Een pesterige pleiter

Boy, moriaantje, nikker.

Een Britse advocaat die zijn assistent zo noemde, kwam voor de tuchtraad. Arrogante blanke mannen zijn er in de advocatuur al genoeg.

Gordon Pringle heeft geen nagels meer. In de rechtszaal is de 52-jarige strafpleiter gewoonlijk zijn koele, semi-aristocratische zelf. Maar vandaag staat hij zelf terecht. Voor de tuchtraad van de Britse advocatuur.

The Bar, de orde van advocaten, heeft hem gedaagd, omdat hij racistische opmerkingen zou hebben gemaakt tegen een zwarte assistent en zijn beroep schade heeft berokkend. Nu zit Pringle's gezicht vol vlekken, zijn pak is gekreukt. Hij weet dat vandaag zijn carrière wordt gebroken met een boete, een schorsing of zelfs een royement. Of zal hij toch gered worden? Van de wanden van de 16de-eeuwse rechtszaal staren gepruikte mannen in rood-met-hermelijnen mantels onaangedaan op hem neer.

Twee weken eerder heeft het tuchthof getuigen gehoord. De belangrijkste is Eric Adusei (35), de zwarte assistent in kwestie, die eerst voor Pringle's kantoor werkte en daarna voor een reeks andere praktijken. Hun wegen bleven samenkomen, onder meer toen ze tijdens een groot fraudeproces ieder een verdachte bijstonden.

Zijn eerste racistische opmerking zou Pringle hebben gemaakt, toen ze in 1998 samenwerkten aan een moordzaak in de Londense Old Bailey. 'Je bent een stuk slimmer dan al die andere Ghanezen', zou Pringle hebben gezegd. Adusei was te geschokt om te antwoorden, vertelde hij. Later, in een andere zaak, spraken Pringle, een tweede advocaat en Adusei met een Aziatische verdachte. Toen de andere advocaat opmerkte dat Adusei goed kon opschieten met de verdachte, zou Pringle hebben gezegd: 'Dat is omdat ze allebei coons [nikkers] zijn.'

Adusei voelde zich beledigd en geïntimideerd, maar zei weer niets. En toen ze eens op weg waren naar de cel om een verdachte te bezoeken, zou Pringle hebben geroepen: 'Hé, boy! Schiet op, boy!'. Om Adusei daarna aan de verdachte voor te stellen als 'zwartje'. Tegen die tijd, twee jaar geleden, was Adusei doodsbang voor Pringle, zei hij.

De emmer liep over tijdens het fraude-proces. 'Zo, hóé is het met de blackamoor [Moriaan]?', vroeg Pringle op luide toon, toen hij Adusei daar tegenkwam. Dit keer protesteerde hij wel en deed zijn beklag bij collega-assistenten, die het allemaal hadden gehoord. Een van hen zei later luchtig tegen Pringle: 'Eric houdt niet meer van je, hoor.' Waarop Pringle Adusei een pesterig excuusbriefje stuurde met een hart en een pijl erop. Het hielp niet. 'Als dit proces klaar is, gaan we allemaal met vakantie in het privé-vliegtuig van Erics cliënt', zei Pringle later. 'Eric mag aan boord de drankjes rondbrengen.'

De zaak-Pringle staat niet op zichzelf. Het Britse rechtsstelsel ligt onder vuur, omdat het een bastion zou zijn van geprivilegieerde, klassebewuste blanke mannen die geen rekening houden met de kwetsbare gevoelens in een multiculturele samenleving. Of die zich û bewust of onbewust û gedragen als racistische bullies.

Gordon Pringle, opgeleid in Oxford en advocaat sinds 1973, is zo iemand, gelooft Martin Kurrein, advocaat en parttimerechter, die de zaak namens de Bar Council heeft aangespannen. 'Hij ging een keer te ver, maar in plaats van excuus te maken vluchtte hij naar voren', zegt hij. Pringle overschreeuwt beroepsfrustratie met arrogantie, vermoedt hij. 'Want Pringle is nu 52 en topadvocaten hebben tegen die tijd al 'qc' [Queen's Counsel] achter hun naam. Dat kan hij nu trouwens helemaal wel vergeten.'

