De schok: Theo Koomen

In de nacht van 5 april 1984 botste Theo Koomen bij zijn woonplaats Groot-Schermer met zijn auto op een tegenligger. De andere bestuurder kwam met de schrik vrij. Koomen overleed ter plekke. Hij was vermoeid teruggereden van de voetbalwedstrijd FC Twente-Volendam.

Koomen, zoon van een groenteboer, wilde eerst missionaris worden. Door een zwakke gezondheid moest hij het seminarie verlaten en verbleef hij drie jaar in een sanatorium. Hij werd leerling journalist bij het Noord-Hollands Dagblad. In de jaren zestig vond hij zijn grote liefde: de radio. Hij was de overtreffende trap van zijn voorganger Han Hollander en zijn opvolger Jack van Gelder. Hij versloeg voetbal, schaatsen en wielrennen. Uit pure blijdschap sloeg hij in 1976 een ruit van zijn commentaarhok kapot, nadat Piet Kleine olympisch schaatsgoud had gewonnen. Zijn fantasie was bijna net zo groot als zijn enthousiasme. Hij vertelde ooit tijdens Parijs-Roubaix in superlatieven over twee vluchters die eendrachtig samenwerkten. In werkelijkheid betrof het slechts één koploper, met een dubbele achternaam: Gilbert Duclos-Lassalle. Koomen vertrouwde blindelings op de informatie van de koersradio. Zijn verbeelding overtrof de werkelijkheid, waardoor hij als tv-commentator ongeschikt bleek. De kijker zag niet wat hij vertelde. Hij werd de belichaming van Radio Tour de France. Achterop de motor hield hij wielerminnend Nederland met overslaande stem op de hoogte. Theo Koomen werd 54 jaar.

Dit is de 37ste aflevering in een serie over schokkende sportmomenten.