HET DAL VAN DE KOPPIGE DACIËRS

In het noordwesten van Roemenië zijn een paar dorpen met Daciërs gespaard gebleven voor de collectivisatie van Ceausescu. Zes jaar lang fotografeerde Manfred Wirtz de bizarre gebruiken in het dorp Sălistea de Sus in Maramures. Mythe en werkelijkheid in de vallei van de Iza.

DE EERSTE SCHIM

Voor ik het weet, zit ze op de achterbank. Mijn eerste kennismaking met de Izavallei: een klein vrouwtje met een rechte puntneus. Ze stond te liften in de modderige sneeuw. We konden elkaar niet verstaan, maar ze maakte een gebaar dat ze niet ver hoefde. Ze wees ook op haar been, alsof ze wilde zeggen dat ze liever was gaan lopen, als ze geen last zou hebben van haar been.

Bine? roep ik in mijn beste Roemeens als we het eerste dorp achter ons laten. Bine! Goed! klinkt het zachtjes op de achterbank. Bine? vraag ik enthousiast als we door het tweede dorp rijden. Weer klinkt er een goedkeurend geluid van achteren. We zijn inmiddels minstens tien kilometer verder. Hoe ver lopen oude vrouwen hier eigenlijk?

Ik kijk in mijn achteruitkijkspiegel en zie dat de liftster aan het bidden is geslagen. De sfeer wordt plotseling wat ongemakkelijk. Is er iets mis? Weet ze eigenlijk wel waar ze heen moet? Bine? probeer ik nog maar eens voorzichtig, maar nu blijft het stil op de achterbank. Oh jee, dit gaat helemaal mis. Is ze niet lekker geworden? Zijn we te ver doorgereden? We zijn inmiddels al twintig kilometer van de plaats waar ze instapte. Het blijft raadselachtig stil in de auto. Even doemt het schrikbeeld op van een vroom biddend vrouwtje in het zwart dat zich voorgoed op mijn achterbank heeft genesteld.

Dan prikt er ineens een vinger vastberaden in mijn rug. Hier? vraag ik bijna opgelucht over mijn schouder en trap boven op de rem. Ze knikt dankbaar en wipt lenig de auto uit, een zware tas achter zich aanslepend.

Ze blijft nog lang hartelijk zwaaien: een gedrongen schim in het zwart met een meisjesachtige baaien rok aan en een hoofddoek om. Dan loopt ze kordaat weg.

Ze draagt traditionele laarzen: kruiselings vastgebonden vilten windsels op een rubberen zooltje gesneden uit de binnenband van een auto.

EIGENZINNIG VOLK

De Izavallei vormt het hart van wat de Roemenen met liefdevol respect 'historisch Maramures ' noemen. Het mythische noordwesten van Roemenië waar de oude Daciërs niet alleen de Romeinen buiten de deur wisten te houden, maar ook stand hielden tegen Mongolen, Hongaren, Turken, Duitsers en communisten. Althans tot op zekere hoogte. Houten kerken en boerenhuizen achter traditionele houten poorten: de communistische slopershamer van partijleider Ceausescu heeft de eeuwenoude dorpen van Maramures inderdaad nooit bereikt. Ook de landbouwgronden zijn hier nooit gecollectiviseerd. De boeren hebben altijd hun eigen stukje land kunnen behouden. Toen Ceausescu in de jaren tachtig het hele land afkneep om de buitenlandse schuld te kunnen terugbetalen en er in de steden grote schaarste ontstond, leefden de bewoners van de Izavallei en omstreken redelijk goed. Ze hadden hun eigen vlees, groente, graan en wol.

Het communistische gezag in Boekarest durfde de eigenzinnige Daciërs in de Izavallei en omgeving natuurlijk niet te onderwerpen, zeggen ze in Maramures . Anderen denken dat de stukken grond in de betrekkelijk smalle en steile valleien ook niet erg geschikt waren voor grootschalige communistische projecten. Hoe het ook zij, Maramures is anders. In het dorp Sălistea de Sus wordt nog trots teruggedacht aan die zomerdag in 1985 û of was het 1984? û toen het dorp dagenlang op de rand van een burgeroorlog balanceerde.

