De dokter zegt `nee' (1)

Met veel belangstelling heb ik het interview met Bart Fauser gelezen (Z, 30 maart). Mijn vrouw en ik hebben enkele jaren geleden ook een vruchtbaarheidsbehandeling ondergaan en onze ervaring is een heel andere.

Toen de vruchtbaarheidsbehandeling de voortgang in het adoptietraject in de weg stond, hebben we definitief gekozen voor adoptie. Hoewel er geen aanwijsbare oorzaken waren voor ons vruchtbaarheidsprobleem, hadden we gevoelsmatig geen vertrouwen meer in het slagen van de behandeling. Onze gynaecoloog was verbaasd dat we stopten, omdat hij onze kansen nog steeds positief inschatte. Voor ons lag dat anders. Wij waren verder gegaan in dit traject dan we vantevoren hadden verwacht. Als je eenmaal in dit traject zit, is iedere volgende stap een kleine stap en verleg je snel je grenzen. De reactie van onze gynaecoloog is heel begrijpelijk, want een arts wil graag dat de behandeling slaagt. Of deze houding maatschappelijk gezien wenselijk is, is een heel andere vraag.

Ik vind het standpunt van het College van Zorgverzekeraars om het maximale aantal van drie IVF-behandelingen los te laten dan ook verbazingwekkend. Alle kosten van onze vruchtbaarheidsbehandeling werden vergoed door de zorgverzekeraar, terwijl we de kosten voor adoptie, op een beperkte fiscale aftrek na, geheel zelf moesten betalen. Ik vind het behandelen van een kinderwens iets anders dan het behandelen van een ziekte. In mijn ogen is het niet terecht dat deze kosten geheel door de maatschappij worden gedragen. Een eigen bijdrage lijkt me daarom alleszins redelijk.