In het Land der Wahhabieten

In het hart van Saoedi-Arabië ligt het Staphorst van de islam.

Elke donderdagavond legt sjeik al-'Awda daar in een tent het wahhabisme uit.

De leer die wel onderscheid maakt tussen een vrouw en een koe, maar niet tussen verstand en godsdienst.

En de inspiratiebron was van de terroristen van 11 september.

'Vlucht weg van Satan'. Het is een van de eerste borden die de automobilist tegenkomt langs de snelweg die van Riad naar het noorden van Saoedi-Arabië voert. Langzaam vervaagt in mijn achteruitkijkspiegel de futuristische skyline van de hoofdstad met zijn marmeren winkelcentra en decadente paleizen. Nog zeker een kwartier lang blijft de door zakenprins Walid bin Talal gebouwde Koninkrijkstoren zichtbaar, een 350 meter hoge beëlzebub met horens van metaal en glas, die aanbeden wordt door honderden wolkenkrabbertjes eromheen.

Voor mij opent zich een grijs landschap van kiezelstenen, dat zo nu en dan wordt onderbroken door gerimpelde zandduinen die rood opkleuren in de middagzon. Een Toyota pick-up haalt in. Het passagiersraampje is zwart geverfd, om het reeds gesluierde gezicht van een vrouw nog verder af te schermen voor de priemende ogen van andere weggebruikers. Inmiddels worden de borden talrijker maar ook roestiger: 'God is groot', 'Vertrouw op Hem' en 'Vergeet niet te bidden'.

Op de autoradio kondigt een nasale zangstem het middaggebed aan. Even later staan de meeste auto's geparkeerd langs de weg en worden gebedsmatten uitgerold. Elders in Saoedi-Arabië verschijnen nu de mutawwa'in op straat, de religieuze politie met hun Chriet Titulaer-baarden en slobberige gewaden. Met een bamboestok in de hand manen zij de winkeliers hun nering te sluiten voor de duur van het gebed. Wie nu de nationale luchtvaartmaatschappij Saudia belt, hoort een bandje waarop uit de koran wordt gereciteerd. Saoedi-Arabië bidt. Nee, móét bidden.

Hier, in dit door meedogenloze woestijnen omgorde hart van Saoedi-Arabië, ligt het Land der Wahhabieten. Vóór 11 september hadden maar weinig mensen ooit van wahhabieten gehoord, of van het wahhabisme, zoals de strenge vorm van islam in dit deel van Saoedi-Arabië wordt genoemd. Totdat bekend werd dat vijftien van de negentien terroristen die het World Trade Centre en het Pentagon aanvielen, Saoedi's waren en de internationale media zich stortten op de achtergrond van de hoofdverdachte, Osama bin Laden.

Bin Laden komt voort uit de wahhabitische traditie van Saoedi-Arabië, evenals veel van zijn aanhangers. Zoals de Saoedische prediker, die op de beruchte 'bekentenisvideo' vol bewondering aan Bin Ladens lippen hangt als deze met een gelukzalige glimlach verklaart dat het aantal slachtoffers van de aanslagen zijn stoutste verwachtingen heeft overtroffen. De wereld viel massaal over de Saoedische regering heen, niet alleen omdat deze verzuimd had de verspreiding van 'de extremistische, antiwesterse en haatdragende ideologie van het wahhabisme' te stoppen, maar deze zelfs actief propageerde.

Er verschenen berichten over financiering van Bin Ladens Al-Qaeda-netwerk door rijke Saoedi's, ja zelfs door leden van het koninklijk huis. Een opiniepeiling door het Britse dagblad The Guardian wees uit dat 80 procent van de Saoedi's sympathiseerde met Bin Laden. Geen wonder, zo luidde de redenering, want het Saoedische onderwijs wordt nog altijd gedomineerd door koranstudie en islamvakken. Intussen bleek dat Saoedische islamitische stichtingen actief waren in de verspreiding van het wahhabitische gedachtegoed via scholen en moskeeën in tal van landen, waaronder Nederland.

