FEITEN EN TERMEN

In deze bijlage ligt de nadruk op de grotere symfonieorkesten. Daarnaast bestaan er natuurlijk ook nog andere orkesten.

Oorsprong

Het woord `orkest' stamt uit het Grieks. Daar was het `orchestra' een halfronde dansplaats voor het koor in het antieke theater. Ook in de 17de en 18de eeuw bleef het begrip `orkest' vooral in gebruik als term voor de plaats op de bühne waar een ensemble instrumentalisten was opgesteld. Maar als pars pro toto werd het `orchestra' langzamerhand ook de term voor het ensemble zelf. De Orfeo (1607) componeerde Monteverdi voor een orkest van ongeveer 40 musici. Het succes van de heel vernieuwende opera maakte ruim baan voor de ontwikkeling van het fenomeen orkest. Later in de 17de eeuw werd de orkestrale bezetting gestandaardiseerd. Een zwaartepunt lag toen nog op het strijkorkest (violen, alten, celli en bassen).

Symfonieorkest

Het woord symfonieorkest komt voort uit de Griekse woorden `sym' (samen) en phonè (klank) en uit het hierboven uitgelegde `orchestra'. Het symfonieorkest zoals wij het nu nog kennen, ontstond rondom 1800. Het aantal musici nam mettertijd toe tot maximaal ca. 120 instrumentalisten, maar ook een tweemaal zo kleine bezetting aan houtblazers, koperblazers, strijkers en percussionisten mag de naam dragen. Grote orkesten kunnen uit hun geledingen voor bepaald repertoire ook een kleiner kamerorkest formeren, dat doorgaans rond de vijfendertig musici telt. Er bestaan ook zelfstandige kamerorkesten. Een filharmonisch of philharmonisch (`muziekminnend') orkest onderscheidt zich alleen in de naam van een `gewoon' symfonieorkest.

Strijkorkest

Een strijkorkest is een klein orkest met alleen strijkers.

Harmonieorkest

Het harmonieorkest bestaat uit hout- en koperblazers, slagwerkers en soms enkele contrabassisten. De meeste symfonieorkesten zijn bezet met professionele musici, de meeste harmonieorkesten bestaan uit amateurs.

Fanfareorkest

Een fanfareorkest is ook een blaasorkest, maar dan zonder houtblazers (hobo, klarinet, fagot, fluit). Hier spelen alleen koperblazers, saxofoons en slagwerkers.