Gezondheid najagen is ongezond

Een slechte gewoonte kan gezonder zijn dan dwangmatig gezond willen leven, legt

Ellen de Bruin uit. Hoe beter het met ons gaat, hoe banger we worden dat er iets misgaat.

Het is een vreemde paradox: mensen hebben nog nooit zo gezond, zo veilig en zo lang geleefd als nu. En tegelijkertijd lijken mensen zich meer dan ooit zorgen te maken om hun gezondheid en hun veiligheid.

Er zijn zelfs weinig dingen waarover mensen zich zo massaal schuldig voelen als een ongezonde levensstijl – alsof ze er anderen direct kwaad mee zouden doen. Volgens een Amerikaans onderzoek zouden vrouwen zich schuldiger voelen als ze vinden dat ze te veel chocola of ijs met slagroom hebben gegeten dan wanneer ze een verhouding hebben met een getrouwde man. Vul een internettest in over je levensstijl en je levensverwachting (zie kader) en je voelt vanzelf het schuldgevoel opborrelen bij elk gezondheidsdingetje dat je niet doet. Ongezond doen is niet alleen stout, het is zelfs fout, het mág echt niet.

Dat leidt direct tot de volgende paradox: erg je best doen om gezond te leven kan heel ongezond zijn. Zo kunnen schuldgevoelens veel stress veroorzaken, en stress kan het immuunsysteem aantasten. Zorgen om de gezondheid creëren dus weer nieuwe gezondheidsproblemen.

En niet alleen door slechte stress. Hoe dwangmatiger hygiënisch we in huis worden, hoe minder weerstand we opbouwen, en hoe meer allergieën we kweken. Mensen die vaak aan de lijn doen en daarna weer aankomen, maken ongezond grote schommelingen in gewicht door. Moderne moeders in westerse landen zijn soms zo gefixeerd op vet- en suikervrij eten dat hun met light-producten volgestopte peuters ondervoed raken. En vorig jaar was er voor het eerst sprake van een nieuwe eetstoornis: orthorexia nervosa. (Zie ook het artikel Het nieuwe knagen in het Zaterdags Bijvoegsel van deze krant van vorige week). Mensen die lijden aan orthorexia nervosa, schreef Steven Bratman in zijn boek Health Food Junkies, zoeken zo dwangmatig naar gezond voedsel dat ze uiteindelijk het plezier in eten helemaal verliezen.

Dat is niet zo raar, want wat nou precies gezond eten is, is niet altijd duidelijk. Zowel vis als moedermelk bevat bijvoorbeeld dioxinen, die kankerverwekkend kunnen zijn. Maar moedermelk blijft beter dan flesvoeding en een of twee keer per week vette vis eten verkleint, de kans op een hartkwaal. Op fruit en groenten zitten, als je ze niet heel goed wast, resten van bestrijdingsmiddelen. Maar het is beter die binnen te krijgen dan geen groenten en fruit te eten. Hoe dwangmatiger je gezond probeert te doen, hoe minder er overblijft dat je helemaal zorgeloos kunt eten. En dat terwijl de meeste mensen lekker eten gewoon heel erg leuk vinden. En plezier hebben is bij uitstek gezond. Ook dat is, voor wie het zo al niet gelooft, meetbaar in medische termen: een goede stemming vergroot het aantal afweercellen in het bloed, wat helpt tegen infectieziekten en kanker.

LEVEN ZONDER KOFFIE?

De derde paradox is: waarom zou iemand in vredesnaam proberen zo lang mogelijk te leven, als dat leven helemaal in het teken staat van vervelende beperkingen die je jezelf oplegt? De test Livingto100.com geeft bijvoorbeeld aan dat mensen gemiddeld ruim een half jaar langer leven als ze geen koffie drinken. Als dat al waar is, is een leven zonder koffie je dan een half jaar waard? Of kun je beter wat korter, maar prettiger leven?

Het is een oude vraag, die in deze tijden van gezondheidsgoeroes weer erg actueel is. En er zijn steeds meer mensen, ook medici, die wijzen op het gevaar van wat zij healthism noemen: het najagen van gezondheid als doel op zich, in plaats van als middel om een leuker leven te kunnen leiden. In een lezing voor het Britse Social Issues Research Center hield psycholoog Peter Marsh onlangs een vurig pleidooi voor de slechte gewoonte. Hij betoogde dat dokters er zijn om hun patiënten zo lang mogelijk van hun slechte gewoonten te laten genieten, waarschuwde voor de mogelijkheid dat achterblijvende groeperingen in de samenleving een ongezondheidsstigma krijgen opgeplakt.

Hij trok zelfs een parallel tussen de huidige gezondheidsdoctrine en de extreme gezondheidsopvattingen die in nazi-Duitsland heersten. En hij gaf een psychologische verklaring voor het succes van de gezondheidsdoctrine, terwijl het toch zo duidelijk lijkt dat het altijd het gezondst is om je gezonde verstand te gebruiken en je niet gek te laten maken.

Marsh observeerde dat vooral de groep mensen die hij aanduidt als de worried well voortdurend nieuwe gevaren verzint, waartegen ze zich probeert in te dekken met voortdurend nieuwe soorten verzekeringen, light producten, gezondheidsyoghurt en cholestorolverlagende boter, met op steeds meer plekken airbags en kreukelvrije zones. Je zou kunnen zeggen dat dat indekken succes heeft: de kloof in levensverwachting tussen rijke en arme mensen groeit nog steeds. Maar Marsh trok een andere conclusie: als mensen minder risico's lopen, gaan ze zich meer zorgen maken dat er toch iets misgaat.

Luxe angst, vindt Marsh. Mensen die het echt moeilijk hebben, die werkloos zijn of arm of laag opgeleid of die in ontwikkelingslanden wonen, komen daaraan helemaal niet toe. Het lijkt wel alsof er een wet van behoud van spanning aan het werk is — of onze hersenen niet gemaakt zijn voor het leven in de zorgeloze wereld die we nastreven. De worried well zelf vergroten volgens Marsh ook weer hun eigen risico's door in hun auto met airbag harder te gaan rijden.

De conclusie is duidelijk: geniet van het leven, doe af en toe eens iets waarvan je niet weet hoe het afloopt, en laat je vooral niet te veel zorgen aanpraten. Het is een boodschap die ongetwijfeld zal aanslaan bij een breed publiek. Alleen, je ziet het volgende gevaar alweer duidelijk voor je: enjoyism. Genieten moeten we! Geestelijke gezondheid wordt over een tijdje waarschijnlijk net zo'n opgedrongen ideaal als lichamelijke gezondheid dat nu al is. De eerste tekenen van gedwongen genieten steken al duidelijk de kop op. Er is al bijna geen theatervoorstelling meer zonder staande ovatie; iemand die met tegenzin vervelend werk doet `omdat het moet' wordt steeds vaker dom of zielig gevonden. En wie het over een paar jaar nog in zijn hoofd haalt niet te genieten maar betrapt wordt op ouderwets getob, moet zich maar eens flink schuldig gaan voelen.

M.m.v. Wim Köhler