Was aan de Golf een tweede Talibaan-staat aan het ontstaan? Zou het Westen binnenkort opnieuw worden opgeschrikt door fanatieke Saoedi's die in het bezit van valse vliegbrevetten of explosief schoeisel bereid waren te sterven op de Weg van God? En waarom Saoedi-Arabië eigenlijk? Dit is immers geen Iran of Algerije, maar een steenrijk land dat niet de last van een westers koloniaal verleden met zich meezeult, een land ook dat niet zucht onder armoede of onmenselijke onderdrukking. Kortom, wat bezielt de Saoedi's eigenlijk?

Even ten noorden van Riad liggen de verlaten ruïnes van Dir'iyyah, omzoomd door de palmentuinen van de Wadi Hanifah. In deze uit leem opgetrokken oasestad met zijn ingestorte modderpaleizen werd in het jaar 1744 een historische alliantie gesmeed tussen het Saoedische koningshuis en de islamitische prediker Mohammed ibn 'Abd al-Wahhab. Deze 'Abd al-Wahhab, wiens volgelingen door het leven gaan als wahhabieten, werd 41 jaar daarvoor geboren in het dorpje 'Uyayna, dat tegenwoordig zijn vooraanstaande positie ontleent aan het lokale benzinestation, maar dat indertijd een religieus centrum was.

De jonge Mohammed werd geboren in een nest van oelema, 'doctoren in de islam', en het was dus logisch dat hij zich in dezelfde richting zou ontwikkelen. Hij studeerde achtereenvolgens in Mekka, Medina en Basra. Maar naarmate zijn studie vorderde, werden zijn ideeën extremer. 'Abd al-Wahhab ontpopte zich als de Luther én de Calvijn van de islam. 'Bidt tot God en God alleen', luidde zijn boodschap. De moslims dienden terug te keren naar de zuivere islam uit de tijd van de profeet Mohammed. De koran was de enige leidraad in hun leven, stelde hij, en daarnaast gold alleen de overlevering van de manier waarop de profeet zelf had geleefd: hoe hij gekleed ging, hoe hij at, de liefde bedreef en zijn vrouwen behandelde.

De enige manier om tot God te komen, was het gebed. Al het andere, zoals heiligenverering of processies, was nieuwlichterij die de moslims hadden toegelaten tot de islam. Overal waar 'Abd al-Wahhab werd aangesteld als qadi, islamitisch rechter, gaf hij onmiddellijk opdracht graftomben te slopen, heilige bomen te ontwortelen en tabak te verbranden. Het opblazen van de reusachtige Boeddhabeelden door de Talibaan in Afghanistan had zeker de goedkeuring van de sjeik weggedragen. Maar daar bleef het niet bij. Hij riep de plaatselijke heersers op strikt te handelen naar de letter van de sharia, de islamitische wet. Zelf gaf hij het voorbeeld door in 'Uyayna een overspelige vrouw te laten stenigen.

Zoals was te voorzien, verging het 'Abd al-Wahhab net als zijn fundamentalistische erfgenaam Bin Laden tweeëneenhalve eeuw later. Hij kwam in conflict met de overheid die hem als een bedreiging beschouwde. En daarom zocht de sjeik zijn heil bij Mohammed ibn Saoed, de heerser van het verderop gelegen Dir'iyyah. De historische ontmoeting tussen de twee mannen, die de grondslag vormt voor de huidige staat, wordt in Saoedi-Arabië zó belangrijk gevonden dat er in het Nationaal Museum in Riad meer aandacht aan wordt besteed dan aan het ontstaan van de islam.

In het museum herhaalt een Arabische microfoonstem de dialoog, die elke Saoedische scholier uit het hoofd kent. 'Welkom in een land dat beter is dan het uwe', horen we Mohammed ibn Saoed tegen de sjeik zeggen. Hij zwaait hem alle lof toe, maar hij blijft praktisch, want hij vraagt de sjeik bezorgd of het waar is dat deze de reguliere belastingen wil vervangen door de lagere islamitische zakat. 'Vertrouw op God', antwoordt de sjeik. 'Hij zal je veroveringen brengen en je compenseren met oorlogsbuit die rijker is dan je huidige inkomsten.'

