Hollands Dagboek: Gerritjan Eggenkamp

Afgelopen weekend roeide de Delftse student informatica Gerritjan Eggenkamp (26) met zijn studiegenoten uit Oxford de fameuze Boat Race op de Thames. Eggenkamp volgt een ingenieursopleiding op Keble College en heeft een vriendin, Christine. `Mijn telefoon gaat uit. Afleiding kan ik niet gebruiken.'

Woensdag 27 Maart

Normaal gesproken trainen we tweemaal per dag, maar in de aanloop naar de wedstrijd is het belangrijk dat we uitrusten. Vandaar dat we deze dag maar één training op het programma hebben en uitslapen. Om half negen zitten we aan het ontbijt. Sinds anderhalve week wonen we met onze ploeg in een huis op 32, Lonsdale Road (vlakbij Hammersmith Bridge). Daar worden we verzorgd door Heather Boxer en haar dochters en vriendinnen. Al meer dan een decennium neemt zij de Blue Boat de laatste twee weken voor de wedstrijd onder haar hoede. Zij doet alle boodschappen, kookt onze maaltijden en wast onze kleren: het is alsof ik weer klein ben en bij mijn ouders thuis woon. Het huis ademt de sfeer van de Boat Race, met aan de muren foto's van de ploegen die ons voor zijn gegaan. De ideale plek om als ploeg naar de race toe te leven.

Het eerste deel van de ochtend wordt gevuld door een uitgebreid gesprek over wat ons op de wedstrijddag allemaal te wachten staat. Hierdoor geïnspireerd vertrekken we om half twaalf naar Putney voor onze training. Door het zwaar deinende water (veroorzaakt door golven van andere boten en een erg sterke vloed, de Tideway is zonder sluis verbonden met de zee) loopt onze training niet lekker. Iedereen in de boot voelt dat en raakt licht geïrriteerd.

Gefrustreerd komen we van het water. Onze coaches analyseren de training. We staan de verzamelde pers kort te woord en rijden naar huis met in ons hoofd wat er morgen beter moet.

's Middags maken we de ploegfoto, die samen met een foto van de wedstrijd in het botenhuis moet komen te hangen. Ook komt umpire Simon Harris langs. De wedstrijd, vertelt hij, kent eigenlijk maar twee regels. De eerste regel luidt dat je de middelste bruggaten moet nemen en de tweede dat de umpire beslist. Zodoende is zijn rol zeer belangrijk, vooral na de clash van vorig jaar. Toen zag Oxford na een discutabele herstart zijn voorsprong verloren gaan. Harris doet er alles aan ons duidelijk te maken wat hij wel en niet tolereert. Het ene na het andere race-scenario passeert de revue en Harris vertelt hoe hij daarop zal reageren.

Nu de race zo werkelijk dichtbij komt, wordt de spanning weer goed voelbaar. Tijdens het gesprek kan je ieders mondhoeken zien verstrakken. Om weer wat te ontspannen kijken sommigen een film, ik lees nog een uurtje in Umberto Eco's Baudolino en daarna eten we. De dag wordt afgesloten met een tactics meeting. Die hebben we om de dag en daarin bespreken we onze tactiek voor beide stations: een uur voor de wedstrijd wordt in de toss beslist wie mag kiezen aan welke kant van de rivier de ploegen roeien, en omdat de rivier beschikt over twee zeer lange bochten, moet je precies weten waar je je moves wilt uitvoeren. Om tien uur gaat het licht uit.

Donderdag

Terug naar het normale ritme. Onze `stuur' Pete komt ons om kwart over zes wekken. Snel ontbijten en dan naar het botenhuis, waar een spiegelgladde Tideway ons in de zon ligt op te wachten. Na onze matige training gisteren is iedereen ontzettend scherp. We varen één van de beste trainingen ooit. We doen onze wedstrijd-warming-up en daarna een aantal blokken van twintig halen op wedstrijdsnelheid.

