De eeuwige jacht op geld

De kwaliteit van het Gelders Orkest is wijd en zijd bekend. Maar dat is niet genoeg: subsidies en sponsoring bepalen ook hier de toekomst.

Op de monitor voorin de bus draait een toepasselijke film: The Red Violin van regiseur François Girard. Zo nu en dat stopt het voertuig op benzinestations rond Arnhem om musici van het Gelders Orkest op te pikken. De sfeer is ontspannen en de grappen kunnen louter door musici gemaakt worden. Ze lachen om de scène waarin een meisje haar viool mee in bed neemt: ,,Zo slaap ik ook'', roept een cellist. ,,Waar laat je je vrouw dan?'' zegt een collega. ,,In de kist'', luidt het antwoord. Orkestinspecteur Carlo de Wild wil niet de verkeerde indruk wekken: ,,We draaien ook wel Star Trek, hoor.''

Vanavond is de bestemming van de bus Winterswijk, een `buitenplaats' zoals dat in het jargon ietwat oneerbiedig heet. Het Gelders Orkest is een provinciaal orkest met een goede naam en heeft als standplaatsen muziektempel Musis Sacrum in Arnhem en een prachtige concertzaal in Nijmegen. Het speelt ook regelmatig in de Randstad. Het orkest ontvangt jaarlijks een kleine vijf miljoen euro subsidie en krijgt dus van het rijk een opdracht mee: vertoon uw kunsten ook in de kleinere plaatsen in uw provincie. En zo trekt het orkest naar zalen als Amphion in Doetinchem en De Lampegiet in Veenendaal.

Schouwburg De Storm in Winterswijk is misschien wel het minst favoriet bij de leden van het orkest. ,,Je hoort jezelf hier erg slecht'', verzucht solocellist Jeroen Reuling. ,,Op het toneel is het op eieren spelen.'' Violiste Iefke Wang is evenmin gecharmeerd van de ,,droge akoestiek''. Ze studeert nog aan het conservatorium en doet als freelancer mee aan dit programma: ,,Je speelt vanzelf toch minder geïnspireerd.'' Hoboïst Bram Kreeftmeijer is milder: ,,Ik vond het vroeger erg vervelend, dit soort plaatsen. Maar dat is minder geworden. Het heeft ook z'n charme.''

Het effect in de zaal is beter dan de musici op het podium denken. Het elektronische akoestische systeem werkt goed en helpt de luisteraars aan een mooie, volle orkestklank. Het programma met Mozart (Eine kleine Nachtmusik), Vaughan Williams, Barber en Beethoven (Symfonie nr.1) onder leiding van gastdirigent Michel Tilkin komt goed tot zijn recht. Jammer is dat in de zachte passages voortdurend een elektronische zoemtoon is te horen. En dat de zaal maar voor de helft is gevuld.

Het verhaal van het Gelders Orkest is een verhaal van potentie en beperkingen. ,,Een fabelachtig orkest'', zei Yehudi Menuhin ooit. ,,Een jong en ambitieus orkest dat hard werkt om iets te bereiken'', zegt chef-dirigent Lawrence Renes nu. Bovenaan in de Nederlandse orkestwereld staan natuurlijk het Koninklijk Concertgebouw Orkest, het Rotterdams Philharmonisch en het Radio Filharmonisch Orkest, zegt Renes. ,,Maar in de groep die daar net onder zit is het Gelders Orkest een van de beste.'' Velen roemen de goede sfeer binnen het orkest: ,,Het is een plek waar ik graag kom'', zegt cellist Reuling.

De aanstelling in 1998 van de jonge en talentvolle Renes zorgde voor veel positieve publiciteit. De nieuwe dirigent legde de lat meteen hoog met symfonieën van Mahler en Bruckner en opera's van Wagner (Tristan en Parsifal). De opera's hebben betrekking op een andere `opdracht': het begeleiden van de Nationale Reisopera. ,,Daarmee hebben we de grenzen van het orkest verkend en verlegd'', zegt de dirigent: ,,Het gaf een fantastisch gevoel dat we dat met zijn allen toch bereikt hadden.''