De Engelse vertaling spreekt van oorlog, maar het Arabische woord is jihad, heilige strijd. En jihad werd het, want in de jaren daarop trokken de wahhabieten uit naam van God moordend en beeldenstormend door het Arabisch schiereiland. Jihad bleek een effectieve manier om bekering te koppelen aan plundering û de wahhabieten noemden zichzelf 'moslims', zodat niet-wahhabieten automatisch werden gereduceerd tot ongelovigen. In 1804 werd zelfs de rijk versierde tombe van de profeet in Medina gestript û 'onnodige opsmuk die slechts tot afgodendienst kon leiden' û en de buit werd afgevoerd naar Dir'iyyah.

Het is een episode waaraan koning Fahd van Saoedi-Arabië, die immers de titel 'hoeder van de heilige steden' voert, niet graag wordt herinnerd. Evenmin als aan de slachtpartijen die onder het bewind van de familie Saoed werden aangericht onder shi'ieten en pelgrims. Met betrekking tot het doden van ongelovigen had God de wahhabieten carte blanche gegeven. Hun jihad was een nieuwe manier van oorlogsvoering, die slecht te verenigen viel met de hoofse bedoeïenencultuur. Maar het bleek wel een effectieve manier om van een lappendeken van stammen een staat te smeden. Zonder wahhabisme was er geen Saoedi-Arabië geweest.

Maar net zoals de Talibaan zich in 2001 onmogelijk had gemaakt in de ogen van de internationale gemeenschap, zo werden ook de wahhabieten met hun onaangepaste gedrag een irritante luis in de pels van het machtige Ottomaanse rijk. In 1818 werd Dir'iyyah veroverd en verwoest. De Saoedische heerser werd in ketenen afgevoerd naar Constantinopel, waar hij werd geëxecuteerd. Zijn hoofd werd verpulverd in een vijzel.

Sjeik 'Abd al-Wahhab heeft dat allemaal niet meer hoeven meemaken. Hij overleed in 1792, tijdens de gloriedagen van Dir'iyyah. Toch was zijn wahhabitische revolutie niet dood, en deze leidde aan het begin van de 20ste eeuw alsnog tot de vorming van een staat.

Saoedische islamisten kijken vandaag de dag met een nostalgische blik terug op het Dir'iyyah van toen, dat een goede imitatie was van de modelstaat van de profeet. De geestelijkheid stond op voet van gelijkheid met de politieke leiders. Er werd geen veldtocht ondernomen zonder persoonlijke toestemming van de sjeik. En terwijl de oelema het volk onderwezen en de leiders sober leefden en handelden volgens de sharia, was de wereld overzichtelijk ingedeeld in moslims en ongelovigen. En met de laatsten werd elk contact vermeden.

Een groter contrast met het moderne Saoedi-Arabië is nauwelijks denkbaar.

'Vrijheid, mensenrechten, rechtvaardigheid, gelijkheid, transparantie van bestuur. Het zou allemaal deel uit moeten maken van de ware islamitische staat, maar het komt alleen voor in westerse democratieën, niet in Saoedi-Arabië. Jullie zijn islamitischer dan wij.' Terug in Riad drink ik koffie met een cynische dr. Ahmed al-Tuweijri in de salon van zijn paleisje. Voor een islamist die strijdt voor verandering van het Saoedische staatsbestel, steekt hij wat onwerkelijk af in deze omgeving van kristallen kroonluchters, Perzische kleden en û zie ik dat nu goed? û een indoor-zwembad.

Alsof hij mijn gedachten heeft geraden, voegt hij eraan toe: 'Ik ben een hervormer, geen revolutionair.' En toch is al-Tuweijri de samensteller van een document dat een schokeffect heeft gehad op de historische relatie tussen het Huis van Saoed en de wahhabitische geestelijkheid. Voor de aanleiding moeten we terug naar 1991, het jaar waarin een half miljoen Amerikaanse soldaten vochten in het heilige land van de islam om Koeweit en de Saoedische troon te redden uit de klauwen van Saddam Hoessein.

Terwijl cnn het ene na het andere geallieerde succes aan het Iraakse front meldde, kwam al-Tuweijri bijeen met zijn shilla, een kring van vrienden en gelijkgestemde islamisten. 'De situatie was zo slecht', zegt al-Tuweijri, want er woedde niet alleen een oorlog, het broeide ook in de Saoedische samenleving zelf. Zo hadden in Riad Saoedische vrouwen gedemonstreerd, die û God verhoede û het recht op autorijden voor vrouwen hadden opgeëist. Het had geleid tot woedende reacties vanuit de moskee. Het waren 'communistische hoeren' die moesten worden gedood!

