Hoedt u voor praatjesmakers!

Nogal wat beleggingsadviseurs trekken zich maar weinig aan van de regels. Men adviseert en verkoopt er lustig op los zonder dat men daartoe bevoegd is. Als het mis gaat, heeft de klant vrijwel geen been op om de staan.

Marskramers', noemt hij ze. `Financiële supermarktjes'. Kees Oosterholt is directeur van het Dutch Securities Institute (DSI), kwaliteitsbewaker van de beleggingsbranche. Hij zet grote vraagtekens bij de vele assurantietussenpersonen en hypotheekverkopers die de afgelopen jaren in het beleggingsadvieswerk zijn gegaan. Zijn belangrijkste bezwaren: ze zijn vaak onvoldoende deskundig en de consument wordt niet beschermd als het financiële product niet de beloofde kip met de gouden eieren blijkt te zijn. Bovendien gaat het binnenhalen van vette provisies nogal eens boven het belang van de klant. ,,De goede niet te na gesproken natuurlijk'', haast hij zich eraan toe te voegen.

Officieel heten ze `cliëntenremisiers': meestal assurantietussenpersonen die tegen vergoeding klanten werven voor een onder toezicht staande effecteninstelling, zoals een bank. Een cliëntenremisier mag volgens de Wet Toezicht Effectenverkeer geen effectentransacties aanbieden of geld van klanten in beheer hebben. Het enige wat hij mag, is klanten in zeer algemene zin adviseren over beleggen en ze doorverwijzen naar een erkende instelling, in ruil waarvoor hij provisie ontvangt. Omdat hun bevoegdheden zeer beperkt zijn, hoeven cliëntenremisiers geen vergunning te hebben. Ze moeten wel ingeschreven zijn in het register van de Autoriteit Financiële Markten (voorheen STE), toezichthouder van de effectenbranche.

Maar het is de afgelopen jaren duidelijk geworden dat veel tussenpersonen zich weinig aantrekken van deze regels. Men adviseert en verkoopt er op lustig los, terwijl de klant vaak geen idee heeft dat de tussenpersoon daartoe helemaal niet bevoegd is.

Maar waarom zou dat een probleem zijn? Ook de erkende beleggingsinstellingen maken immers fouten. En bovendien: wie belegt, neemt nu eenmaal een zeker risico.

,,Het probleem is dat er sprake is van ongelijke plichten tussen de vergunninghoudende beleggingsinstellingen en de cliëntenremisiers'', zegt de woordvoerder van Autoriteit Financiële Markten. ,,De eerste groep staat onder direct toezicht en moet aan veel strengere eisen voldoen op het gebied van deskundigheid en betrouwbaarheid dan cliëntenremisiers''. Alle cliëntenremisiers hebben inmiddels een brief ontvangen, waarin ze nog eens duidelijk op hun beperkte bevoegdheden worden gewezen. Wie de regels overtreedt, kan een boete of zelfs verwijdering uit het register tegemoet zien.

De consument heeft daar een dubbel belang bij. Niet alleen moet hij kunnen vertrouwen op de deskundigheid van zijn adviseur, er moet ook een instantie zijn tot welke hij zich kan wenden als hij schade meent te hebben geleden door slechte adviezen. Daarvoor is er de Klachtencommissie van de DSI, maar die staat slechts open voor zaken waarbij een bij de DSI aangesloten effecteninstelling betrokken is. Voorwaarde voor het DSI-lidmaatschap is dat de instelling vergunningplichtig is bij de Autoriteit FM, en dat is een cliëntenremisier nu juist niet. Weliswaar kan de gedupeerde zijn beklag doen bij de civiele rechter, maar bewijzen dat de remisier tekort is geschoten, is lastig omdat er geen regels zijn om diens advies aan te toetsen. Bovendien kost het inhuren van een advocaat al snel duizenden euro's. Moraal van het verhaal: wie zich door een onbevoegde heeft laten adviseren, heeft bij een financiële strop vrijwel geen been om op te staan.

Van de eisen die gelden voor vergunningplichtige beleggingsinstellingen zijn deze twee de belangrijkste: de adviseur moet een volledig profiel van de klant opstellen, zodat diens mogelijkheden en behoeften duidelijk zijn. En de instelling mag de klant geen producten verkopen die niet bij hem passen. `Niet passend' is bijvoorbeeld de helft van het maandelijks gezinsinkomen in opties beleggen. De adviseur wordt geacht een zeker afstand te bewaren en de klant geen onverantwoorde risico's te laten lopen. Blijkt achteraf dat hij zich niet aan de regels heeft gehouden, dan kan hij (en de instelling) daarop juridisch worden aangesproken.

