Gewoon doen wat er van je wordt verwacht

Het lijkt zo'n romantisch beroep: musicus bij een symfonieorkest, maar `de enige moderniteit is de OR'. En helaas ook RSI.

`Als kind wilde ik altijd in het Rotterdams Philharmonisch spelen'', zegt violiste Margo van Vliet (44), die opgroeide in Rotterdam. Het werd het Orkest van het Oosten in Enschede, waar haar man Freek van Vliet (44), die ze op het Haagse conservatorium had leren kennen, 21 jaar geleden een aanstelling kreeg als eerste trombonist. In het westen werden daar nog wel eens flauwe grapjes over gemaakt. ,,De meeste musici willen in de Randstad blijven, je krijgt ze de IJssel niet over. Maar als blazer heb je weinig keus'', zegt Freek van Vliet. ,,Daar zijn weinig vacatures voor. Voor strijkers zijn er meer banen.'' Achteraf hadden ze het niet beter kunnen treffen, vinden ze. Ze wonen in een groene omgeving in een mooi huis waar kan worden geoefend zonder de buren te storen, ook door hun drie viool spelende zoons, van wie de oudste op het conservatorium zit.

,,Sinds Jaap van Zweden voor het Orkest van het Oosten staat gaat het kwalitatief als een speer omhoog'', zegt Margo van Vliet. Het orkest reist nu ook veel: Spanje, Duitsland, de Verenigde Staten, en binnenkort naar Abu Dhabi. ,,Het is ook leuk om met z'n tweeën in een orkest te zitten, vooral als je reist. Ik had als violist wel in de Randstad kunnen werken, maar dan hadden we allebei met onregelmatige werktijden gezeten. Bovendien is dit een gezellig orkest. Na een concert blijft driekwart nog even in de kantine nakletsen met een glas bier. Dat gebeurt niet overal.''

Blazers hebben de naam de ruigere jongens uit het orkest te zijn, de violisten fijnmaziger types. Maar in de praktijk gaat dat volgens orkestleden niet zo op. ,,Ik merk wel bij het inspelen dat de eerste violen altijd met ingewikkelde vioolconcerten bezig zijn, terwijl wij gewoon een paar streken zetten'', zegt Carine Blanken (48). Zij is aanvoerder van de altviolen van het Nederlands Balletorkest, dat binnenkort fuseert met het Noordhollands Philharmonisch Orkest. ,,Als aanvoerder zit je vooraan en speel je de solopartijen. Een aanvoerder heeft rechten, maar vooral ook plichten. Je bent de spreekbuis tussen de dirigent en de groep, zit in alle proefspelcommissies, leest partijen door, zet op- en afstreken erbij en als er problemen zijn in de groep ben jij het aanspreekpunt. Sinds kort is er een regeling voor officiële groepsgesprekken, maar bij ons is dat niet zo nodig. De sfeer is goed, we eten een of twee keer per jaar met elkaar en kunnen dan alles bespreken.''

Blanken zit al twintig jaar in het orkest en heeft twee kinderen die ze eigenlijk zou opvoeden met haar vroegere partner, een violiste uit hetzelfde orkest, maar aan die relatie kwam een voortijdig einde. Ze werkt voor 75 procent. ,,Dat geeft me tijd voor de kinderen en ruimte om er van alles bij te doen, zoals ensembles, strijkkwintetten en les geven. Ons orkest begeleidt veel voorstellingen van het Nederlands Danstheater in Den Haag en het Nationale Ballet. Vaak zijn dat lange series door het hele land. Die series zijn wel een bezwaar. Op een gegeven moment kun je het woord Notenkraker niet meer horen. Door de files moeten we steeds vroeger weg. Sociaal loop je met zo'n baan uit de pas, je bent veel avonden en weekeinden weg. En overdag ben je je er voortdurend van bewust dat je nog moet werken. Het is ook een aanslag op de lijn. Als ik laat thuis kom, ga ik eerst nog iets eten.''