Het werd in de westerse media wat lacherig gebracht, maar het was in Saoedi-Arabië een doodernstige zaak. De vrouwendemonstratie raakte namelijk de essentie van het conflict dat dateert van het ontstaan van de Saoedische staat: het conflict tussen westerse waarden en de islam. En de islamisten vreesden het onderspit te delven. Zo had de sharia niet alleen haar monopolie over de wetgeving verloren, zij was ook verbleekt als leidraad van de Saoedische bestuurders, die in toenemende mate werden geassocieerd met corruptie, verkwisting van overheidsgelden en bacchanalen in Londense nachtclubs.

De controle op de overheidsuitgaven was sinds het aantreden van koning Fahd in 1982 volledig uit de hand gelopen. Indertijd had het olierijke Saoedi-Arabië nog 145 miljard dollar aan tegoeden uitstaan op buitenlandse banken. In twintig jaar tijd is de nationale schuld opgelopen tot 170 miljard. Op de vraag waar al dat geld gebleven was, wist iedereen het antwoord: in de diepe zakken van de 8.000 prinsen van het Huis van Saoed en hun zakenpartners. Het Saoedische ministerie van Financiën verzweeg de miljarden aan olie-inkomsten die jaarlijks door de koninklijke familie werden opgeëist voor prinselijke toelages, salarissen en douceurtjes. Het meeste overheidsgeld verdween trouwens op een andere manier, namelijk via extreem hoge commissies, grondzwendel, illegale olieverkopen en dubieuze wapendeals met westerse regeringen. De 'zakenprinsen' overtroefden elkaar met steeds driestere methoden om de staatskas te tillen.

En dan zweeg men nog over de corrumperende invloed van hun ongelovige bondgenoten uit de vs. Voor islamisten als al-Tuweijri, maar ook voor de toen nog onbeduidende Osama bin Laden, bestond er een direct verband tussen de Amerikaanse aanwezigheid in Saoedi-Arabië en de vrouwendemonstratie. 'De situatie kon gemakkelijk leiden tot destabilisering', zegt al-Tuweijri. 'En we twijfelden eraan of het Saoedische koningshuis deze wel het hoofd kon bieden.' De groep, die grote steun verwierf onder de oelema, besloot de koning ongevraagd van advies te dienen.

De 'Brief van Eisen', later gevolgd door een 'Memorandum van Advies', loog er niet om. Hij was ondertekend door de hoogste geestelijken in het land, die de koning 'adviseerden' de macht met de geestelijkheid te delen, zo niet uit handen te geven. Onder supervisie van de Raad van Hogere Oelema moesten alle niet-islamitische wetten verdwijnen. De religieuze politie zou meer bevoegdheden krijgen. Er moest maximale controle komen op de overheidsuitgaven en op het islamitische gehalte van onderwijs en tv-programma's.

Uiteraard hadden de ondertekenaars geen goed woord over voor de vs, waarmee het Huis van Saoed bevriend bleef, 'ondanks Amerika's vijandige politiek jegens de moslims'. Men vond dat allianties alleen gesloten mochten worden met moslims, niet met ongelovigen. Het advies was in feite een naïeve poging van nostalgische fundamentalisten om te komen tot een herstel van de islamitische modelmaatschappij van het 18de-eeuwse Dir'iyyah. Het resultaat zou een soort Talibaan-staat zijn geworden.

'Het was een oprecht advies', houdt al-Tuweijri vol. 'Alleen ging het niet zoals we wilden.' De reactie van het regime was voorspelbaar. Een deel van de oppositie verdween achter de tralies, er werd gemarteld. Anderen, zoals Osama bin Laden, vluchtten naar het buitenland. En al-Tuweijri? Hij liet zich inpalmen door het regime. Sinds 1997 heeft hij zitting in een tandeloze adviesraad die de koning bij wijze van parlement in het leven heeft geroepen. 'Ik wilde eigenlijk geen lid worden', bromt hij, 'maar ik had geen keus. Had ik geweigerd, dan was dat opgevat als een oorlogsdaad.'