Het begon met een oploopje voor het politiebureau. 'En hoe gaan de zaken?', had een agent aan een vrijgevochten herder gevraagd. 'Krijg de klere', antwoordde deze en hij werd meteen opgepakt. Een familielid van de herder rende naar de kerk en begon de noodklok te luiden. In een mum van tijd stonden alle volwassen mannen uit de omgeving voor het politiebureau. Ze trapten de deur in, bezetten het gebouw en gaven de agenten er flink van langs. Toen ze het wapendepot op het politiebureau dreigden open te breken, werd de hulp van het leger ingeroepen. Een dag lang stonden de troepen aan het einde van de vallei klaar om in te grijpen. Het waren de hoogtijdagen van Ceausescu. Een bloedbad kon op het laatste moment worden voorkomen.

Zo gaat het verhaal tenminste. Maar als ik op zoek ga naar de hoofdrolspelers, sluit het dorp zich als een oester. De politie is nog steeds kwaad, een van de agenten is gek geworden van het incident en je weet maar nooit.

WTC OP EEN BOERENPLEE

De mannen van de vallei zien zichzelf graag als 'lastige klanten'. De vrouwen zijn vroom en hebben allemaal dezelfde rechte puntneuzen als het vrouwtje uit mijn auto. Maria, begin zestig, en Dumitru, begin zeventig, zijn geen uitzondering. Zomer en winter wonen ze in de zomerkeuken van hun boerderij in een smalle zijvallei waar je met een auto niet komen kan. Een kamer met twee houten bedden haaks op elkaar, in de ene hoek een houtkachel waarop Maria ook kookt, in de andere hoek een tafeltje met een transistorradio die de hele dag afgesteld staat op de plaatselijke nieuwszender. Naast de radio staat een beduimelde foto van Osama bin Laden met de bekende opgeheven vinger. Dumitru, boer en voormalig beroepsmilitair, volgt het wereldnieuws op de voet. De wtc-torens in New York kende hij van de wc van zijn zoon. Wc's zijn in de Izavallei houten dozen in houten huisjes, liefst in de buurt van stromend water en anders gewoon ergens in de tuin. Dumitru's zoon heeft de binnenkant van zijn wc opgesierd met foto's van mooie dames en verre streken. 'Wat zijn dat voor gebouwen, jongen?', had vader Dumitru zijn zoon ooit gevraagd. 'Dat zijn de wtc-torens in New York, pa.'

Dumitru ziet de wereld in termen van klassenstrijd. Het fotootje van Bin Laden herinnert de bejaarde Roemeen aan de haat die arme mensen voelen voor rijke mensen. Zijn wereldbeeld wordt bevolkt door twee soorten mensen: 'Rijke mensen werken voor hun geld, arme mensen zijn lui. Daarom willen de armen de rijken kapotmaken.'

Maria en Dumitru voelen zich rijk. Ze hebben alles wat ze nodig hebben en kunnen in al hun behoeften voorzien. Hun vee eten ze op. Maria spint, verft en weeft de wol van de schapen en verwerkt die tot kleren, dekens, handdoeken, beenlappen en wat ze maar nodig hebben. Naast het huis staan manshoge vaten met gistend fruit, waaruit Dumitru in het voorjaar zijn befaamde

ţ uica stookt: glashelder gedistilleerd met een alcoholpercentage van tussen de 60 en 70 procent. Het enige wezen dat hun idylle van tijd tot tijd komt verstoren, is een grote beer op zoek naar voedsel. Afgelopen herfst nog kon Dumitru zijn spoor volgen tot aan de schuur. 'Een beer kun je makkelijk zien, die laat overal gebroken takjes achter.'

