Het dichten van de kloof

Nooit eerder had een nieuwe partij in de peilingen zoveel aanhang als de Lijst Pim Fortuyn. De kiezer is blijkbaar boos. Of in ieder geval chagrijnig. Terecht? Drie politici vertellen hoe ze het vertrouwen van de burger willen heroveren.

Het is nogal potsierlijk als een man die zijn hele leven lang geprobeerd heeft bij de regenten te horen (Fortuyn), of er bij gehoord heeft (Nagel), de regentencultuur ter discussie stelt. Het is ook cynisch – maar wel een bekend gegeven – dat rechtse populisten zich presenteren als voorstanders van meer directe democratie. Het Front National bijvoorbeeld is ook een groot voorstander van meer directe democratie. Het dient om het egocentrisme te verbloemen, en het is ook een effectieve manier om een wig te slaan tussen `de politiek' en `het volk': ,,Politici luisteren niet en streven alleen hun eigen belang na; als we maar meer aan het volk overlaten, gaat alles beter.'' Het pleidooi van rechtse populisten voor meer directe democratie zet mensen op het verkeerde been. Het lijkt allemaal immers uiterst radicaal-democratisch. In werkelijkheid is het vooral een retorisch middel om de legitimiteit van politieke tegenstanders te ondermijnen. Dat Fortuyn en Nagel pronken met het opschudden van de politieke cultuur en met democratisering, past precies in dit stramien.

GroenLinks pleit sinds haar oprichting voor verdergaande democratisering en een open politieke cultuur. En dan gaat het niet over de – eerlijk gezegd nogal `Haagse' – voorstellen van D66, zoals het districtenstelsel. Radicale democratisering betekent dat mensen meer grip krijgen op hun leven, dus bijvoorbeeld ook democratisering binnen het onderwijs en meer zeggenschap over het werk en de eigen leefomgeving. Democratie beperkt zich niet tot het drukken op de knop van de stemcomputer, maar gaat ook over jongerenraden, rechten van werknemers, en buurtbudgetten. Radicale democratisering betekent dus ook mínder macht voor managers, ambtenaren en de vrije markt. Een open politieke cultuur vereist allereerst dat politici weer volksvertegenwoordigers worden.

Politici vereenzelvigen zich nu te veel met het bestuur, ze denken en praten in het bestuurlijk discours, in plaats van posities te kiezen in – inderdaad – een zee van lastige en complexe vraagstukken. Kiezers verwachten van politici standpunten. Volksvertegenwoordiger zijn is niet primair `beter luisteren naar de kiezer'. Natuurlijk, er zijn onder politici vreselijke regenten voor wie een lesje luisteren beslist geen kwaad kan. En wie luistert hoort welke problemen er leven. Maar vervolgens willen kiezers dat politici moreel leiderschap tonen. Dat ook politici durven te kiezen. Democratie begint immers bij de erkenning van tegenstrijdige en botsende belangen. Volksvertegenwoordiger zijn is moeilijk, en moreel leiderschap tonen is moeilijk, en in combinatie met elkaar is het zo mogelijk nog moeilijker. Die twee rollen lijken namelijk tegenstrijdig. Wie volksvertegenwoordiger is doet wat anderen zeggen, wie moreel leiderschap toont trekt zich even niks aan van wat mensen zeggen. Het gaat om de juiste balans tussen die twee rollen.

Niet alleen de kiezers verwachten overigens heldere keuzes: ook de problemen zelf. Pappen en nathouden leidt tot stagnatie, of we het nu hebben over de WAO, de crisis in de landbouw of het Nederlandse ruimtelijkeordeningsbeleid. Als je als politicus overtuigd bent van een bepaalde keuze, is het zaak je kiezers hiervan te overtuigen.

Luisteren naar `de' kiezer kan ook helemaal niet. Kiezers willen heel verschillende dingen, hebben heel verschillende belangen. Natuurlijk zijn er onder groepen kiezers wel tendensen en voorkeuren te ontdekken. Maar het is aan iedere politieke partij zelf om te bepalen daarin mee te gaan, of tegengas te bieden. Opdat we net zo min kunnen spreken van `de' politiek als van `de' kiezer.

Het is een oud punt van GroenLinks: de politieke cultuur in Nederland is veel te gesloten. Kijk naar het spel van politieke benoemingen. Burgemeesters, hoge ambtenaren, leden van adviesorganen, voor al die functies is op dit moment een partijboekje vereist of op z'n minst is dat een enorme aanbeveling. Terwijl slechts 2,5 procent van de mensen lid is van een politieke partij. De grootste partij speelt zichzelf bovendien een onevenredig groot aantal functies toe. De PvdA heeft jarenlang identiek gedrag van het toen nog machtige CDA veroordeeld, maar blijkt een erg goede leerling. Politieke benoemingen, vriendjespolitiek, falende politici die op mooie posities komen: het is funest voor het vertrouwen van mensen in de politiek. Ik pleit niet voor partijboekjes als contra-indicatie, maar wel voor echte open sollicitatieprocedures. Pogingen al deze benoemingen te democratiseren stranden al jaren op (soms wisselende coalities) van PvdA, CDA en VVD. Partijen die bij een verdergaande democratisering inderdaad veel te verliezen hebben.

Mark Kranenburg eindigde zijn artikel (Z, 9 maart) met een oproep tot een reveil voor de publieke zaak. ,,Als de politiek aan het verworden is tot een schiettent, wie beheert dan straks nog het publiek domein?'' Mooi gesproken. Maar ik hoop dat niet alleen politici, maar ook Kranenburgs collega's zich aangesproken weten.

Want de neiging van journalisten om de politiek slechts als spektakel te verslaan begint gevaarlijke vormen aan te nemen. Politici mogen geen kritiek hebben op journalisten. Ik zeg dit daarom als ex-journalist. Journalisten zijn mede verantwoordelijk voor het ontstaan van de `toeschouwersdemocratie' die we met z'n allen zo verafschuwen. Politiek is veel meer dan spektakel waarin je zelf geen rol hebt. Macht noopt tot verantwoordelijkheid; je zou hopen dat de media, niet voor niks de vijfde macht genoemd, die verantwoordelijkheid wat serieuzer nemen.

Mirjam de Rijk is voorzitter van GroenLinks