Er was er maar één, die wél de wapens opnam, en dat was Osama bin Laden. Nu presenteert Bin Laden zich als de legitieme opvolger van Mohammed ibn 'Abd al-Wahhab, die meent de islam te moeten beschermen tegen het agressieve Westen. In de jihad van Bin Laden heeft het Huis van Saoed afgedaan als bondgenoot. 'Wij hebben aangetoond dat uw regime onislamitisch is. U dient af te treden', schreef Bin Laden in 1995 in een open brief aan koning Fahd. Daarmee legde hij een bom onder de historische alliantie tussen de wahhabieten en de troon.

Misschien moeten we Bin Ladens aanslagen in Amerika dan ook zo interpreteren û niet als een symbolische daad 'uit naam van de vertrapte moslims van Palestina tot Kasjmir', maar als een gecalculeerde aanval op het Huis van Saoed. Door de Verenigde Staten, de Grote Beschermheer van de Saoedische monarchie, in het hart te treffen en daarvoor Saoedische zelfmoord-terroristen te gebruiken, heeft Bin Laden de relaties tussen Saoedi-Arabië en de vs immers danig verzuurd. De Saoedische pers staat bol van kritiek op Amerika's optreden in Afghanistan en Israël, en zelfs kroonprins 'Abdallah verwijt de vs partijdigheid.

Maar daar gelooft al-Tuweijri niet in. Hij erkent dat het Saoedische regime met zijn hardhandige reactie op de Brief van Eisen het ontstaan van Al-Qaeda heeft veroorzaakt. Maar dat wil niet zeggen dat hij ook gelooft dat Bin Laden achter de aanslagen van 11 september zit. 'Die video waarop Osama zegt erbij betrokken te zijn, is gefabriceerd', zegt hij met een stalen gezicht. 'Bin Laden heeft het niet gedaan. Ik geloof dat de Mossad erachter zit, samen met extreem-rechts in Amerika.

Ze hadden gewoon een reden nodig de islam aan te vallen.'

Na het zonsonderganggebed stroomt een groep jonge Saoedische mannen vanuit de moskee naar de bibliotheek van sjeik al-'Awda. Bij binnenkomst wordt iedereen begeleid naar een soort bedoeïenentent. Binnen liggen kussens langs de wanden. De ongeveer 150 jongemannen om mij heen gaan gekleed volgens de snit van de streek: baard, smetteloos wit gewaad en een roodwit geblokte doek, de ghoetra, op het hoofd, maar dan zonder het zwarte koord dat de doek op zijn plaats houdt. Volgens de overlevering zou de Profeet dat koord niet gedragen hebben, en dus doen zij dat ook niet.

Dit is Bureida, een stadje 350 kilometer ten noorden van Riad dat bekendstaat als het kloppend hart van het wahhabisme. Ofwel, het Staphorst van Saoedi-Arabië. Toen hier in 1963 een meisjesschool werd geopend, werd er meteen gedemonstreerd. Dat gebeurde ook in 1994. De aanleiding was de arrestatie van de dissidente prediker Salman al-'Awda, die het Memorandum aan de koning had ondertekend en die vanuit de moskee felle kritiek leverde op de Saoedische prinsen. Zijn ideeën waren van grote invloed op Osama bin Laden. Hij beschouwt al-'Awda als een vertegenwoordiger van de échte oelema, in tegenstelling tot de gepamperde hypocrieten die het regime heeft aangesteld.

Al-'Awda kwam in 1999 weer vrij, op voorwaarde dat hij niet meer zou preken in de moskee. Nu zit de 46-jarige sjeik elke donderdagavond als een popster in zijn eigen tent in de schijnwerpers en geeft hij onder het gerieflijk gesnor van een videocamera zijn mening over de toestand in het Land der Wahhabieten. Het wordt een gelikte performance, vol Arabische taalgrappen die de sjeik produceert met de snelheid van een mitrailleur. Inmiddels zit de tent barstensvol. Voor de meesten is het een leuk avondje uit.

