Een avonturier keert terug naar zijn oude liefde

Topfotograaf Co Rentmeester (66) is morgen de opvallendste deelnemer aan de Skiffhead, de 7,5 kilometer lange roeirace van Amsterdam naar Ouderkerk aan de Amstel. Via Los Angeles, Vietnam en New York is de voormalige roeikampioen terug op de Amstel.

,,Kan iemand mij met een puntje helpen'', roept Co Rentmeester over het roeivlot naast het clubhuis van roeivereniging Nereus. Een jonge roeier helpt hem even later om de zilvergrijze skiff met rode bies uit het botenhuis te dragen en in het water van de Amstel te leggen. Voordat hij in de ranke boot stapt, doet Rentmeester op het vlot rek- en strekoefeningen. ,,Het duurt twee keer langer dan vroeger om alles los te krijgen'', kreunt hij, terwijl zijn neus in de buurt van de punt van zijn sportschoenen probeert te komen. Na ruim veertig jaar maakt Rentmeester – sinds 1961 woonachtig in de Verenigde Staten, het land waar hij een topfotograaf werd – bij de Skiffhead zijn rentree als wedstrijdroeier.

Zijn gloriedagen als roeier liggen ver achter hem. Rentmeester was Nederlands skiffkampioen in 1958 en 1959, een jaar later won hij de Holland Beker en werd hij bij de Olympische Spelen in Rome vijfde in de dubbeltwee. ,,Op de Rotsee in Luzern, vlak voor de Spelen, hadden we nog gewonnen. Maar we maakten de fout dat we in de aanloop naar Rome geen rust namen. We bleven doortrainen.'' Een brede lach verschijnt op het gezicht van zijn gelegenheidscoach Diederik Simon, de olympisch kampioen van 1996 (Holland Acht) en zilveren medaillewinnaar van 2000 (dubbelvier), die Rentmeester klaarstoomt voor de Skiffhead. ,,Hij is niks veranderd. Dat doet hij nu nog.''

Vorig jaar, toen hij in Nederland was om de Paul Huf Award – een prijs vernoemd naar zijn inmiddels overleden collega – in ontvangst te nemen, ging het weer kriebelen. Hoewel hij erelid is van roeivereniging Willem III, nam hij contact op met Nereus, omdat hij daar meer mensen kent. Of hij daar eens wat kon komen roeien. Geen probleem. Sindsdien ontfermt Simon zich over hem. Vorig jaar bleef dat beperkt tot het uitlenen van zijn skiff en wat aanwijzingen.

Een tijdje geleden nam Rentmeester weer contact op met Simon. Hij wilde de Skiffhead roeien en opnieuw de boot lenen van Simon. Maar hij stond erop dat er deze keer wat tegenover zou staan. ,,Neem je fototoestel maar mee'', adviseerde Simon. En zo stond Rentmeester de afgelopen twee weken vaak vroeg op om met fotocamera's de trainingen van de vier zonder bij te wonen, waarvan behalve Simon de roeiers Michiel Bartman, Geert Jan Derksen en Geert Cirkel deel uitmaken. Tijdens de Head of the River zat Rentmeester twee weken geleden achterop een motor om de acht van Nereus, met Simon, vast te leggen. ,,Terwijl ik aan het roeien was, zag ik steeds Co op die motor voorbijracen'', zegt Simon. ,,Ik moest geweldig lachen en was helemaal niet met m'n race bezig.'' Binnenkort krijgt Simon zijn gage in schitterende foto's uitbetaald.

Toen de 31-jarige Simon vorige week zijn 35 jaar oudere leerling in Amsterdam verwelkomde, ging hij ervan uit dat Rentmeester sinds zijn vertrek uit Nederland altijd was blijven roeien. ,,Door de manier waarop hij over het roeien sprak – over het gevoel, de details, de afstelling – dacht ik dat hij al die jaren in de VS was blijven trainen. Maar toen hij vorige week in de boot stapte, een beetje ongemakkelijk maar wel met bootgevoel, vertelde hij me dat hij in die veertig jaar bijna geen haal heeft gemaakt. Ongelooflijk.''

Rentmeester geniet en Simon ziet het. ,,Bij elke bocht roept hij `geweldig'. Daarna gaat hij weer verder'', zegt de gelegenheidscoach. Simon moet de enthousiaste Rentmeester vooral afremmen. ,,Donderdag en vrijdag moest hij rust nemen, anders zou de wedstrijd een hel worden.'' De afgelopen twee weken heeft de oud-roeier veel geleerd van Simon, die Rentmeester meestal volgde in een motorboot. Met de megafoon riep hij hem aanwijzingen toe. ,,In het begin slingerde hij als een dronkeman over de Amstel.'' `Beetje links', klonk het dan door de megafoon, `beetje rechts'.