Nadat we gedoucht hebben, is er een kwartier voor de pers. Ik word geïnterviewd door Studio Sport en een fotograaf maakt een foto voor de Geassocieerde Persdiensten (GPD). De hoeveelheid media-aandacht is ongelooflijk. Deze laatste dagen vind ik het behoorlijk lastig. Ik heb geprobeerd alle media te woord te staan voor we de laatste paar dagen in gingen, maar (waarschijnlijk doordat er inmiddels zoveel in Nederland over de Boat Race geschreven is) nu storten de overige journalisten zich ook nog eens op mij. Ik kan mijn mobiele telefoon niet meer aanzetten of de radio hangt aan de lijn. Mijn telefoon gaat uit. Afleiding kan ik niet meer gebruiken.

Terug op Lonsdale Road wacht ons een uitgebreid ontbijt – pasta, scrambled eggs en brood. Daarna slaap ik even een half uurtje en lees ik. Om half twaalf gaan we weer het water op en doen we een aantal starts vanaf de stake boats, die nu in het water liggen. Na de training weer wat uitrusten en lezen op bed, waarna we Rocky IV kijken, een van de vele klassieke cliché-sportfilms die we de afgelopen periode gezien hebben. Na de film kijken we de Boat Races van 1988 en 1998.

Na het eten zet ik mijn telefoon aan om Christine te bellen. Dan belt de heer Suer van Nationale-Nederlanden (die mijn jaar hier mede mogelijk gemaakt hebben) om ons succes te wensen. Hij is niet de enige, want als ik even later mijn e-mail ophaal, word ik overstelpt door succeswensen. Om tien uur gaat het licht weer uit.

Vrijdag

Ook deze dag gaat in het gebruikelijke ritme. Om half acht trainen, daarna eten en wat uitrusten. We hebben een vrij korte tactische meeting vlak voor de training en gaan om twaalf uur weer het water op. Na een korte warming-up van twintig minuten oefenen we nog een keer de eerste twee minuten vanuit de start, waarin we een erg goed ritme vinden. Een prettige bevestiging van ons kunnen. Na de training zie ik mijn vriendin Christine en goeie vriend Gijs even kort. Een goed weerzien, want Christine had ik alweer een maand niet gezien. Ons busje vertrekt onverbiddelijk na een kwartier, dus we begeven ons weer naar huis. De middag brengen we op dezelfde wijze door: eerst op bed en daarna met een film, nu Gladiator. Om de spanning wat te breken wandel ik een stukje langs de Thames. Dat herhalen we 's avonds met de gehele ploeg. De Tideway ligt er nu spiegelglad en doodstil bij. We stellen ons voor hoe het er morgen uit zal zien en hoe de race zich zal ontwikkelen en komen tot de conclusie dat het stuk onder Hammersmith Bridge cruciaal kan worden.

Zaterdag

Ik slaap relatief goed voor een nacht voor de wedstrijd. Op een spiegelgladde Tideway roeien we ons in alle vroegte los. De politie en BBC zijn hard aan het werk alles in gereedheid te brengen als we om half negen weer terug naar huis rijden. Honderden meters kabels worden neergelegd en een hele zendmast wordt opgebouwd, terwijl de politie bezig is auto's weg te slepen en hekwerk neer te zetten. Voorzover we kunnen eten doen we dat en iedereen gaat even liggen. Drieënhalf uur voor de wedstrijd eet ik mijn laatste boterhammen, waarna we om 11.15 uur onze laatste tactische bespreking hebben. Ons tijdschema voor deze dag is tot op de minuut vastgelegd.

Om 12.05 uur arriveren we bij ons botenhuis. Een enorme menigte juicht ons toe als we uit ons minibusje stappen. We verkleden ons en ieder bereidt zich op zijn eigen manier voor. Ik visualiseer de race nog twee keer. In een inmiddels gigantische menigte lopen we onder luid gejuich naar de toss. Het schijnt dat er deze dag 300.000 mensen hier in Londen zijn, en aan de menigte te zien kon die schatting wel eens waar zijn.

Tot onze grote verrassing kiest Stallard, de Cambridge President, Middlesex Station: ze rekenen dus op een lang gevecht en willen de laatste binnenbocht hebben, maar gaan er tevens vanuit dat ze ons op de lange Surrey bocht kunnen houden (zij hebben daar de buitenbocht).

