Concertzaal lijkt op wildreservaat

Wie houdt van klassieke muziek? Jongeren niet, vrouwen wel. Wekelijks besteden Nederlanders 12,5 uur aan televisie en 8 minuten aan klassiek.

Hitparades zijn niet het exclusieve domein van de popmuziek. De klassieke muziek kent ze ook. Niet alleen gebaseerd op cd-verkopen, maar ook op de voorkeuren van concertbezoekers. Wolfgang Amadeus Mozart prijkt volgens de recentste onderzoeken bovenaan de lijst. Maar wie verschuivingen in voorkeuren naar klassieke muziek waar wil nemen, moet beschikken over engelengeduld.

In dertig jaar tijd is Beethoven weliswaar door Mozart van de eerste plaats verdrongen, zo blijkt uit een studie van Cas Smithuijsen van de Boekmanstichting, maar daaruit blijkt ook dat concertbezoekers zeer trouw blijven in hun liefde voor `de Grote Drie' (Mozart, Beethoven en Bach). Het stuivertje-wisselen in de top kan deels verklaard worden uit de impact van de film Amadeus, die de muziek van Mozart begin jaren tachtig enorm heeft gepopulariseerd.

Smithuijsen herhaalde in 1993 een enquête die in 1961 onder Utrechts concertpubliek was gehouden. Grote en interessante verschuivingen in voorkeur deden zich vooral lager op de hitlijst voor. Zo maakt Gustav Mahler indruk door van de achste naar de vierde plaats op te rukken. Ook Haydn, Mendelssohn en Rachmaninov werden in die ruim dertig jaar aanzienlijk populairder. De grootste verliezers in die periode waren Dvorák, Bartók, Debussy, Franck en Johann Strauss. In het algemeen, zo blijkt uit het onderzoek van Smithuijsen, verliest romantische en moderne muziek terrein aan barok en muziek uit de `klassieke periode'. Overigens stond Mozart in 1993 ook op de derde plaats op de lijst van mínst geliefde componisten, vlak achter Schönberg en Mahler.

Onderzoekers naar de populariteit van klassieke muziek begeven zich doorgaans een beetje op glad ijs als het gaat om algemene conclusies. Zo baseert de studie van Smithuijsen zich uitsluitend op enquêtes onder abonnementhouders. De voorkeuren van incidentele concertgangers komen hier dus niet aan bod. Verder richten de meeste statistieken zich op de geregistreerde concerten, waardoor het belang van het informelere `koffieconcert' wordt miskend.

Het algemene beeld dat niettemin uit de cijfers komt bovendrijven, stemt niet al te vrolijk. Terwijl Nederlanders per week gemiddeld bijna twaalfenhalf uur naar de televisie kijken, besteden ze volgens het CBS acht minuten van hun vrije tijd aan het bezoek aan toneel, concert of opera.

In absolute aantallen blijft het publiek voor klassieke concerten tamelijk stabiel, maar in samenstelling is het sterk vergrijsd, een trend die iedere concertbezoeker zelf kan waarnemen. In 1999 bezocht 14 procent van de Nederlanders boven de 16 wel eens een concert, aldus het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Maar in de leeftijdscategorie onder de 35 is dat slechts 8 procent, nog beter overigens dan de 2,8 procent van die groep die wel eens een opera ziet. Het best scoort het klassieke concert in de groep van 50 tot 65 jaar, met een percentage van 22,1.

Jongeren luisteren ook steeds minder naar klassieke muziek via cd`s, televisie of radio. Terwijl in 1983 van de 16 tot 25-jarigen 43 procent thuis wel eens klassieke muziek opzette, was dat in 1995 gedaald tot slechts 34 procent. Een optimistische en een pessimistische theorie zijn voorhanden, zegt Smithuijsen: de eerste spreekt over een `verlate instroom' van concertpubliek van een leeftijd van 20 naar 40. Dan is er weinig aan de hand. Maar zwartkijkers zeggen dat we met het laatste cohort liefhebbers van klassieke muziek bezig zijn. ,,Daarna wordt het licht uitgedaan''. Een keuze tussen beide wil Smithuijsen niet maken: ,,Dat is koffiedik kijken.'' Overigens heeft Smithuijsen geconstateerd dat het concertpubliek alerter en kritischer is geworden, de kwaliteit van het luisteren is vergroot. ,,Maar het wordt wel een soort reservaat van deskundigen in iets dat verdacht veel op een woestijn gaat lijken.''

Niet alleen jongeren luisteren thuis minder naar klassieke muziek, in andere leeftijdsgroepen is ook een lichte daling te zien. Toch is het thuis luisteren nog steeds circa drie keer zo populair als het bezoek aan een concert. Dat is een opvallend contrast met andere kunstvormen: Er kijken nauwelijks meer mensen naar televisieprogramma's over beeldende kunst dan er musea of galeries bezoeken. Volgens de NVPI, de brancheorganisatie voor de entertainmentindustrie, zijn er in 2001 in totaal 37,7 miljoen cd's verkocht ter waarde van 486 miljoen euro. Daarvan wordt 11 procent als `klassiek' bestempeld, al wordt dat cijfer `vervuild' door `cross-over'-muziek.

Er valt nog meer te zeggen over liefhebbers van klassieke muziek. Zo gaan meer vrouwen dan mannen naar een klassiek concert, is de bezoeker hoger opgeleid dan gemiddeld, luisteren gereformeerden vaker en allochtonen minder vaak naar klassieke muziek dan gemiddelde Nederlanders. Maar Nederlanders uit Indië en de Molukken zijn juist weer frequentere luisteraars dan autochtonen, zowel thuis als in de concertzaal. Amsterdammers bezoeken vaker een concert dan bewoners van de rest van de Randstad. En die groep weer vaker dan de rest van Nederland. Maar maak niet de vergissing dat toe te schrijven aan de grotere gelegenheid voor orkestbezoek in Amsterdam en de Randstad, want het luisteren naar klassieke muziek op cd laat diezelfde rangorde zien tussen de gewesten. Verder trekt een concert relatief veel bezoekers die zelf ook een instrument bespelen.

Naast dergelijke statistische studies is hier en daar ook wel wat kwalitatief onderzoek gedaan naar muziekvoorkeuren. Voor haar doctoraalscriptie sociologie ondervroeg Florien Pels in 2000 een groep van twintig mensen uit hogere milieus en middengroepen. Aan hen werd ondermeer gevraagd welke cd's ze mee zouden nemen naar een onbewoond eiland. De helft koos voor een mengeling van pop en klassiek, terwijl een kwart voornamelijk klassieke cd's meenam, al moet daarbij opgemerkt worden dat in die cd-boxen ook Berdien Stenberg, Jan Vayne en James Last figureerden.

In een vraag naar de diepere betekenis van muziek koos driekwart voor een uitspraak van Robert Schumann: ,,Licht zenden naar de diepten van het menselijk hart, dat is de roeping des kunstenaars.'' Het overige kwart koos de tegenovergestelde stelling: ,,Voortbordurend op Strawinsky: muziek gaat puur over muziek. Als je grote gevoelens zoekt, moet je naar de film.''