Maar Renes vertrekt naar Bremen: ,,De hoofdreden is dat Nederland te weinig respect heeft voor datgene wat het land aan cultuur heeft. Het klimaat voor orkesten wordt steeds harder.'' Renes spreekt van een denkfout: ,,Een symfonieorkest is een symfonieorkest. Een van de kerntaken is dus het spelen van het grote repertoire. Net zoals het belangrijk is dat het publiek Van Goghs kan zien, moeten ze in Gelderland Beethoven kunnen horen.'' Renes moest Mahler vanwege financiële beperkingen met tien strijkers te weinig spelen: ,,Stel dat ik Mahler zou tegenkomen, ik zou me doodschamen. En ik begrijp niet waarom het Residentieorkest in Den Haag Mahler wel met zestig strijkers kan spelen.''

De financiële problemen zijn een bron van zorg voor het Gelders Orkest. De musici moeten met te weinig mensen te hard werken, zeggen ze zelf, en ze worden slecht betaald. Belangrijke instrumenten als tuba's of basklarinetten kunnen vaak niet tijdig vervangen worden. Maar er is ook te veel geld uitgegeven. ,,We hebben de laatste jaren op iets te grote voet geleefd'', zegt tweede violist Martijn Tjoelker. De financiële reserve van zo'n miljoen euro is opgesoupeerd, erkent directeur Albert Adams. Aan hem de taak de tekorten weg te werken en het orkest na diverse interim-directeuren weer in rustiger vaarwater te brengen.

,,Binnen de financiële mogelijkheden hebben we voor 2002/2003 een prachtig seizoen neergezet'', zegt Adams. Het orkest geeft honderd concerten, twintig minder dan in eerdere jaren: onder meer War Requiem van Britten in het kader van de Slag om Arnhem en de Vijfde van Mahler als afscheid van Renes. Binnen het orkest leven zorgen over de verkleining van het programma. ,,We hebben een hele goede kopersectie'', zegt violist Tjoelker, die lid is van de artistieke commissie: ,,Met een kleinere programmering zitten die al snel te vaak thuis. Dat komt het samenspel niet ten goede.''

De twee ton die het rijk onlangs aan extra subsidie toezegde is volgens Adams volstrekt onvoldoende. De directeur is teleurgesteld in de houding van de gemeenten Arnhem, Nijmegen en Apeldoorn die de gevraagde subsidie van zo'n 70.000 euro per stad hebben geweigerd. Gelukkig is er een sponsor voor een half miljoen euro in vijf jaar binnengehaald met de Japanse kunstvezelfabrikant Teijin Twaron, die in Arnhem is gevestigd. Daarvoor levert het Gelders Orkest niet alleen de traditionele vrijkaartjes maar organiseert het ook speciale concerten, ook met werk van Japanse componisten als Ischii en Takemitsu. ,,Sponsoring is maatwerk geworden'', zegt Adams.

Behalve de financiële problemen oplossen moet het orkest ook op zoek naar een chef-dirigent. Dat zal niet meevallen. Veel orkesten vissen in dezelfde kleine vijver. ,,Het moet iemand zijn die de onder Renes ingezette ontwikkeling door kan zetten'', zegt Adams. ,,Iemand die wij zien zitten en iemand die ons ziet zitten, iemand die muzikaal echt boven ons staat'', zegt Reuling. Uit de groep gastdirigenten is nog geen natuurlijke kandidaat naar voren gekomen, aldus Tjoelker, die betrokken is bij de zoektocht.

Renes is eigenlijk te vroeg vertrokken, zo valt te horen in het orkest. Rechtstreekse kritiek zullen de musici niet gauw leveren, maar uit de wensen voor de nieuwe chef klinken als vanzelf de echo's uit het tijdperk Renes: ,,Ik heb liever geen chef-dirigent die het vak via ons nog moet leren'', zegt Jeroen Reuling. Martijn Tjoelker spreekt van een ,,chef die zich meer aan het orkest wil binden''. ,,Ja, het mag dan soms een vervelend jongetje zijn'', zegt de tweede eerste concertmeester Rémy Baudet in de bus terug van Winterswijk, verwijzend naar de driftbuien waarin de jeugdige Renes soms vervalt, ,,maar er gebeurt wel wat.'' De Beethovensymfonie onder Renes was wel ,,twee slagen beter'' dan deze avond onder Tilkin. ,,Dat is een aardige man die het fijn vindt met elkaar muziek te maken. Die heeft niet zo'n enorme ambitie als Lawrence Renes. Die eist heel veel van het orkest, en dat hoor je toch.''