Eekhoorntjes in mensenhand

Het begint in maart, als het mooi weer wordt, als mensen de tuin gaan doen, als ze een hinderlijke boom kappen en het verlaten eksternest geen verlaten eksternest maar een bewoond eekhoornnest blijkt te zijn. Dan zien ze zich opeens met een trosje eekhoornbaby's geconfronteerd. Nemen ze vervolgens contact op met een dierenarts of de dierenambulance, dan worden ze als het goed is doorverwezen naar Mieke Holtslag.

Mieke woont in een gewoon huis in een gewone buurt in De Meern. Maar voor de deur staat een donkergroene Suzuki Vitara en op die Suzuki staat: Eekhoornopvang Nederland. Het logo vertoont een eekhoorntje in een mensenhand.

Van het huis is de hele tussenverdieping, waar gewone mensen hun slaapkamers hebben, gereserveerd voor de verzorging van jonge eekhoorns. De inrichting houdt het midden tussen de couveusekamer van een ziekenhuis en de kattenafdeling van een dierenasiel.

Eind maart – er zijn inmiddels nesten binnen uit Asten (tweemaal), Amersfoort, Denekamp en Beckum. De leeftijden variëren van een week of twee tot een week of vijf.

De kleinste maken een zeldzaam ongespecificeerde indruk – alsof 't nog alle kanten op kan. Ze hebben een biggetjesroze huid en houden de oogjes stijf dicht. Ze wegen 25 gram, nét te veel voor een brief van 39 eurocent. Ze moeten de klok rond elke twee uur de fles, telkens 0,3 milliliter melk, dat is zes druppels.

Nauwelijks een maand later hebben ze dat benijdenswaardige vachtje al, en die puntige oortjes, en die pientere oogjes, en een veelbelovende staart. Alles nog in miniatuur natuurlijk, maar onmiskenbaar eekhoorn.

De benodigde melk wordt betrokken van een Amerikaanse firma die een hele lijn melkpoeders op de markt brengt, elk product met zijn eigen vet- en eiwitgehaltes, zeer precieze hoeveelheden calcium, koolhydraten enzovoorts. Alleen de kosten hiervan, zegt Mieke, bedragen al 2.500 euro per jaar, ongeveer eentiende van het totale budget.

En waarom dan geen gewone koemelk? Omdat koemelk alleen geschikt is voor kalveren. Verder is er bijna geen dier dat de lactose in koemelk kan verdragen. Zelfs de mens heeft eeuwen nodig gehad om zich aan koemelk aan te passen.

Nee, eenvoudig is het allemaal niet.

Gevraagd naar haar persoonlijke drijfveren, antwoordt Mieke dat ze een echt stadskind was. ,,Maar als klein meisje liep ik in Utrecht al met een collectebus voor de dierenbescherming, tegen vivisectie. En als mensen me vroegen wat dat was, vivisectie, dan kon ik dat haarfijn uitleggen.''

Zodra ze haar rijbewijs had, ging ze op de dierenambulance rijden. Toen, eind jaren tachtig, kwam ze een keer met een jonge eekhoorn te zitten. Wat moest je met een jonge eekhoorn? Voor fretten was er de frettenopvang, voor schildpadden de schildpaddenopvang, er waren wel 140 centra voor de opvang van vogels en/of egels, je kunt in Nederland niet over een muis struikelen of er is wel een adres waar je hem heen kunt brengen om het weer goed te maken – maar voor die eekhoorn was er niets. Laat 'm maar afmaken, kreeg ze te horen, met eekhoorns wordt 't nooit wat. Nou, dat wou er bij Mieke toevallig niet in.

Vorig jaar passeerden 238 eekhoorns de eekhoornopvang. Het gros ervan zou niet meer hebben geleefd als Mieke minder eigenwijs was geweest.

,,Maar het hadden net zo goed andere dieren kunnen zijn?''

,,Ja hoor.''

,,Jij gaat me niet vertellen dat eekhoorns de meest voortreffelijke dieren van de schepping zijn?''

,,Nee hoor.''

,,En verdien je hier wat mee?'

,,Nee.''

,,Wat dat betreft ben je gewoon een van de vrijwilligers van de Stichting?''

,,Ja.''