Bij de Febo, schuin tegenover het clubhuis van Nereus, luisterde Simon met regelmaat ademloos naar de verhalen uit het leven van Rentmeester. ,,Over hoe hij als fotograaf is begonnen, over zijn exposities, over zijn tijd in Vietnam, over zijn vrouwen, zijn kinderen. Hij is iemand die veel succes heeft gehad en nu terugkeert naar zijn roots.''

Na zijn mislukte olympische avontuur overwoog Rentmeester nog vier jaar door te gaan, om mogelijk revanche te nemen bij de Zomerspelen van 1964 in Tokio. Maar de Amsterdammer koos voor een betrekking in de houthandel in het noorden van Californië, via buitenlandse kennissen uit de roeiwereld. ,,Dat was binnen een jaar voorbij, ik verveelde me.''

Terugkeren naar Nederland beschouwde hij als gezichtsverlies, dus besloot hij in de VS iets te gaan doen wat hij `echt leuk' vond: fotograferen. ,,Als jongen van acht maakte ik al foto's wanneer ik achterop de motor bij mijn vader naar Noorwegen ging. Ik had de camera, een Rolleiflex uit 1938. Fotograferen tijdens de vakantie was mijn verantwoordelijkheid. Zo is het begonnen.'' Na zijn kortstondige avontuur in de houthandel studeerde Rentmeester drieënhalf jaar fotografie in Los Angeles. ,,'s Nachts werkte ik voor 1 dollar en acht cent bij een benzinepomp in LA, overdag ging ik naar The Arts Center College of Design.''

Toen hij in 1965 afstudeerde, begon hij in Los Angeles als freelancer bij het tijdschrift Time. ,,Het tijdschrift Life zat daar in de buurt en dat was destijds het fotomekka.'' Voordat Rentmeester het wist bevond hij zich datzelfde jaar in opdracht van Life in het epicentrum van de rassenrellen in Watts, een zwarte wijk van Los Angeles. ,,Met dat rare accent en met hemd en das ben ik zo die zwarte buurt ingelopen, als blanke. Dat bracht ze daar een beetje in de war.'' Rentmeester keerde met dertien volgeschoten filmrollen terug. ,,Exclusief. Veertien pagina's in Life, plus de plaat op de voorpagina. Watts heeft als een katalysator gewerkt voor mijn journalistieke carrière.'' Uit zijn Life-periode is veel werk terug te vinden in het boek The Best of Life (1973). Een groot deel van zijn oeuvre staat ook op zijn eigen website, www.co-rentmeester.com.

In november 1965 vertrok Rentmeester naar Vietnam, om daar tweeënhalf jaar de oorlog als fotograaf te verslaan. ,,Een moeilijke tijd'', vat hij die periode samen. Hij kreeg er malaria en raakte gewond aan zijn hand door een kogel van een Noord-Vietnamese sluipschutter, maar in tegenstelling tot veel collega's (76 Westerse verslaggevers en fotografen sneuvelden) keerde hij levend terug. Met een van zijn in Vietnam gemaakte foto's won hij in 1967 de hoofdprijs van World Press Photo, als enige Nederlander tot nu toe.

Sindsdien woont hij aan de oostkust van de VS en legde hij zich vooral toe op commerciële fotografie, met als belangrijke klanten onder meer Marlboro (de stoere Marlboro man en zijn paard), Exxon, Peter Stuyvesant, Akzo en AEG.

Ook als sportfotograaf verdiende hij zijn sporen. Zelf noemt hij zijn sportfoto's liever ,,sportillustraties''. Hij fotografeerde onder meer Michael Jordan op een grasheuvel. Daar had hij een paal met een basket laten ingraven en vanaf de zijkant fotografeerde hij Jordan, die tijdens de sprong zijn benen wijd spreidde en de bal op de toppen van zijn vingers droeg. ,,Met tegenlicht maar hard ingeflitst'', voegt Rentmeester eraan toe. Jordan sprong vier keer. ,,Toen vond hij het genoeg.''

Naar het roeien – zijn ,,oude liefde'' – keerde Rentmeester na vier turbulente decennia terug. Thuis, in Westhampton Beach op Long Island waar hij de afgelopen winter droogroeide op de ergometer, beschikt hij sinds een jaar over zijn eigen skiff. ,,Roeien heeft iets sensueels'', filosofeert Rentmeester. ,,Het geruis van water en wind en het ritme van de beweging zorgen voor een soort roes van bevrediging, die uitmondt in een verzadigende uitputting. Op het eind voel je tevredenheid. Met roeien kom je geestelijk in een derde dimensie. En het is verslavend. Anders zat ik hier nu niet.''