafat te verbreken en de beuk in Irak te zetten. Zij verhevigen dat pleidooi alleen maar na het Bush-initiatief.

Deze rechtervleugel bestaat niet uit roependen in de woestijn. Per slot zijn zij het die na een paar maanden touwtrekken binnen de regering de president aan hun zijde hebben gekregen wat betreft het volgende oorlogsdoel: Irak. Plus de bijbehorende, voor `911' ondenkbare verhoging van de defensiebegroting. Zij waarschuwen nu voor het gevaar dat minister van buitenlandse zaken Powell, hun gezworen multilateralistische vijand en ere-softie, Arafat weer geloofwaardigheid bezorgt door netjes met hem op de foto te gaan en heen en weer te reizen zonder eind.

De door Bush ingeslagen weg was waarschijnlijk zo ongeveer de enige die hij kon kiezen, wilde hij niet zijn geloofwaardigheid verspelen én zijn oorlog tegen het terrorisme in rook zien opgaan. Maar de risico's zijn talrijk. Powell moet volgende week het mijnenveld in zonder een magisch plan of een machtsmiddel dat alle kleine martelaren tot nadenken kan brengen. Als hij niet binnen vrij korte tijd de tanks uit de Westoever krijgt én de zelfmoordbrigade tot bezinning brengt dreigt hij de zoveelste mislukte afgezant te worden.

Voorlopig is het de grootste kans tot nu toe voor de meest voorzichtige en tot overleg geneigde bewindsman in deze regering om te laten zien wat hij kan. In de maanden direct na de 11 september-ramp leek hij Bush een internationaal open aanzien te kunnen geven. Gaandeweg werd de toon meer door haviken bepaald en leek hij op een eerzame maar eenzame buitenpost te opereren. Oorlog won het van diplomatie.

Dat opnieuw aantonen kan, gemeen geredeneerd, de opzet zijn van diegenen binnen de regering die op een zelfde golflengte denken als de conservatieve briefschrijvers, in de eerste plaats minister van defensie Rumsfeld en zijn tweede man Wolfowitz. Als de nu gekozen bescheidener lijn, een terugkeer naar het internationale handwerk, niet binnen afzienbare tijd resultaten oplevert kan het heel goed zijn dat president Bush en zijn meest vertrouwde, want niet al te uitgesproken raadgever Nationale Veiligheidsadviseur Condoleezza Rice terugveren naar de radicale koers: go it alone. Wat dat betekent voor die arme Israëliërs en Palestijnen valt nauwelijks te bevroeden. Zoals zij weten: het kan altijd nog erger.