Het dichten van de kloof

Nooit eerder had een nieuwe partij in de peilingen zoveel aanhang als de Lijst Pim Fortuyn. De kiezer is blijkbaar boos. Of in ieder geval chagrijnig. Terecht? Drie politici vertellen hoe ze het vertrouwen van de burger willen heroveren.

Het dreigt een unieke electorale verschuiving in de parlementaire geschiedenis te worden. Kiezers zijn in groten getale op drift geraakt, de zittende regeringspartijen verliezen in alle onderzoeken meer dan dertig zetels. Het is de vraag hoe normaal onze democratie nog is als twee maanden voor de verkiezingen 20 procent van het electoraat zich afkeert van alle bestaande partijen en het land wil toevertrouwen aan een protestpartij zonder eigen inhoud dan wel aan een charismatische maar rancuneuze columnist zonder partij. Natuurlijk moet er plaats zijn voor nieuwe invloeden. Maar de drift die een groot deel van de kiezers heeft aangeraakt lijkt eerder veroorzaakt te worden door afkeer van het bestaande dan door voorkeur voor het nieuwe. De onvrede heeft veel te maken met ongeduld. Dat ongeduld wordt manifester naarmate mensen zich minder zorgen hoeven te maken om hun eigen welvaart en werk. Daarom is het begrijpelijk dat de paarse claim van sociaal-economisch succes, hoe terecht ook (werkloosheid teruggedrongen, economie gestimuleerd, begroting op orde), weinig indruk maakt. De politiek kijkt voldaan terug op de gewonnen oorlog, terwijl de kiezer bezig is met de volgende. Met het ongeduld van de mondige, consumerende kiezer zal elke politieke beweging moeten leren leven. Regeren, zelfs goed regeren, wordt bestraft als elke individuele wens niet ogenblikkelijk wordt gehonoreerd.

Toegegeven, er zijn terreinen waarop het kabinet minder heeft gepresteerd. Maar het leeuwendeel van de welvarende Nederlandse kiezers zal zich niet kunnen herkennen in het beeld van `rokende puinhopen' dat de protestpartijen schetsen. Dat neemt niet weg dat het sentiment van de kiezer serieus genomen moet worden. Het sentiment wordt voor een belangrijk deel bepaald door het gevoel niet gehoord te worden door een politieke elite die zich vermaakt in instituties als de gemeenteraad en de Tweede Kamer. Het gevoel dat partijen zich minder bemoeien met de gewone burger dan met zichzelf en met elkaar. Het leeft niet alleen bij de potentiële stemmers op Fortuyn en Leefbaar Nederland. Ook anderen die de `genadeloze analyse' van Fortuyn betrekkelijke onzin vinden en voor geen goud diens `krachtig herstelprogramma' uitgevoerd willen hebben, zijn de gapende kloof tussen de politieke kaste en de gemiddelde burger meer dan beu.

Politici die zeggen verrast te zijn door deze ontwikkelingen in het electoraat ontberen inzicht en visie. De fricties tussen het huidige democratische bestel dat sinds begin vorige eeuw geen noemenswaardige aanpassingen meer heeft gekend en de ingrijpende maatschappelijke ontwikkelingen van de laatste decennia lijken op de spanningen van schuivende continentale platen. Het was onvermijdelijk dat langs die Sint Andreasbreuk een majeure beving zou plaatsvinden. Er is al veel gezegd en geschreven over de ontzuiling die de Nederlandse maatschappij zo omvattend heeft veranderd sinds de Tweede Wereldoorlog. Het systeem van indirecte democratie dat wij kennen was geheel toegesneden op die verzuilde samenleving, waar burgers ingebed waren in hun eigen peer group en alle politieke keuzes en beslissingen konden overlaten aan hun vertegenwoordigers aan de top van de zuil. De burger gaf zijn mandaat niet aan een persoon, maar aan zijn beweging. Welke personen de bestuurlijke spilfuncties bezetten deed er minder toe.

De culturele revolutie van de jaren zestig veroorzaakte de diepe scheur in dit fundament die de schuivende platen tot gevolg had. Het was mijn partij D66 die het besef in de politiek bracht dat ook het bestel zou moeten veranderen. De vertrouwde peer groups verdwenen, de eerste politieke personalities deden hun intrede. Maar de verschuiving van de macht van bewegingen naar personen kreeg nauwelijks zijn inbedding in de politieke structuur. Zo bleven de politieke partijen de bestuursposten op de vertrouwde wijze onderling aan elkaar toespelen. Het afrekenen op verantwoordelijkheid gebeurde nog immer in beslotenheid. Elk `schandaal' dat de voorpagina's haalt bewijst het failliet van dit systeem en voedt de onvrede. Niet het schandaal, maar het systeem waarin gebrek aan openheid en ontwijken van verantwoordelijkheid is ingeburgerd is de kern van elk probleem.

De werkelijke opdracht is om democratie weer een levend begrip te maken. Als die opdracht te groot is voor dat establishment, dan is zij inderdaad gedoemd te verdwijnen, om het even wat er voor in de plaats komt. Het is nog niet te laat om de macht van het volk te herstellen. Radicale vernieuwing van de democratische spelregels, openbreken van de incestueuze politieke cultuur en daadwerkelijke verandering van de verkokerde bureaucratie. Mijn partij heeft daarvoor van jongs af aan concrete voorstellen gedaan en doet dat nu weer.

Volksvertegenwoordigers niet meer op de slippen van een lijsttrekker in het parlement toelaten, maar hun een echt mandaat van de kiezer meegeven via een districtenstelsel. De burger de keuze geven wie op lokaal of landelijk niveau het regeringsteam moet gaan leiden. Voor hoge ambten openbare sollicitatieprocedures in plaats van puur partijpolitieke benoemingen. Volwaardige referenda, mét de mogelijkheid van het volksinitiatief (wetsvoorstellen vanuit de bevolking). Een andere politieke cultuur waarin het parlement niet de nadruk op meeregeren legt, maar op daadwerkelijk controleren. Dat kan door niet alleen ministers, maar ook ambtenaren te ondervragen. Voorwaarden zijn een klein regeerakkoord op hoofdlijnen en politieke moed van het kabinet om op de kracht van het eigen argument te vertrouwen.

Ministers zouden niet langer meer managers van departementen moeten zijn, maar verantwoordelijk moeten worden voor clusters van maatschappelijke problemen én oplossingen die meerdere departementen overstijgen. Bijvoorbeeld een minister voor infrastructuur, die delen van Economische Zaken, Verkeer en Waterstaat én Ruimtelijke Ordening aanstuurt, zodat de files echt integraal aangepakt worden. Met zeven van dit soort ministers kan het land dan beter bestuurd worden dan met vijftien nu. Onderministers worden verantwoordelijk voor de departementen, en zo weet de burger wie aangesproken mag worden op ambtelijk falen, en wie op politieke onmacht. Dit is onze weg naar een nieuwe overheid die daadwerkelijk door de burger is geconstrueerd en op haar beurt de problemen van de burger ziet en aanpakt.

Ik wissel al onze voorstellen graag in voor nog betere. Of zelfs voor het loutere besef binnen de politieke wereld dat er reden is voor een radicale wijziging in de verhouding tussen burgers en hun politieke bestuur. Alleen dat besef kan voorkomen dat onze democratie de speelbal wordt van diepe afkeer en valse profeten.

Thom de Graaf is lijsttrekker van D66 bij de Tweede-Kamerverkiezingen