Vanavond luidt de titel 'Vrijheid en sharia'. Het wordt een slim opgezette aanval op de verwesterde secularisten in het land. 'Vrijheid van meningsuiting en ontwikkeling is het recht van ieder mens. Volgens de islam mag een regering niemand dat recht onthouden', begint de sjeik met een steek onder water voor het regime. Maar hij maakt meteen duidelijk dat er grenzen zijn. Zo mogen moslims zich weliswaar laven aan westerse wetenschap, maar dienen zij deze altijd te toetsen aan de sharia. Zo zijn zaken als klonen en geslachtsverandering volledig in strijd met de islam. 'En wat heb je eraan?', stelt hij. 'Via de profeet heeft God ons toch duidelijk gemaakt wat een vrouw is en wat een koe?' Gelach in de tent.

'De islam maakt geen onderscheid tussen verstand en godsdienst', houdt sjeik al-'Awda ons voor. Doelend op de Saoedische liberalen zegt de sjeik: 'Met westerse wetenschap moet je je daarom altijd afvragen of deze betrouwbaar is. Maar zij die het Westen slaafs imiteren zonder na te denken, vallen de islam in feite aan. Want op deze manier smokkelen zij al het slechte dat de Amerikanen en de joden verzonnen hebben, het land van de islam binnen. Dat is de reden waarom de islamitische wereld zo achterloopt bij het Westen.'

Terwijl het publiek als gehypnotiseerd naar de sjeik luistert, worden discreet briefjes doorgegeven. Het zijn persoonlijke verzoeken van aanwezigen, die de sjeik om advies vragen. Bijvoorbeeld: 'Moet ik van mijn vrouw eisen dat ze mij eerst toestemming vraagt, voordat ze naar de buren gaat, of kan ik haar gewoon laten gaan?' Terwijl al-'Awda antwoordt, dringt het tot me door dat de tijden sinds 'Abd al-Wahhab nauwelijks veranderd zijn. Beslissingen worden overgelaten aan de sjeik en zijn meningen worden geslikt voor zoete koek. Niemand zal opstaan en tegen al-'Awda zeggen dat hij zichzelf tegenspreekt over de vrijheid van meningsuiting: sjeiks als hij mogen alles roepen, maar tegelijkertijd pleit hij voor censuur op televisieprogramma's.

Even later word ik met twee zoenen begroet door de man die door de Saoedische oppositie-in-ballingschap wordt beschouwd als de belangrijkste dissidente prediker van Saoedi-Arabië. De directe aanhangers van sjeik al-'Awda zijn geconcentreerd in de streek rond Bureida. Hun aantal is moeilijk te schatten, maar loopt waarschijnlijk in de tienduizenden. Met zijn kritiek op het Saoedische koningshuis en de pro-Amerikaanse politiek daarvan vertolkt hij echter de mening van honderdduizenden conservatieve Saoedi's, zo niet meer. Sjeik al-'Awda lijkt oprecht blij te zijn met mijn bezoek, dat onaangekondigd was, omdat ik zo min mogelijk de aandacht van de Saoedische autoriteiten wilde trekken. Morgenochtend, belooft hij, zal hij mijn vragen beantwoorden. Voorlopig ben ik zijn gast. 's Avonds laat de sjeik een maaltijd aanrukken en dineer ik met zijn assistent Khalid, die godsdienstleraar is op een middelbare school in Bureida.

'Wat vertel je je leerlingen over de aanslagen in de vs', wil ik weten, terwijl we met onze vingers een schaal van rijst en schaap delen. 'Dát? Dat heeft niets met islam te maken. De sjeik zegt dat dat een misdaad is', zegt Khalid. En Osama bin Laden? Hij zucht: 'Vraag dat morgen maar aan de sjeik. Ik vertel mijn leerlingen liever hoe ze moeten leven volgens de traditie. Zoals tafelmanieren. Wist je dat je volgens de profeet je vingers mag aflikken tijdens de maaltijd? Kijk.' Hij stopt zijn vingers demonstratief in zijn mond en duikt weer in onze schotel.

'Laten we er geen doekjes om winden', zegt sjeik al-'Awda de volgende ochtend. 'Iedere moslim haat Amerika en wil Amerika bevechten, diplomatiek of militair. Maar de islam staat niet toe dat daarbij onschuldige burgers worden gedood.' Hij schenkt koffie uit een kan met een vogelbek. We zitten naast elkaar op de kussens in zijn salon. 'Oh, er zijn veel moslims hier in Bureida die tegen mij zeggen: "Die ongelovige Amerikanen die zijn gedood, dat is hun lotö. Maar daar ben ik het niet mee eens. Ongeloof is geen reden om iemand te doden. Maar je moet je wél afvragen: waarom is Amerika het doelwit van terrorisme?

