De nieuwe daklozen in Den Haag

De gemeente Den Haag zet uitgeprocedeerde asielzoekers uit hun huis. De `nieuwe daklozen' bezetten gisteren de hal van het stadhuis.

Gezien vanaf de hoge trappengalerijen van het Haagse gemeentehuis vormen ze een armoedig streepje mensen in de immense hal. Dertig uitgeprocedeerde asielzoekers, dicht opeen in een rij op wachtbanken. Naast hen drentelt een handvol medewerkers van Vluchtelingenwerk en kerkorganisaties, op de grond liggen uitgespreide dekens en papieren vellen met uitleg over hun situatie: ,,Ik kom uit Irak, vijf jaar hier, drie kinderen, geen geld, en nu ook mijn huis kwijt.''

Dat is de tekst van de familie Merza. De familie is een van de eerste drie huishoudens die de gemeente Den Haag na de invoering van de nieuwe Vreemdelingenwet uit huis zette. De gemeente liet 's avonds hun sloten veranderen. Ze kunnen nergens naar toe, zeggen ze. Vooral niet terug naar het land van herkomst, zoals de wet voorschrijft. Daarom zitten zij nu in de zonnige hal van het IJspaleis, zoals het stadhuis in goed Haags heet. Ze blijven tot er ,,een oplossing is'', zegt Leila Jama Askhir (16) uit Somalië. Om haar heen rennen kinderen uit Somalië, Soedan en Syrië.

Het is, zegt de Haagse wethouder van Sociale Zaken, Pierre Heijnen (PvdA), een ,,spijtige situatie''. Deze asielzoekers wonen vaak al jaren in Den Haag, omdat ze ooit een voorlopige verblijfsvergunning kregen. Kinderen zijn hier geboren, en spreken vaak beter Nederlands dan hun moedertaal. Maar het zou ,,valse hoop wekken'', meent hij, ze te helpen als er geen perspectief is op asiel. De meerderheid van de Tweede Kamer heeft immers ,,een en andermaal'' laten blijken géén generaal pardon te willen voor de in totaal meer dan 4.000 uitgeproceerde asielzoekers die in opvangcentra of in huizen van gemeenten zitten.

Dat heeft Heijnen de asielzoekers vanmorgen ook verteld. Al had de Kamer van hem ,,ruimhartiger'' mogen zijn, vooral voor gezinnen met jonge kinderen, de gemeente moet gewoon de wet uitvoeren waartoe het `andere' Den Haag heeft besloten. In Den Haag komen daardoor nu in de eerste ronde 27, en tenslotte bijna zestig gezinnen op straat.

Volgens Heijnen verdwijnen zij uiteindelijk in een informeel opvangcircuit ,,in Noordwest-Europa'' waar hij geen zicht op heeft. De kerken vormen dat circuit steeds minder, zegt Petra Schulz, medewerkster van Vluchtelingenwerk en een van de organisatoren van de actie in het stadhuis. Die kunnen de toevloed ,,allang niet meer aan'' en kijken zelf ook steeds meer naar de perspectieven die vluchtelingen nog hebben om te mogen blijven. Ze is even uit het stadhuis gewandeld, om samen met Nado (10), Musa (2,5) en Fatima (9) uit Somalië ijsjes te kopen bij Albert Heijn.

Terug in het stadhuis zijn Leila Jama Ashkir en haar zus Suhuura (35) categorisch: deze kinderen zullen nooit naar Somalië gaan, of ze nu uit hun huis worden gezet of niet. Het hele huishouden, Suhuura en negen kinderen, woont zeven jaar in Nederland en is uitgeprocedeerd. Ze hebben hun woning nog, maar verwachten de uitzettingsbrief elke dag. ,,Mijn leven is slecht,'' zegt Suhuura, ,,maar Somalië is onmogelijk''. De meisjes Nado en Fatima zijn bang daar te worden besneden. Voor Leila strekt de angst verder: ze is al zo groot, dat ze vanwege het uitblijven van besnijdenis als hoer kan worden gedood. Suhuura weet zeker dat ze zal worden gestenigd, omdat ze hier kinderen heeft gekregen, terwijl haar wettige echtgenoot in Somalië woont.

Ook in het stadhuis kunnen zij niet blijven. Als het gebouw om zeven uur sluit, trekt de groep na enig aandringen naar buiten. Vrouwen en kinderen gaan naar huis of vrienden, de mannen blijven buiten slapen voor de deur.