,,En als jullie groeien? Want zo gaat het toch altijd? Het begint met mensen die nodig zijn om voor dieren te werken en het eindigt met dieren die nodig zijn om mensen aan het werk te houden.''

,,Bij ons niet'', zegt Mieke.

,,Oké'', zeg ik.

Daarom blijven ze voorlopig ook gewoon in De Meern, wel de laatste plaats in Nederland waar je eekhoorns zou verwachten. Een plekje op de Utrechtse Heuvelrug zou veel natuurlijker zijn. Daar hebben ze een tijd op zitten puzzelen – een passende locatie, een beetje luxe. Maar ja, geld. Het geld gaat elk jaar schoon op aan directe zorg voor de dieren.

Mieke pretendeert niet een bijdrage te leveren aan de instandhouding van de soort. Ze verleent humanitaire hulp. Vreselijke ongelukken. Mensen zetten de frituurpan buiten om af te koelen en even later drijft er een eekhoorntje in het vet. Mensen steken de open haard aan, ze trekken de klep in de schoorsteen open en daar tuimelt een heel nest jonge eekhoorns in de vlammen. Zolang zulke dingen door menselijk toedoen gebeuren, zullen er ook mensen zijn die proberen de gevolgen te verzachten.

Intussen gaat het niet goed en niet slecht met de eekhoorn in ons land. In de jaren zestig is de populatie uitgedund door een myxomatose-achtige aandoening, een pokkenvirus. Daarvan heeft de stand zich enigszins, maar nooit volledig hersteld.

Bij de Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming heeft men sinds 1995 wel een beeld van de schommelingen, van betere en mindere eekhoornjaren. Maar aan absolute getallen waagt zich niemand. Gegevens die over het meest onaanzienlijke vogeltje in een handomdraai beschikbaar zijn ontbreken over de eekhoorn. Als je het aardig wil zeggen: de eekhoorn hult zich in geheimzinnigheid. Als je de waarheid wilt: eekhoorns werden door de jaren heen als te gewoon beschouwd voor wetenschappelijk onderzoek. En als je daaraan nog iets wilt toevoegen: zoogdieren zijn nu eenmaal niet zo makkelijk als vogels.

Alle dieren die bij de eekhoornopvang terechtkomen gaan vroeg of laat terug naar het bos. Ze lappen geen eekhoorns op om de rest van hun leven in een kooi te slijten. Bij blijvende ongeschiktheid voor de natuur laten ze ze inslapen.

Alle dieren gaan ook terug naar de plek waar ze gevonden zijn. Ze lappen geen eekhoorns op voor het Amsterdamse, Haagse of Kralingse bos. ,,Zulke geïsoleerde populaties'', zegt Mieke, ,,die bovendien ooit door de mens zijn uitgezet, zijn gedoemd om uit te sterven, tenzij je blijft knoeien met die dieren.''

Overigens heeft ze ook geen vergunning om eekhoorns naar eigen goeddunken weer los te laten. Ze mag eekhoorns vervoeren, onder zich houden, en terugbrengen. Jaarlijks brengt de Stichting verslag uit aan het ministerie van LNV.

Wat de rest van het seizoen betreft: op de golf van het tuinonderhoud volgt die van de zomerhuisjes. De huisjes worden weer in gebruik genomen en mensen treffen een nest eekhoorns aan in de wasmand in de bijkeuken. Formeel mag je ze niet verstoren, ook in je eigen huis niet, maar daar moet natuurlijk een mouw aan worden gepast.

Zieke eekhoorns, eekhoorns met hondenbeten, eekhoorns die onder een auto komen – dat gaat het hele jaar door. ,,Zaterdag nog'', zegt Mieke, ,,kregen we een verkeersslachtoffer binnen uit Son, een vrouwtje met aangezogen tepels, met jongen dus. Meestal zijn ze reddeloos verloren, maar deze was in een uitstekende conditie, alleen vreselijk dizzy. We hebben haar medicijnen gegeven, en een infuus, en warmte en rust, en de volgende morgen gauw weer teruggebracht.''

Haar advies voor wandelaars die een hulpbehoevende eekhoorn aantreffen: opbellen!

Zij is warm voorstander van wandelen met een mobieltje op zak, het nummer van de Stichting Eekhoornopvang Nederland in het geheugen.