'Mijn antwoord is dat Amerika briljant is in het creëren van vijanden, vooral onder moslims. Kijk naar wat er gebeurt in Palestina, waar Amerika Palestijnen afslacht met een joods mes. Of in Afghanistan. Niemand weet wat de reactie van deze onderdrukte moslims zal zijn, alleen dat deze geen grenzen zal kennen. Wie had gedacht dat Amerika met al zijn raketten en vliegtuigen zou worden overrompeld als een Derde-Wereldland? God is almachtig.'

Al-'Awda staat op om vier gasten uit Riad te verwelkomen. Allen hebben een doctorsgraad in Groot-Brittannië behaald. We luisteren aandachtig naar de sjeik die vertelt over zijn ontmoeting met Osama bin Laden, dertien jaar geleden, nog voor de Golfoorlog. 'Hij had gevochten in Afghanistan, maar hij had nog weinig ideeën. Osama is een doener, geen denker. Later, in de gevangenis, las ik zijn pamflet waarin hij opriep tot een jihad tegen de joden en de kruisvaarders. Ik was niet onder de indruk. Ik geloof ook in jihad, maar niet met het zwaard, zoals Osama, maar met woorden.'

Al-'Awda wijst ook op het negatieve effect dat de aanslagen in de vs hebben gehad op het missiewerk van de Saoedische organisaties die in het Westen het wahhabisme propageren. Terreur levert slechte propaganda op, meent hij. Het is bekend dat de sjeik Saoedi-Arabië, de plaats waar God de koran heeft neergezonden, ziet als een staat met een goddelijke opdracht, het verspreiden van de islam. Zou de regering het missiewerk dwarsbomen, dan zou dat worden beschouwd als een breuk in het contract tussen de wahhabieten en het koningshuis.

Ik vraag de sjeik wat hij zou zeggen tegen George Bush als die hier bij ons in de salon zou zitten. Al-'Awda positioneert een denkbeeldige president tussen de PhD's voor hem, en zegt dan: 'Wat betreft Saoedi-Arabië, zou ik zeggen: Bush, het is niet voldoende om goede relaties te hebben tussen jouw regering en die van Saoedi-Arabië. Want als het volk daarmee niet tevreden is, dan zou het wel eens het recht in eigen hand kunnen nemen. Verder zou ik zeggen: Rechtvaardigheid, Bush, is de enige manier om een goede relatie met de moslims te hebben. Laat Amerika binnen haar eigen grenzen blijven, dan komen er geen problemen.'

'Vóór 11 september vonden de meeste Saoedi's Bin Ladens ideeën belachelijk. Nu sympathiseren de meesten met hem', had dr. al-Tuweijri in Riad gezegd. Maar ik geloof hem niet. Tijdens mijn reis door het Land der Wahhabieten spreek ik met sjeiks, islamisten, wetenschappers, studenten en soldaten van de Nationale Garde, maar ik kom geen enkele aanhanger van Osama bin Laden tegen. Saoedi-Arabië, zo merk ik, is niet een land van Bin Ladens, maar een land van 'Bin Lakins'.

Deze woordspeling deed opgeld in de Arabische pers in de eerste weken na 11 september. Het Arabische woord lakin betekent 'maar', en dat is het woord waarmee figuren als sjeik al-'Awda hun veroordeling van de terreuraanslagen in de vs afzwakken: 'Het is allemaal heel erg wat er gebeurd is, maar Amerika heeft het aan zichzelf te wijten.' De Saoedische afkeer van de Amerikaanse politiek in het Midden-Oosten is overal in het land tastbaar. Maar dat is nog niet hetzelfde als steun voor Bin Laden. Na het instinctieve 'ja maar' volgt meestal een uiting van afgrijzen over de zelfmoordterreur.

Dat wil nog niet zeggen dat Saoedi-Arabië geen potentiële Bin Ladens kan voortbrengen. Deze mogelijkheid ligt wel degelijk besloten in de wereldvisie van 'Abd al-Wahhab en zijn nazaten. In hun visie is het Land der Wahhabieten het centrum van het universum, een land met een goddelijke opdracht. De wahhabieten beschouwen zich als de enige ware gelovigen die voorbeschikt zijn eeuwig strijd te leveren met de ongelovigen en de 'hypocrieten', afvallige moslims die het land van de islam cultureel en moreel willen vervuilen. Het is een strijd van 'wij' tegen 'zij'.

