Hart in de overgang

Eén op de vijf vrouwen kan zich tijdens de overgang waarschijnlijk beschermen tegen hartziekten door het slikken van hormonen. De gevoeligheid zit op één plaats in één gen.

Opvliegers onderdrukken is de belangrijkste reden voor vrouwen in de overgang om hormoonpillen te slikken of hormoonpleisters te plakken. Maar de overgang – de periode van een paar jaar met onregelmatige en uiteindelijke uitblijvende menstruaties die de meeste vrouwen ergens tussen hun veertigste en zestigste doormaken – gaat met meer klachten gepaard: nachtelijk transpireren, vermoeidheid, depressie, spier- en gewrichtsklachten en een droge vagina. Na de overgang stijgt de kans op hart- en vaatziekten en botontkalking snel, want het is vrij zeker dat de vrouwelijke hormonen die het vrouwenlichaam vóór de overgang zelf produceert beschermen tegen hartziekten en botverlies.

Het idee was dat geslikte of geplakte hormonen tijdens de overgang dezelfde bescherming tegen botverlies en hartziekten geven. Oestrogenen voor de overgang zijn weliswaar geregistreerd voor de preventie van botontkalking, maar de kritische farmacologen die het Farmacotherapeutische Kompas van het College voor Zorgverzekeringen samenstellen schrijven dat nooit met goed onderzoek is aangetoond dat hormonen ook werkelijk botontkalking voorkomen.

Naar de vraag of hormoonsuppletie in de overgang tegen hart- en vaatziekten beschermt is serieuzer onderzoek gedaan, ook al omdat hartziekte de belangrijkste doodsoorzaak van vrouwen is. Het idee was dat de epidemie van hartziekten die onder mannen rond hun veertigste zichtbaar wordt, bij vrouwen pas jaren later, na de overgang begint. De eerste onderzoeken wezen uit dat bij vrouwen in de overgang bij de groep hormoongebruiksters de concentratie van het `goede' cholesterol (HDL) stijgt, terwijl de bloedspiegel van het `slechte' cholesterol (LDL) daalt. Daaruit werd geconcludeerd dat dan ook de hartsterfte wel zou dalen onder hormoonsliksters. In plaats van 20 jaar te wachten op dit effect van hormoonsuppletie keken de onderzoekers naar het lot van vrouwen die al een grote kans hebben om tijdens of kort na de overgang aan een hartziekte te overlijden. Dat zijn de vrouwen waarbij zich al voor de overgang een hartziekte heeft geopenbaard.

genvariaties

Onthutsend voor veel mensen die in het goede van hormoonsuppletie geloofden was de publicatie van een onderzoek onder hartpatiëntes in de overgang (Journal of the American Medical Association, 1998, 280, 605-613). Daarin steeg de sterfte aan hartziekten in het eerste jaar van hormoongebruik, maar bij de `resterende' vrouwen daalde in de drie jaar daarna de kans op een vroege dood door hartziekte. Na vier jaar was er geen verschil met hartpatiëntes in de overgang die geen hormonen gebruikten. En langer dan een jaar of vier moeten vrouwen die hormonen eigenlijk niet gebruiken met het oog op het stijgende risico op borstkanker.

Meteen was de vraag of niet vóóraf is vast te stellen voor welke vrouw hormonen dodelijk en voor wie ze heilzaam zijn. Misschien, bleek vorige week uit een publicatie in The New England Journal of Medicine (28 maart), kan een genetische test uitwijzen bij welke vrouwen hormoonsuppletie niet alleen opvliegers onderdrukt maar ook nog de dood door hart- en bloedvaten uitstelt. Amerikaanse onderzoekers keken naar het effect van polymorfismen (veel voorkomende genvariaties) in de oestrogeenreceptor. Dat is het eiwit waar oestrogeen in het lichaam aan bindt. Die receptor zet een keur aan stofwisselingsprocessen in gang, waarvan de precieze mechanismen nog niet zijnopgehelderd. In het gen van de receptor, dat honderden nucleotiden lang is, komen een paar polymorfismen voor.

hartziekte

Vrouwen die op een bepaalde plaats in het eerste intron (notabene een niet-coderend deel van het gen) op beide chromosomen de base cytosine (C) hebben (dat zijn ongeveer 20% van alle Amerikaanse vrouwen) verhogen hun goede cholesterol (HDL) met 25% als ze hormonen slikken tijdens de overgang. Vrouwen in de overgang met een thymine (T) op die positie in het gen op beide chromosomen, of vrouwen met C op het ene en T op het andere chromosoom verhogen hun HDL met maar 10% in reactie op hormoonpilletjes. Er moet nog worden aangetoond of die vrouwen ook een verlaagde en verhoogde kans op hartziekte hebben, maar de onderzoekers suggereren zelf al een genetische test.

Een commentator in The New England Journal of Medicine dempt hun enthousiasme, maar meldt eerst nog een tweede kandidaat voor een gentest aan: er is een variant in het gen voor het bloedstollingseiwit prothrombine dat het risico op een hartinfarct bij hormoonslikkende vrouwen in de overgang verhoogt. Maar de commentator betwijfelt tegelijk nog eens de zin van hormoonsuppeltie voor de bescherming tegen hartziekten. Daar zijn de laatste jaren eigenlijk veel betere middelen voor op de markt gekomen, zoals cholesterolverlagende statinen.