Gevraagd: geboren leider die beschikt over visie

Als een veldheer staat hij voor het orkest, baton geheven, partituur open. Maar wat is eigenlijk de functie van de dirigent? Speelt het orkest zonder hem niet net zo mooi?

In het boek The Great Conductors noteert Harold C. Schonberg de volgende definitie: ,,Een groot dirigent is iemand met een gebiedende aanwezigheid, oneindige waardigheid, een fantastisch geheugen, brede ervaring, een ontvlambaar temperament en een serene wijsheid. Hij is musicus, boekhouder, directeur, psycholoog, technicus, filosoof en beul inéén. Maar bovenal is hij een geboren leider.''

Deze definitie is niet zaligmakend, maar geeft wel aan hoezeer het dirigentenvak een beroep is waarin opperste kundigheid en mystificatie in elkaars verlengde liggen. De Grote Dirigenten, dat waren mannen als Herbert von Karajan, Leonard Bernstein, Willem Mengelberg – topdirigenten wie ook een zekere ijdelheid niet vreemd was. ,,Bernstein gebruikt muziek als begeleiding van zijn dirigeerkunst'', noteerde een geagiteerd orkestmusicus in 1960. Igor Stravinsky sloot zich daarbij aan. Net als grote acteurs kunnen echt grote dirigenten binnen afzienbare tijd eigenlijk alleen nog zichzelf spelen, vond hij.

Eén ding is duidelijk: dirigeren omvat meer dan techniek, zoals ook symfonische muziek meer is dan een verzameling geordend notenmateriaal. Natuurlijk is de partituur het uitgangspunt, erkent de jonge Nederlandse dirigent Lawrence Renes (1970), nu nog chef-dirigent bij het Gelders Orkest, per 2003 General Musik Direktor bij de Staatsphilharmonie van Bremen en het operahuis aldaar. ,,Een stuk instuderen begint voor mij altijd bij de partituur'', legt hij uit. ,,Daarnaast verdiep ik me in de achtergronden. Naar opnames luisteren, dat sta ik mezelf in het begin niet toe. Dat komt pas later, als ik het gevoel heb dat ik zelf de muziek goed ken. Het is belangrijk op eigen kracht je visie op een stuk te ontwikkelen. Beïnvloeding is prima, maar ik wel weten waarom ik iets mooi vind of juist niet.''

Het grote woord is gevallen: visie. Het is de visie van de dirigent op een compositie die de uitvoering bepaalt. Natuurlijk is een orkest theoretisch best in staat te spelen op basis van een soort innerlijk ritmegevoel, zoals vroeger gebruik was. De dirigent zoals wij die kennen, bestond zelfs niet voor 1830. De Matthäus Passion van Bach werd in zijn tijd probleemloos zonder dirigent uitgevoerd. Maar wie de pluriformiteit in het muziekleven een warm hart toedraagt, moet erkennen dat de opkomst van de dirigent geen luxe, maar een essentiële verrijking heeft betekend. De Vijfde symfonie van Beethoven kan onder de ene dirigent totaal anders klinken dan hetzelfde werk onder een andere dirigent, terwijl ze dezelfde partituur op hun lessenaar hebben staan.

De jonge en veelgevraagde dirigent Yaron Traub (36) is in Nederland regelmatig te gast bij een verscheidenheid aan orkesten. Eind april dirigeert hij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Traub herinnert zich nog helder de beginnersfouten die hij maakte toen hij de eerste keren voor een echt, professioneel orkest stond – een privilege dat de conservatoriumstudenten in het vak orkestdirectie zelden tot nooit is vergund. ,,Het eerste wat ik wilde was het overbrengen van mijn visie'', zegt Traub lachend. ,,Dit was mijn kans, die zou ik grijpen! Maar het was tijdverspilling. Wanneer je als gastdirigent voor een orkest staat, heb je te maken met een beperkte repetitietijd. Die moet je niet uitsluitend aan woorden en ideeën verspillen, maar benutten om volop te dirigeren. Gevoel opbouwen met een orkest, bekijken wat voor invloed je gebaren hebben op de orkestklank. Met andere woorden: vooraf ontwikkelde ideeën zijn niet zaligmakend. Tijdens een concert gebeuren de écht bijzondere dingen meestal puur op gebaar.''

In Nederland heerst sinds de terugkeer van de assistent-dirigent een vruchtbaar klimaat voor jonge dirigenten. In de generatie van dirigenten rond de dertig jaar is Lawrence Renes niet de enige die aan het begin van een succesvolle loopbaan lijkt te staan, al is hij wel verreweg het verst in zijn ontwikkeling. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest heeft assistent-dirigent Hans Leenders in dienst. Vanaf volgend seizoen is Leenders geen assistent meer. Hij zal dan als gastdirigent te beluisteren zijn bij tal van Nederlandse orkesten. Micha Hamel was chef-dirigent van het Noordhollands Philharmonisch Orkest, dat inmiddels met het Balletorkest is gefuseerd tot Holland Symfonia, en zal daar volgend jaar als gastdirigent optreden.

Bij het Residentie Orkest is Jaap van Zweden (41), ooit concertmeester bij het Concertgebouworkest, chef-dirigent. Van Zweden staat bekend om zijn temperamentvolle manier van dirigeren. Bij het Orkest van het Oosten, waar hij naast zijn Haagse engagement `vaste dirigent' is, leidde het tot een aantal fraaie, heel dramatisch getinte uitvoeringen van symfonieën van Mahler. Zeer gedisciplineerd en betrokken is Van Zweden ook tijdens het repeteren, waarbij hij zijn voorliefde voor snelle auto's niet verzwijgt. Fameus is de uitspraak tijdens een repetitie waaraan ook het Toonkunstkoor Amsterdam meewerkte. ,,Mensen, kan het wat steviger? Ik wil de klank van een dieselmotor horen!''

Nog twee grote Nederlandse symfonieorkesten hebben op dit moment een Nederlandse chef. Zo combineert Ed Spanjaard zijn passie voor nieuwe muziek met een chefschap in Limburg, bij het Radio Filharmonisch Orkest is Edo de Waart nog altijd chef. Maar het hoogste percentage van in Nederland werkzame, ook in het buitenland beroemde dan wel bekende Nederlandse dirigenten vinden we hier in de oude muziek. Frans Brüggen en zijn Orkest van de Achttiende Eeuw, Ton Koopman en zijn Amsterdam Baroque Orchestra, Jan Willem de Vriend en zijn Combattimento Consort, Jos van Veldhoven en de Nederlandse Bachvereniging. Koopman, Brüggen en De Vriend richtten hun eigen ensembles op voor het min of meer specifieke repertoire van hun voorkeur, waar chef-dirigenten bij reguliere orkesten programma's moeten samenstellen die een breed scala aan symfonische werken beslaan.

Toch is niet de breedte van het repertoire, maar de communicatie met de musici de grootste uitdaging voor de dirigent. Lawrence Renes: ,,Elk orkest heeft zijn voor- en nadelen. Bij elk orkest dat je voor het eerst ontmoet, moet je opnieuw positie bepalen en een goede samenwerkingsvorm vinden. Als chef ligt dat anders, omdat je een orkest dan echt van binnen en buiten leert kennen. Dat vereist flexibiliteit, organisatietalent en bovenal een zeker sociaal gevoel. Toen ik begon als chef-dirigent gaf Edo de Waart me de gouden tip. Hij zei: `Wat er ook gebeurt, pas op dat je nooit de problemen van een orkest gaat dirigeren. Dirigeer altijd alleen de muziek.' Dat is de taak van een dirigent.''