Enthousiasme en een tikkeltje hoogmoed

Niets lijkt te hoog gegrepen voor een amateurorkest. Maar naast studeren op moeilijke loopjes is er ook tijd voor iets anders dan muziek.

Ze repeteren in het gymlokaal of de aula van een middelbare school en hebben soms bizarre namen: het Ad Hoc Orkest, Suonare d'Amatori, Noordelijke Orkestrale Manoeuvres of Tutti Flutti. Nederland telt honderden amateurorkesten. Van Nieuwegein tot Delfzijl, iedere stad heeft zijn eigen orkest. Amsterdam spant de kroon met ruim twintig amateurorkesten. Er zijn jeugdorkesten, studentenorkesten en orkesten waar de gemiddelde leeftijd rond de zestig ligt. Daarnaast zijn er amateurorkesten met speciale toegangseisen. Zo is het Christelijk Symfonie Orkest Sjosjanim er voor gereformeerde amateurmusici, laat I Medici alleen musicerende artsen toe en is het Philips Symfonie Orkest ooit opgericht door medewerkers van Philips. Het niveau varieert van semi-professioneel tot authentiek amateuristisch.

Landschapsarchitecten, tandartsen, advocaten of biochemici: amateurmusici hebben verschillende achtergronden maar zijn over het algemeen academisch geschoold. Wie in zijn vrije tijd een instrument bespeelt en een orkest zoekt, kan kijken op de website van de Federatie Amateur Symfonie Orkesten (FASO), waar de meeste amateurorkesten bij zijn aangesloten (www.esp.ele.tue.nl/faso). Te lezen is welk orkest waar repeteert en op welke avond van de week. De FASO beschikt ook over een grote muziekbibliotheek waar orkesten die lid zijn tegen relatief lage vergoeding bladmuziek kunnen huren. Op een stoffige zolder van een kerk in een dorp bij Eindhoven beheert een oudere dame de partijen. De bladmuziek ligt er stapels hoog. Mahler, Tsjaikowski, Sjostakowitsj: niets lijkt te hoog gegrepen voor een amateurorkest.

Een tikkeltje hoogmoed is het gemiddelde amateurorkest niet vreemd, want dat niet alle loopjes in de moeilijke symfonieën vlekkeloos worden gespeeld moge duidelijk zijn. ,,Op het concert hoort toch niemand wat we hier spelen'', roept de concertmeester van het Wagenings Symfonie Orkest de violen toe tijdens een repetitie van Mahlers Eerste Symfonie. ,,Gewoon hard spelen en desnoods met één vinger naar boven glijden.'' In de avonduren worden er heel wat uren studie gewijd aan de lastige partijen. Amateurs mogen dan niet beschikken over de techniek van een professionele musicus, ze hebben wel een flinke dosis enthousiasme en doorzettingsvermogen. Het resultaat is vaak verrassend. Roland Kieft, die verscheidene amateurorkesten dirigeerde, waaronder het Nederlands Studenten Orkest en Het Orkest: ,,Er zijn amateurmusici die op een verbluffend hoog niveau spelen. Het is voor amateurs een avontuur om stukken te spelen die ze alleen maar in de concertzaal of op de radio hebben gehoord. Er is een enorme gretigheid om te spelen, terwijl je om doorgewinterde professionele musici te inspireren van goeden huize moet komen. En het leuke aan amateurs is dat ze ook nog over iets anders dan muziek kunnen praten.''

Het Nederlands Studenten Orkest neemt een aparte plaats in onder de amateurorkesten vanwege de intensieve repetitieperiode en tournee door het hele land. Na strenge audities wordt er twee weken lang van 's ochtends 10 tot 's avonds 10 gerepeteerd in het kunstenaarsdorp Bergen. Kieft: ,,Zo kom je op een hoog artistiek niveau. Daarnaast wordt er tot diep in de nacht gefeest. De eerste keer dat ik het NSO dirigeerde sliep ik maar vier uur per nacht.'' Het NSO speelt in alle grote concertzalen van Nederland en maakt daarnaast een tournee naar het buitenland. Dit jaar bestaat het orkest vijftig jaar en heeft het in januari in Carnegie Hall in New York een herdenkingsconcert gegeven voor de slachtoffers van 11 september.

Maar er zijn meer amateurorkesten die een hoog niveau bereiken en het Concertgebouw of de Beurs van Berlage afhuren om voor uitverkochte zalen te spelen. Vooral het VU-orkest en het UvA-orkest J.Pzn Sweelinck uit Amsterdam staan erom bekend. Ook orkesten voor amateurs die de studententijd zijn ontgroeid, zoals Het Orkest in Amsterdam en Bellitoni in Den Haag en een aantal orkesten buiten de Randstad, zoals het Wagenings Symfonie Orkest, mogen er zijn. Het zijn vaak hechte sociale netwerken van muziekliefhebbers, die sinds jeugd- of studentorkest samenspelen. Joachim Adriaanse en Hedwich Teunissen leerden elkaar ooit kennen in het Nederlands Studentenorkest en zijn inmiddels getrouwd.

Teunissen, onderzoeker in de moleculaire biologie en fluitiste: ,,Een leven zonder muziek kan ik me niet voorstellen. De meeste vrienden van mij spelen ook in amateurorkesten. We combineren gezelligheid met geconcentreerd muziek maken. Met Pasen repeteren we vier dagen achter elkaar en koken we 'savonds om een groot diner op tafel te zetten.''

Om een amateurorkest op een hoog niveau te brengen is een gedreven dirigent nodig. Repetities moeten serieus zijn, maar ook leuk. En dus maken dirigenten van amateurorkesten volop grapjes en worden moeilijke passages soms uitentreuren gerepeteerd. Dit lijkt ook de formule te zijn die dirigent Daan Admiraal populair maakt. Hedwich Teunissen: ,,Daan Admiraal dirigeert vier amateurorkesten en een koor. Hij kan mensen aan het lachen maken, maar ook heel systematisch repeteren. Hij heeft een analytische benadering van muziek en laat tijdens een repetitie zien hoe een stuk is opgebouwd. Dat vinden de meeste amateurmusici geweldig.''

De fanatiekelingen zijn lid van meer orkesten. Joachim Adriaanse, IT'er en hoornist: ,,In mijn studententijd speelde ik soms vijf avonden per week in allerlei amateurorkesten: het UvA-orkest, Collegium Musicum in Leiden, Symfonieorkest Bloembollenstreek, je kan het zo gek niet bedenken. Ik heb inmiddels zoveel gespeeld dat ik symfonieën voor de tweede of zelfs derde keer speel. Dat moet een vorm van fanatisme zijn, want vervelen doet het nooit.''