Het virtuoze kleurgebruik van Colenbrander

Stroogeel, goudgeel, kopergeel, zand- oftewel grijsgeel, bronsgeel, Napelsgeel, bleekgeel en natuurlijk: geel. Dat keramiekontwerper T.A.C. Colenbrander (1841-1930) hield van geel, blijkt wel uit de inventaris van zijn verfkist. De acht genoemde geeltinten maakten deel uit van het palet van 36 kleuren dat hij koos uit het 73-delig kleurenscala dat speciaal voor hem werd ontworpen in 1922.

Dat de gebruikte emailleverven zich moeilijk lieten aanbrengen op klei en daardoor duur waren, werd gezien als een noodzakelijk offer dat gebracht moest worden aan de egale helderheid van de tint. Het is tekenend voor de manier waarop de Arnhemse plateelbakkerij RAM werkte. Deze keramiekfabriek werd in 1920 door bewonderaars van Colenbrander opgericht met als enig doel zijn werk zo perfect mogelijk uit te voeren. Kosten noch moeite werd gespaard om dit doel te bereiken: behalve over de mooiste kleuren beschikte RAM over de beste schilders en het fijnste kleideeg. En het resultaat was er naar. Colenbranders werk voor RAM behoort tot zijn allerbeste. De ontwerpen zijn nog speelser en fantasierijker dan het revolutionaire werk dat hij tussen 1884 en 1889 maakte voor het Haagse Rozenburg en vele malen intenser dan het ietwat fletse keramiek van plateelbakkerij Zuid-Holland in Gouda (1912-1913). Dat de Arnhemse tentoonstelling van Colenbrander-keramiek voor RAM `Topstukken' heet is dan ook absoluut geen hyperbool van een overenthousiaste conservator.

Wat de RAM-productie extra opmerkelijk maakt is het feit dat Colenbrander al 81 jaar was toen de plateelbakkerij werd opgericht. In de vijf jaar dat hij er werkte ontwierp de bejaarde meester maar liefst 60 vormen en ongeveer 700 patronen, de zogeheten decors. Met ongekend vaste hand bracht hij zijn lijnen en vlakkleuringen in één keer aan op het eenmalig gebakken, matte biscuit. Fouten waren onherstelbaar, de gebruikte waterverf werd meteen in het poreuze materiaal opgezogen. Maar als een Mozart van de keramiek had Colenbrander zijn vormcomposities al helemaal in zijn hoofd af voordat hij ze aan de buitenwereld toevertrouwde. Hij priegelde met miniscule details zonder ooit het effect ervan op het totaalbeeld uit het oog te verliezen.

Typerend voor de late Colenbrander zijn de verregaande abstracties en styleringen. Namen als Bloemenmarkt, Vijver of Levensloop verraden zijn natuurlijke inspiratiebronnen en hier en daar duikt een veelkleurig insect op of is een ontluikende roos te herkennen. Maar in de meeste decors buitelen de kleuren over elkaar in een aaneenschakeling van contrasterende vlakjes die ontstaan door de oversnijdingen van een zwierige contourlijn. Het resultaat heeft een enorme zeggingskracht met een sterk associatieve werking. Niemand zal er moeite mee hebben om in het uit `onnatuurlijk' lila, geel, donkerblauw, wit en groen van Zee een onderwaterwereld te herkennen vol wier, schuim en golven.

In sommige stukken is Colenbranders kleurgebruik op het snoeverige af zo virtuoos. Maar zelfs in Bloemenmarkt (1922), waarin hij maar liefst vijftien kleuren gebruikte, vliegt hij nergens uit de bocht. Onder een rand met een relatief simpel, geometrisch motief ontvouwt zich een onregelmatig mozaïek van vlammend rood, mosgroen, okergeel, diepzwart en zacht roze, dat het oog hongerig alle kanten op doet draaien op het ritme van de elkaar afstotende en aantrekkende kleuren.

Maar er is ook uitermate sober werk. Als geen ander wist Colenbrander een intense spanning op te roepen met zijn geliefde geeltinten, die hij combineerde met zwarte of paarse slierten. Deze decors zijn goeddeels leeg, doen denken aan Oosterse kalligrafie of de kronkels van Joan Miró, maar kennen een enorme dynamiek. Heel knap is ook de manier waarop de ontwerper het lichte beige van de scherf wist te gebruiken als derde kleur.

Hoogtepunt van de tentoonstelling is het vijfdelige kaststel Cathedraal. In de drie forse dekselvazen en twee bekers laat Colenbrander, die van oorsprong architect was, bouw- en sierkunst versmelten. De statige zuilen, elegante spitsbogen en ingenieuze glas-in-lood raampjes waren in 1925 goed voor een gouden medaille op de prestigieuze Exposition internationale des Arts Décoratifs et Industriels modernes in Parijs maar kwalificeren ook ruim driekwart eeuw later nog als proeven van absoluut meesterschap.

Tentoonstelling: Topstukken: werk van T.A.C. Colenbrander voor RAM. T/m 23 juni in Historisch Museum Arnhem. Inl: (026)4426900 of www.hmarnhem.nl