SJABBESGOJ

De Izavallei draait op hout. Fors gehouwen beukenhouten sleden schuiven af en aan. De één heeft takkenbossen rijshout gehakt, de ander heeft een beuk geveld. Van de vroege ochtend tot de late avond glijden de schaduwen voorbij in de hard geworden sneeuw. De paarden, meestal twee in een span, doen braaf hun werk. Alleen als ze wegglijden, of achteruit het erf op moeten manoeuvreren, verheft de menner even zijn stem. Alle boerenwoningen in de Izavallei stoken hout. Waar de woningen dicht op elkaar staan, hangt een dunne deken van rook boven de dorpen.

Hout is brandstof maar ook handel. Aan de rivier staat een eeuwenoude houtzagerij. In Sălistea is het de enige industrie. Boerenjongens staan tot ver na donker achter gedateerde zaagmachines. Ze zagen planken die een licht roodachtige gloed afgeven. Het beukenhout is beroemd in heel Europa. Aan het begin van de vorige eeuw haalde de firma Thonet hier het hout voor zijn sierlijk gekrulde stoeltjes vandaan die bestemd waren voor de koffiehuizen van Wenen en Boedapest. Nu zijn het Italiaanse meubelmakers die goedkoop beukenhout komen halen.

De houtzagerij was tot de Tweede Wereldoorlog in joodse handen. Het hele centrum van het dorp was in joodse handen. Naast de zagerij stond een van de twee synagogen van het dorp. Er woonden in het dorp aan weerszijden van de rivier wel duizend joden. Een kleine joodse begraafplaats vlak boven het dorp is de enige tastbare herinnering aan dit eeuwenoude joodse verleden. In de sneeuw is geen enkel voetspoor te zien. Er komt al tijden niemand meer.

Dumitru raakt geëmotioneerd, als hij vertelt hoe de hele joodse bevolking in 1944 in wagons werd gedreven en weggevoerd. 'Vreselijk was het. Ze moesten met wel honderd tegelijk in één wagon.' Er is niemand teruggekomen.

Als jongetje woonde Dumitru naast het huis van de rabbijn. Zijn moeder was een goede vriendin van de vrouw van de rabbijn. Dumitru zelf was 'sjabbesgoj', hij stak op sjabbes de lamp aan en stookte het vuur op. In het dorp werden alle talen door elkaar gesproken, maar vooral Roemeens en Jiddisch. 'Likke me toges', fluistert hij glimlachend als ik hem vraag of hij zich nog iets herinnert van het Jiddisch uit zijn jeugd.

'Natuurlijk waren we vrienden, we leefden aan weerszijden van dezelfde muur', zegt Dumitru bijna verontwaardigd. Maar er waren ook andere gevoelens in het dorp. De joden leenden geld uit en waren streng. De man die niet kon terugbetalen, werd te schande gemaakt. Hij moest voor het oog van het hele dorp een bevroren weide gaan maaien, een dag lang was het snerpend geluid te horen van de wetsteen langs de zeis die om de paar slagen bot raakte op de stijf bevroren stengels.

Als de joodse feestdagen begonnen, wisten de Roemenen dat de winter eraan kwam. De twee gemeenschappen leefden met en langs elkaar. Er sloegen vonken over. Jonge mensen raakten over en weer verliefd. Er waren 'onmogelijke liefdesgeschiedenissen', er werden bastaardkinderen geboren. Ze behoren tot het dikke boek van de dorpsgeheimen. Iedereen weet wie het zijn.

Over restitutie wordt in Sălistea niet gesproken. Volgens Dumitru zijn er meteen na de oorlog een paar onbekenden gekomen die uit naam van de gedeporteerden al hun eigendom hebben 'verkocht'. Het lijkt allemaal niet meer te achterhalen. De communisten hebben de twee synagogen afgebroken en de stenen gebruikt voor een bakkerij en het plaatselijke 'cultuurhuis'. Alle kostbare boeken werden in de rivier gegooid. Er is geen bladzijde meer van over in Sălistea.