Het advieswerk van nogal wat cliëntenremisiers schoot op deze punten tekort. Onervaren beleggers, opgejut door agressieve reclamecampagnes, hadden alleen nog maar oog voor hoge rendementen. In plaats van hen te wijzen op de risico's, verkochten de adviseurs maar al te graag financiële `wonderproducten' als aandelenleasepaketten en beleggingshypotheken. Iedereen kon immers rijk worden. De risico's werden veelal gebagatelliseerd: elke gulden die niet belegd werd, was een verloren gulden.

Nu het beursfeest voorbij is, zitten veel mensen opgescheept met sterk in waarde gedaalde aandelenpaketten en schulden, waarover forse rentetarieven berekend worden. Ze liggen krom voor torenhoge hypotheken, afgesloten in het vaste vertrouwen dat de toekomstige koerswinsten de financiering van dat mooie, maar net iets te dure huis mogelijk zou maken.

,,Onbevoegde en vaak ook ondeskundige adviseurs hebben hun klanten zeer risicovolle leningen en beleggingen verkocht'', zegt Oosterholt van DSI. ,,En het ging niet om wat overtollige liquiditeiten, maar om het huis waar ze in wonen. Dan raak je iemand in de kern van zijn bestaan. Als het zaakje in elkaar sukkelt, blijven ze met een enorme schuld zitten. Soms voor de rest van hun leven.''

Ruud Land is verzekeringsadviseur in Tilburg en staat als cliëntenremisier ingeschreven bij de Autoriteit FM. Hij deelt de kritiek op sommigen van zijn collega's die, bijvoorbeeld bij het verkopen van consumptieve kredieten, `over lijken gaan om hun provisies binnen te halen'. ,,De rente lijkt vaak op het eerste gezicht heel laag, maar er wordt niet bij verteld dat die tussentijds fors kan worden verhoogd. Bovendien worden mensen door gladde verkopers overgehaald om dure verzekeringen aan te gaan, bij voorkeur op koopsombasis. Als ze er achter komen waar ze voor hebben getekend, hebben ze spijt. Ik noem het gewoon maffia-praktijken.''

Michael van der Heijde, hypotheekadviseur in Den Haag, is milder, maar erkent dat de branche wel wat extra toezicht kan gebruiken. ,,De slechte en provisiebeluste adviseurs moet je aanpakken, maar de meerderheid is gelukkig wel fatsoenlijk.'' Aandelenleaseproducten, zwaar onder vuur de laatste tijd, verkoopt hij wel, maar alleen voor de middellange en lange termijn. ,,Over een langere periode is de kans op winst het grootst, maar niet iedereen heeft tegenwoordig dat geduld. Mensen willen veel sneller resultaat zien.''

Daarmee raakt hij aan een belangrijk punt: de eigen verantwoordelijkheid van de consument. Veel klanten willen maar één ding: snel en veel winst maken. De adviseurs, geholpen door een aantrekkelijke bonus, komen graag aan die wens tegemoet. En als de tussenpersoon hem die beleggingshypotheek niet wil verkopen omdat het naar zijn mening te risicovol is, dan gaat hij toch naar iemand die daar wel toe bereid is?

Om de consument meer houvast te geven, heeft de DSI de `Beleggingswijzer' gemaakt. In dit boekje vindt de consument tien `kardinale vragen' die hij zichzelf en de verkoper moet stellen als hij overweegt om een financieel product te kopen. De Consumentenbond zit ook niet stil. In samenwerking met de Autoriteit FM heeft zij de Financiële Bijsluiter bedacht. Het gaat om een inlegvel, waarop de eisen staan waaraan een financieel product moet voldoen. Vanaf juli zijn banken en verzekeraars verplicht om deze in hun folders en offertes te voegen. De Consumentenbond denkt dat voorlichting van het publiek de beste manier is om wantoestanden tegen te gaan. In het categorisch afraden van risicodragende producten ziet ze niet zoveel. ,,Behalve als het gaat om aandelenleasing'', zegt woordvoerder C. Nijkamp. ,,Daarover hebben wij zo veel klachten van mensen gehoord, dat we zeggen: niet doen.''