Musici met kleine kinderen moeten geld en organisatietalent hebben. Blanken had onder meer studenten op kamers, die oppasten. Margo en Freek van Vliet hadden hele oppasroosters: ,,Het waren tropenjaren. Je moest zorgen voor een grote, betaalbare achterwacht en voor noodoppas als iemand uitviel. Nu gaan ze uit logeren als we in het buitenland op tournee zijn. De kinderen zijn er wel heel flexibel door geworden.''

Sollicitanten bij een orkest doen een soort toelatingsexamen: het proefspel. De eerste ronde gebeurt meestal achter een scherm of gordijn zodat er bij de proefspelcommissie geen persoonlijke voorkeuren kunnen meespelen. Wie door die ronde komt, moet nog eens spelen zonder scherm. Orkesten repeteren doorgaans overdag, zo nodig ook 's avonds. Men wordt geacht thuis partijen in te studeren en in training te blijven, want tijdens concerten moet op topniveau worden gepresteerd. Daar komt de nodige spanning en podiumangst aan te pas en bètablokkers vinden dan ook gretig aftrek.

Een vetpot is de orkestwereld niet. Wie veel wil verdienen kan beter naar Duitsland, vindt Jelle Kikkert (59). Hij is 35 jaar contrabassist bij het Nederlands Philharmonisch Orkest in Amsterdam, maar heeft ook jazz gespeeld en zangers als Martine Bijl en Lenny Kuhr begeleid. Hij tovert de nieuwste CAO tevoorschijn voor de grote randstedelijke orkesten, een schaal van vijftien treden die begint bij 2.149 en eindigt bij 2.949 euro per maand voor een 38-urige werkweek. Daarop zijn nog periodieken mogelijk en toeslagen voor aanvoerders. ,,Bij Duitse toporkesten verdien je zeker twee keer zo veel als hier. Ook het Concertgebouworkest betaalt meer.'' Bovendien zijn de promotiemogelijkheden ,,nul.'' Er is een concertmeester, elke groep instrumenten heeft een aanvoerder en een plaatsvervangend aanvoerder, en in de strijkersgroep kun je nog wel een stoel opschuiven, maar daarmee houdt het op.

Verhalen over schnabbelende musici moeten met een korreltje zout worden genomen, vindt Kikkert. ,,Sommigen geven les. Of ze spelen kamermuziek, maar daar verdienen ze weer niets mee. Er zijn wel echte schnabbelaars, vooral onder de jongeren, maar die hebben vaak geen vaste aanstelling, maar tijdelijke contracten bij verschillende orkesten. Soms is dat eigen keus, soms doen ze het omdat er geen vacatures zijn.''

Kikkert werkt nu voor 50 procent, omdat hij last van een arm heeft. Het maken van steeds dezelfde bewegingen en het lawaai veroorzaken bij veel musici aandoeningen als RSI of gehoorbeschadigingen. ,,Vooral achterin word je gek van het lawaai'', zegt Carine Blanken. ,,Ik speelde de Bolero van Ravel toen ik zwanger was, en zat vlak voor de grote trom. Dat ging dwars door je heen. Ik ben toen maar eerder met verlof gegaan, het leek me niet goed voor het kind.'' Sommige orkesten hebben een masseur waar men tegen gereduceerd tarief heen kan, er worden cursussen mensendieck gegeven, maar intensieve medische begeleiding ontbreekt.

,,Een orkest is een achttiende-eeuwse instelling en dat zal het ook wel blijven'', zegt Kikkert. ,,De enige moderniteit is de OR. Maar verder staat er een meester voor de klas, en word je geacht tijdens repetities drie uur lang je mond te houden en te doen wat de dirigent zegt. Doe je dat niet, dan heb je een probleem. Ruimte voor inspraak is er niet. Daar is ook niet zo'n behoefte aan, de meeste muzikanten zijn verbaal niet zo begaafd. Ze zijn opgeleid om een instrument te bespelen, niet om voor zichzelf op te komen.''