Voor de 18de-eeuwse 'Abd al-Wahhab lagen de zaken tamelijk eenvoudig. Hij voerde zijn jihad in een overzichtelijke bedoeïenenwereld, waar de inwoners in feite al goede moslims waren. Zijn erfgenamen hebben het heel wat moeilijker. Hun wereld is binnen enkele decennia volledig verwesterd met Amerikaans opgezette steden, winkelcentra, internetcafés, Harvard-PhD's en MacDonald's. Om maar te zwijgen van de vijf miljoen Aziatische en westerse gastarbeiders en het morele verval dat hun komst naar Saoedi-Arabië heeft gebracht in de vorm van drugs en illegale seks.

Het resultaat is een schizofrene wereld. Neem de Saoedische studenten met wie ik in de jaren tachtig in Jeddah studeerde. Overdag baden zij vroom, maar 's avonds onder het genot van Led Zeppelins Whole Lotta Love rookten ze de stickies die ze stiekem verborgen hadden gehouden tussen de bladzijden van hun koran. In zo'n gecompliceerde omgeving klampen miljoenen gelovige Saoedi's zich traditioneel vast aan hun geestelijke leiders voor álle aspecten van hun leven: huwelijk, echtscheiding, geld lenen, jihad, masturbatie, noem maar op. Aan hun fatwa's, religieuze uitspraken, wordt niet snel getwijfeld. Dat merkte ik in Bureida. Het is een omgeving waarin het denken wordt overgelaten aan de specialisten.

Fatwa's kunnen worden verkregen via de websites van de sjeiks û sjeik al-'Awda is te vinden onder www.islamtoday.net û of via televisieprogramma's. En verder zijn ze in boekvorm overal te koop. Zo kocht ik in een supermarkt een bundel van de prominente sjeik Muhammad bin al-'Uthaymayn, een lid van de door de overheid benoemde Raad van Hogere Oelema. Deze geeft een goed inzicht in de vragen waarmee Saoedi's worstelen. Bijvoorbeeld: 'Mag ik, zoals westerlingen, de verjaardag van mijn kinderen vieren?' Of: 'Mag ik gezamenlijk met een niet-moslim eten?' Over dat laatste is de sjeik duidelijk. 'Er horen helemaal geen niet-moslims op het Arabisch schiereiland aanwezig te zijn', sneert hij.

Maar ook de jihad is voor sommige vragenstellers springlevend. 'Is het correct dat de Profeet heeft gezegd dat de innerlijke jihad belangrijker is dan de jihad tegen de ongelovigen?' vraagt iemand. 'Je moet eerst jezelf overwinnen, voordat je de ongelovigen kunt bestrijden', beaamt de sjeik. 'Want doden druist in tegen de ziel van de mens.' Maar dat ontslaat de moslim niet van zijn plicht: 'Want God heeft gezegd: U is voorgeschreven te strijden, ook al is het met tegenzin. Maar mogelijk hebt u tegenzin in iets, hoewel het toch goed is voor u.

En mogelijk hebt gij welbehagen in iets, hoewel het toch slecht is voor u. Doch God weet en gij weet niet (Koran 2: 216-217).'

En dat laatste is precies het probleem van Saoedi-Arabië. M

Leo Kwarten is arabist, antropoloog en publicist.

Hij is werkzaam als consultant voor bedrijven in het Midden-Oosten.

Louis Visser is freelance illustrator.

[streamers]

Saoedi-Arabië bidt. Nee, móét bidden

'Abd al-Wahhab gaf het voorbeeld door een overspelige vrouw te laten stenigen.

Al het geld verdween in de zakken van de 8.000 prinsen van het huis van Saoed.

De 46-jarige sjeik zit elke donderdagavond als een popster in zijn eigen tent.

'In Palestina slacht Amerika Palestijnen af met een joods mes.'

'Het is allemaal heel erg wat er gebeurd is, maar Amerika heeft het aan zichzelf te wijten.'