Nu duidelijk is welk station we hebben, wordt duidelijk welk plan we gaan gebruiken. Eenieder rekt en strekt nog wat totdat we onder een zee van lawaai onze boot naar buiten dragen, instappen en wegroeien voor de warming-up. Aan de andere kant van Putney Bridge is het plotseling oorverdovend stil. In zeer sterk deinend water gaat het inroeien slechter dan ooit, maar gelukkig houdt iedereen het hoofd koel en sluiten we af met een ontzettend scherp opzetje.

Terug het lawaai in als we onder Putney-brug doordrijven. Een ongelooflijk lange tijd aan de stake boat voor het startschot valt. De zwaarste race die ik ooit geroeid heb: onder Barnes Bridge begin ik te beseffen dat we gaan winnen: twintig halen voor de streep weet ik het zeker. Gijs komt naar ons toezwemmen. Overweldigende vreugde als ik met mijn ploeggenoten op de kant sta. Het ophalen van de beker. Het te woord staan van de pers. Het Nederlandse legioen dat me komt feliciteren. Het gaat allemaal in een roes voorbij.

We gaan terug naar Lonsdale Road, waar we een receptie hebben. Na een half uur voel ik me zo beroerd dat ik op bed ga liggen en anderhalf uur slaap. Gelukkig, want daardoor voel ik me weer heel veel beter als we naar het `Old Blues dinner' in het Dorchester House gaan. Vanaf daar naar het Boat Race Ball in het Grosvenor House, waar ik mijn familie en vrienden weer zie. Om vier uur zijn we terug in ons huis. Daar bekijken we de video van de race nog een keer. Hangend op de bank eten we de overblijfselen van de receptie en voorzien we de race (en de commentatoren) van het nodige sarcastische commentaar, precies zoals je van een aantal overmoedige dronkaards kunt verwachten.

Zondag

Om negen uur zorgt Luke, de vijf uit onze acht, ervoor dat iedereen ontwaakt. We ontbijten met de ploeg achter de video. Ik loop Hammersmith Bridge over om koffie te drinken met de meer dan honderd supporters van mijn Delftse club Proteus-Eretes: geweldig dat die allemaal zijn komen kijken. Terug in het huis hebben we een nabespreking met onze coaches en de ploeg, waarna we uit elkaar gaan. Althans voor even, want we zullen elkaar in Oxford natuurlijk nog veel zien. Ik pak mijn spullen en ga lunchen met Christine en een aantal vrienden in Notting Hill. 's Avonds uit eten met mijn ouders en vrienden die nog in Londen zijn. Ik ben doodop als we 's avonds terugkomen in het hotel.

Maandag

We ontbijten, pakken onze spullen en vertrekken naar Victoria Station. Christine moet terug naar Nederland en ik ga naar Oxford. In de metro word ik gefeliciteerd. Van elf tot één drinken we samen koffie op Victoria. Gelukkig komt Christine woensdag terug, want we hebben elkaar niet erg veel gezien dit jaar. Ik ontmoet mijn ouders en ga met hen naar Oxford, alwaar ik door mijn huisgenoten ontvangen word. Ze hebben mijn kamerdeur volgeplakt met alle krantenartikelen die ze konden vinden en samen kijken we de race nog een keer. Als Gijs (de zwemmer) en andere goeie vriend Dick-Jan 's avonds in Oxford gearriveerd zijn, gaan we uit eten in Oxford.

Dinsdag 2 april

Ik sta om negen uur op met de bedoeling hard te gaan studeren, maar breng de halve ochtend door met surfen op het internet op zoek naar foto's en verhalen over de race. Ik lunch met Gijs en Dick-Jan. Daarna gaan ze net als mijn ouders de toerist uithangen in Oxford. We spreken om vijf uur af op Keble, mijn college, zodat ik wat kan studeren. Gelukkig krijg ik nu wel wat werk gedaan. Na een uitgebreide tour op Keble zijgen we neer in de Kings Arms voor een recuperatiepils en eten. Dan en Ben, beiden uit mijn ploeg, voegen zich bij ons en nadat mijn ouders naar hun hotel gegaan zijn, proberen we tevergeefs een kroeg te vinden waar wat te beleven is. Omdat er op het moment geen colleges gegeven worden is Oxford uitgestorven.