Pringle en zijn advocaat, Robert Francis û wel een qc û lieten een reeks getuigen û zwarte, blanke en caramelkleurige advocaten, klerken en rechtbankmedewerkers û opdraven, die tot de laatste man en vrouw zeggen dat er 'geen greintje racisme' in hem schuilt. Ook het grote aantal zaken voor 'cliënten met een etnische achtergrond' dat Pringle naar tevredenheid heeft gedaan, zou ervan getuigen. Al noemt één collega hem 'oubollig' en 'meer uit de hoogte dan ikzelf gepast zou vinden'.

Van de meeste opmerkingen kan Pringle zich niet eens meer herinneren dat hij ze heeft gemaakt, zegt hij. Maar áls het zo is, was het 'in een sfeer van vriendschap'. Ja, hij plaagde mensen, maar 'op een postmoderne, ironische antipolitiek correcte manier'. Adusei boy noemen was een 'hiërarchisch rollenspel van het meester-slaaf-type', dat zou helpen bij het 'reduceren van de dagelijkse spanning' in de advocatuur. 'Mijn houding tegenover hem', zei Pringle, 'was van een voorgewende patriciërs-hauteur. Ik heb hem misschien geplaagd, maar ik heb in mijn leven nog nooit iets onaardigs tegen de heer Adusei gezegd.' Blackamoor, Moriaantje was gewoon een 'ouderwetse, onschuldig bedoelde bijnaam', aldus Pringle.

Judge Diana Faber, voorzitter van de vijf raadsleden, neemt het woord. Het gebruik van het woord 'boy' hoeft niet racistisch gebruikt te zijn, zegt ze. Bovendien is het allemaal wel lang geleden en zijn er te veel onduidelijkheden in het feitenverslag. 'Niet schuldig.' Dat geldt ook voor het gebruik van het woord 'coon' en 'zwartje', zegt ze. 'Niet schuldig', klinkt het opnieuw. Zo gaat het bij de eerste zes aanklachten. Pringle slikt en zweet en zucht en zet zijn lange lijf voor de zoveelste keer in een andere hoek. Dan is Faber bij de blackamoor. Ze kijkt Pringle aan en slaat dan heel even haar ogen neer. Pringle weet al wat ze gaat zeggen. En bij de vliegtuigpassage doet ze het weer.

'U wist heel goed wat het effect van uw woorden en daden op de heer Adusei zouden zijn', zegt Faber en citeert een uitspraak van het Hogerhuis dat 'racisme het kwaad' is. 'Meneer Pringle, uw opmerking was racistisch bedoeld. U wilde meneer Adusei in het openbaar vernederen en dat is u gelukt. Daarmee heeft u ook uw beroep een kwade naam gegeven.'

De tuchtraad wil zich terugtrekken om de strafmaat te bepalen. Maar Pringle's raadsman doet nog een laatste reddingspoging. Zijn cliënt heeft spijt van zijn 'stomme en ondoordachte grappen', zegt hij. Hij hééft zijn professie schade bezorgd, maar het was eenmalig, want hij heeft zijn les geleerd. De zaak zelf en de publiciteit eromheen hebben hem al genoeg gestraft, en het is hoe dan ook de vraag of hij nog zal kunnen praktizeren. Mag hij er af komen met een waarschuwing?

Een uur verstrijkt. Anderhalf uur verstrijkt. Pringle's supporters û onder wie een Italiaanse advocaat die tiert over het 'politiek correcte Engelse recht' û krijgen bijna weer hoop. Dan komen de raadsleden binnen en nemen hun plaats in, zonder Pringle aan te kijken. Binnen een minuut is het voorbij. Pringle wordt één jaar geschorst van de Bar, hij krijgt een boete van 1.000 pond (1.600 euro) en hij moet 500 pond aan de kosten van zijn proces betalen. Pringle staart heel hard naar het plafond. Zijn advocaat legt een hand op zijn schouder en begint dan te schrijven aan een persverklaring, waarin hij zinspeelt op een hoger beroep.

'Een zware maar juiste straf', zegt aanklager Kurrein even later. Helaas ontbrak zijn kroongetuige, Adusei, op de slotzitting mysterieus. Dat bevalt hem maar matig. Want het gerucht gaat dat Adusei zijn verhaal aan een tabloid-krant heeft verkocht. En als dat zo is, heeft hij zijn verklaringen misschien sensationeler gemaakt, zegt Kurrein. Buiten, in de zon, wachten de fotografen. M

Hans Steketee is correspondent van NRC Handelsblad in Londen.