Ik kan... strijken

De vervelendste huishoudelijke karweitjes zijn al geruime tijd geleden gemechaniseerd. Voor de afwas zijn er vaatwassers gekomen, de was kan in de automaat en voor het stof pak je de stofzuiger. Maar helaas bleef er één klusje waarvoor nog geen bevredigende oplossing is gevonden: strijken. Ja, ze zijn er wel, strijkmachines, maar ze zijn duur en je moet al een hoop was hebben om dat eruit te halen. Deze situatie is des te zorgelijker nu het strijkend deel der natie – dat voornamelijk uit vrouwen bestaat – zich hardop afvraagt waarom niet ook anderen de strijkbout kunnen opppakken. Het laatste mannelijke privilege, vrijstelling van strijkplicht, ligt zwaar onder vuur. Dat klemt te meer daar uitgerekend mannen drager zijn van een wel zeer strijkintensief kledingstuk: het overhemd.

Voor zelf strijken zijn wel verschillende alternatieven. Je kunt je overhemden ook laten strijken. Dat kost inclusief wassen ongeveer tweeënhalve euro. Goedkoper is het om het strijken aan de bron te bestrijden: door kleren te kopen die niet hoeven te worden gestreken. Het no-iron overhemd bestaat, maar over het draagcomfort kunnen we kort zijn: dat is gering. Er gaat natuurlijk niets boven katoen. Een populair alternatief is tegenwoordig het poloshirt. Staat bijzonder vlot en hoeft eigenlijk niet te worden gestreken. T-shirts kun je strijken, maar het is nergens voor nodig.

Voor het strijken heb je een strijkplank en een strijkbout nodig. De strijkplank is allang geen plank meer. In plaats van het krakende en piepende hout van vroeger zijn er nu fraaie constructies van metalen buizen en stoomdoorlatende bovenplaten. Ze zijn verstelbaar en ze scheppen de illusie dat je ook zittend kunt strijken. Die illusie is vals: strijken gaat alleen maar goed als je erbij gaat staan. De prijzen beginnen bij ongeveer 40 euro.

Een strijkbout koop je al voor ongeveer 25 euro, maar beter is om er iets meer voor uit te geven. Vrijwel alle strijkbouten produceren stoom. Dat is omdat alleen enigszins vochtig goed zich goed laat strijken. Het strijkgoed lichtjes inspuiten met een plantenspuit geeft ongeveer hetzelfde effect.

Dan het strijken zelf. Van groot belang is het op de juiste wijze deponeren van het strijkgoed op de plank. Slordig neerleggen en er dan met de bout overheen raggen geeft desastreuze resultaten. Belangrijk is het zo plat mogelijk neerleggen, en het strijkgoed met de vrije hand lichtjes aanspannen. Voor dat aanspannen moet zoveel mogelijk de punt van de strijkplank worden benut: haak daar het overhemd omheen. Zet de bout voor katoen op vrij heet en druk niet te hard.

De volgorde is van groot belang. Alle delen van het hemd die dubbel zijn uitgevoerd, dus de manchetten, het beleg en de boord moeten het eerst. En van die delen moet de kant die straks niet te zien is weer het eerst onder de bout. Bij de manchetten en het beleg dus de binnenkant, bij de boord de buitenkant. De verkeerde volgorde geeft talloze kleine rimpeltjes.

Na de dubbele delen: de mouwen. Die strijk je in drieën. Leg de mouw eerst zo vlak mogelijk op de plank, en zo dat de vouw op de naad valt (die altijd aan de onderkant zit). Strijk de mouw, maar strijk hem niet helemaal plat; strijk dus geen vouw in de bovenkant van de mouw. Draai de mouw om en strijk de andere kant. Vouw de mouw nu zo, dat de naad middenonder ligt, en strijk de bovenkant van de mouw, maar alleen het midden; strijk niet tot aan de randen.

Als dit allemaal redelijk is gelukt, is de rest kinderspel. Strijk de voor-, zij- en achterpanden. Gevorderde strijksters vouwen het overhemd nu mooi op en knopen alle knoopjes dicht. Dat is natuurlijk nergens voor nodig. Hang het hemd open aan een knaapje. Probeer bij het strijken zoveel mogelijk het nuttige met het onaangename te verenigen: kijk televisie, volg een talencursus op cassette of voer een goed gesprek.