In driedelig pak over de Koppenberg

Veertien jaar lang liet het wielerpeloton tijdens de Ronde van Vlaanderen de Koppenberg links liggen. Morgen ligt de bult bij Oudenaarde weer in het parcours. Extreem zwaar? Niet echt. Een fenomeen? Zeker en vast!

Niet zo lang geleden was het nog een behoorlijke prestatie om bovenop de Koppenberg te geraken, zoals het bovenste gedeelte van het Steengat heet, een sterk hellende smalle weg in Melden.

Niet dat het zo'n bijzonder lange klim is: 550 meter. Steil op sommige plaatsen, dat wel. Gemiddeld elf procent, maximaal 22, met in de binnenkant van de bocht op die plek een hellingspercentage van 25. Wat de Koppenberg in combinatie met de steilte zo lastig maakte, waren de kasseien die ver uit elkaar lagen, alsof ze door een dronken stratenmaker in het donker waren neergelegd. `Als rotte, losgeslagen kiezen lagen de meeste kasseien er bij', aldus een treffende vergelijking op de website van de Ronde van Vlaanderen (www.rvv.be).

Als het geregend had, veranderde de Koppenberg in een glijbaan. En omdat de huizen op de top geen riolering hadden, liep het afvalwater langs de Koppenberg naar beneden. De hoge ruggen in het midden van het weggetje maakten de beklimming tot een extra gecompliceerde onderneming. En wie verkeerd schakelde, toen nog met de ouderwetse commandeurs, viel omver. Met het kliksysteem in de remgrepen is schakelen bergopwaarts tegenwoordig geen probleem meer.

Op een mooie voorjaarsdag in april van het vorig jaar, bij een verkenning van het heuveltje dat in de overlevering reusachtige proporties had aangenomen, lukte het zelfs niet in één keer met een auto de Koppenberg te bedwingen. De kasseien waren nog wat vochtig en halverwege de beklimming deed dat de wielen van de voorwielaangedreven verslaggeversauto met 118 paardekrachten slippen. De wagen gleed achteruit en er zat niets anders op dan het nog een keer te proberen, nu met op het eerste gedeelte van de heuvel de voet iets dieper op het gaspedaal. De tweede keer lukte het wel. Volgauto's hadden in het verleden hetzelfde probleem, hoewel ze met uitzondering van de auto van de wedstrijdleiding al gauw werden omgeleid.

In de twaalf keer dat de Koppenberg onderdeel was van de Ronde van Vlaanderen, viel daar veel spektakel te beleven. Volgens sommigen te veel. Het woord circus viel al gauw bij critici. Onder hen Hein Verbruggen, voorzitter van de internationale wielerunie. `Ik herinner me dat ik ooit in de Verenigde Staten een tv-reportage zag over de wielersport in Europa', zegt hij in het boek Het Wonder van Vlaanderen. `Een kwartier lang had men het over niets anders dan over de Koppenberg en de waanzin op haar flanken. Op die manier creeert men een beeld van de wielersport dat niet met de werkelijkheid overeenstemt.'

Beelden om de woorden te illustreren waren er in overvloed tussen 1976 en '87. Al direct in '76, het jaar dat de Koppenberg debuteerde in het parkoers van de Ronde van Vlaanderen, was al sprake van een ravage in het peloton, schrijft Rik Vanwalleghem in Het Wonder van Vlaanderen: `Marc Demeyer, Roger De Vlaeminck, Francesco Moser, Freddy Maertens en Walter Planckaert (de latere winnaar, red.) raakten fietsend over de top. Wat daar achter kwam klonterde als een stremsel bijeen. De puinhoop was niet te overzien. De grote Merckx zag men hulpeloos te voet naar boven struinen. In de chaos probeerden de volgwagens zich door het kluwen van renners en toeschouwers te boren.' De elf edities die vanaf '77 volgden waren varianten op dit clowneske tafereel. In dat jaar inspireerde de Koppenberg renner Gerrie Knetemann tot het maken van twee gedichten. Zijn eerste staaltje van wielerpoëzie heet toepasselijk:

Koppenberg 1

Er was eens een heuvel met koppen

wie gaat daar nou niet naar de knoppen

die puist is zo lastig en steil

je komt er boven als een dweil

menig kampioen

heeft er moeten stoppen

Toen de Deense koploper Jesper Skibby in 1987 op de Koppenberg vermoeid omver viel en een volgwagen van de Belgische wielerbond over zijn wielen reed, was het mooi geweest. Stoppen kon de auto niet op dit gedeelte; de wagen had op die steile plek vanuit stilstand nooit meer kunnen optrekken. De internationale koerscommissaris die in het open dak van de volgwagen stond, ontsnapte volgens de Belgische krant Het Nieuwsblad ternauwernood aan steniging door de woedende menigte. Vanaf dat moment was de Koppenberg geschiedenis. En die wordt nu na een opknapbeurt nieuw leven ingeblazen. In de tussentijd, in 1995, kreeg de Koppenberg een beschermde status, `omwille van zijn industrieel-archeologische, historische en sociaal-culturele waarde'.

De stratenmakers van de NV Paul van Hulle uit Tielt haalden eerste alle oude kasseien weg. Vooral porfierstenen van verschillende grote, en de `primitieve' greskeien, ook wel Napoleonkoppen genoemd. Bij de herbestrating werden ze opnieuw gebruikt. Ook de geasfalteerde aanloop naar de heuvel werd opgebroken en vervangen door recuperatiekasseien. De betonnen goot, waar in het verleden veel renners belandden in hun ultieme pogingen om overeind te blijven, werd vervangen door een goot van kasseien. Verzakkingen kunnen er niet meer optreden en kloven kunnen ook niet meer tussen de kasseien ontstaan, omdat aan de zijkanten brede trottoirbanden werden geplaatst en omdat zich onder de stenen nu een fundering van poreus beton bevindt.

Op eerste paasdag werd de vernieuwde Koppenberg, morgen de zevende van in totaal zestien hellingen, ingewijd. De burgemeester van Oudenaarde, de gemeente waartoe het gehucht Melden behoort, prees de Koppenberg als ,,een buitengewone schepping die ons leven ruggegraat geeft''.

Na de opknapbeurt – een voorwaarde van de organisatie om de puist bij Melden na vijftien jaar weer op te nemen in de Ronde – zou het toepasselijk zijn de renners in driedelige pakken over de Koppenberg te dirigeren. Zo netjes ligt het kuitenbijtertje er nu bij. De kasseien liggen er nog, maar kieren en gaten zijn verleden tijd. Het wegdek is anno 2002 mede door het aanbrengen van steenslag bijna zo vlak als een biljartlaken. Wie hier morgen tijdens de 86ste Ronde van Vlaanderen in de problemen komt, ook al is de aankomst in Meerbeke nog slechts 56 kilometer ver weg, kan beter rechtsomkeert maken. Die heeft niks in `Vlaanderens Mooiste' te zoeken.