WERK EN ŢUICA

'Roemenië sterft, Roemenië sterft.' Een donkere, sterk naar alcohol ruikende schaduw valt me om de nek. Vasile klampt zich aan me vast. Hij wil met me mee, weg van hier. 'Ik heb vier kinderen', dronken stotterend probeert hij me uit te leggen dat hij ze niet kan voeden. 'Moet je maar niet alles opdrinken', zegt een jongen die erbij komt staan. We staan in het donker voor de avondwinkel van het dorp. De 'Non Stop' draait op volle toeren. Ze hebben alles: vers brood, verse melk, sappige sinaasappels, verschillende whiskysoorten. De winkel is vol.

De 'Non Stop' hoort bij een andere wereld. Zoals ook een deel van het dorp bij een andere wereld hoort. De jongen die net bij ons is komen staan, blijkt in Spanje te werken. Hij heeft ook in Duitsland gewerkt. Samen met een maat scharrelt hij op de Europese arbeidsmarkt. In Sălistea zelf is nauwelijks werk.

Susca is één van de weinigen die geld weten te verdienen met de roemrijke tradities in de vallei. Hij woont samen met zijn oude moeder in een watermolen. In de zomer malen ze het graan. In de winter zit hij achter een oude naaimachine en zet hij de traditionele maskers in elkaar waarmee de mensen met kerst elkaar de stuipen op het lijf jagen. De maskers zijn erg in trek. Op een vakantiebeurs in Wenen heeft hij net zijn laatste exemplaren verkocht.

Vasile, de vader van vier kinderen, kent het leven in het buitenland niet. Hij probeert in de vallei wat op het land te werken en doet zich rijkelijk te goed aan eigen gestookte ţ uica. Het is een razend verslavend goedje dat menig gezin in de streek ondermijnt.

GEHEIME SCHAT

Geen wonder dat de bruiden vaak een beetje somber kijken. Op zaterdagavond wordt er veel getrouwd in de weken voor de vasten. Soms zijn er wel meerdere bruiloften tegelijk. De ene helft van de bruidsparen volgt de oude tradities, de andere helft wil juist modern zijn. Vanavond zijn er twee 'moderne' bruiden in Sălistea. Eentje kijkt neutraal, de ander uitgesproken zuur. Het drinken begint al op de trap van de kerk.

Aan het begin van de avond vertrekt de menigte luidruchtig in de richting van een feestzaal. De volgende ochtend om acht uur kom ik ze weer tegen. Ze lopen achter een soort vaandel door het dorp. Iedereen is nu vrolijk. De bruid loopt nog steeds in haar witte jurk, inmiddels rijkelijk voorzien van modderspatten. Mannen en vrouwen zwaaien met halflege flessen ţ uica in de hand. Er is de hele nacht onafgebroken gedronken, met liters tegelijk.

Vrolijk lachende schimmen in een wereld die met één been in een ver verleden is blijven hangen. Ze dromen allemaal van de schat die ergens verborgen moet liggen. Een onmetelijk grote gouden schat. De schaapsherder heeft het zelf gezien. Hij was op zoek naar een verloren lam, toen hij in een gat viel. In een onderaards hol lag een schat die flonkerde van het goud. De herder is er voorzichtig uitgekropen en heeft de plaats gemarkeerd met een geheim teken. Maar toen hij terugkwam om de schat op te halen, bleek de natuur te hebben ingegrepen. Een landverschuiving had het gat van de buitenwereld afgesloten. Iedereen in Sălistea kent het verhaal. Volgens sommigen is het goud door de joden verstopt voordat ze werden weggevoerd, volgens anderen was het roofbuit van de Mongoolse hordes. Maar er zijn ook mensen die zeker weten dat het goud van de Scythen is geweest. In de Izavallei wordt niet op een eeuw gekeken. M

Manfred Wirtz is freelance fotograaf.

Renée Postma is correspondent van NRC Handelsblad in Boedapest.

[streamers]

Even doemt het schrikbeeld op van een vroom vrouwtje in het zwart dat zich voorgoed op mijn achterbank heeft genesteld.

De communistische slopershamer van partijleider Ceausescu heeft de eeuwenoude dorpen van Maramures nooit bereikt.

Naast de radio staat een beduimelde foto van Osama bin Laden met de bekende opgeheven vinger.

'Rijke mensen werken voor hun geld, arme mensen zijn lui.'