Wartaal en magie in Rijnders' Snaren

Uit de donkerte verschijnt in witte letters het simpele woordje NIETS. Dan valt de N naar beneden. Van NIETS naar IETS: dat is het scheppingsverhaal in het kort. Maar wat zat er tussen het niets en het iets? In de voorstelling Snaren van Toneelgroep Amsterdam waagt schrijver/regisseur Gerardjan Rijnders zich aan een verklaring.

Actrice Lineke Rijxman speelt de rol van de bezeten leek die alles over het onderwerp heeft gelezen; over de oerknal, het multiversum, en de snarentheorie. `Snaren' vormen de verbeelding van de kleinste deeltjes, nog kleiner dan atoomkernen en quarks. Hoe kleiner de onderzochte deeltjes, hoe dichter men bij de kern komt, bij het begin van alles, ook van het heelal. Het personage van Lineke Rijxman wil tot die kern doordringen, met behulp van woorden. Want vlak na den beginne was er het WOORD. En met het woord begon de verwarring.

Beeldspraak moet uit de kast worden gehaald om de duizelingwekkende abstracties aanschouwelijk te maken en zo stapelt zich de ene metafoor op de andere, totdat niemand er nog een touw aan kan vastknopen. Benjamin de Wit speelt de scepticus die Rijxmans toonbeeldtaal als klinkklare nonsens ontmaskert. Praten over het onzegbare vindt hij sowieso energieverspilling. Seks, dáár gaat het om. Het valt alleen niet mee om de orerende vrouw te versieren: de weg naar dat andere scheppingsverhaal, de voortplanting, is vooralsnog geblokkeerd.

Tekstschrijver en regisseur Gerardjan Rijnders plaatste het koppel in een zwart toneel. Een dunne stralenbundel, weerkaatst door een spiegel, maakt eerst alleen de hoofden zichtbaar. Dan volgen de rompen, de benen, de voeten. Deze mensen bestaan bij de gratie van het licht, het theaterlicht. Deze mensen zíjn theater, ze gehoorzamen alleen aan de wetten van Rijnders' verbeelding. Ze heten Lilith en Lucifer. Adams eerste vrouw Lilith werd – volgens het programmaboekje – uit de bijbel gegooid omdat zij het vertikte om bij het vrijen onder te liggen. Lucifer werd uit de hemel gegooid omdat hij kritiek had op God.

Beiden staan met hun rug naar een groepje toe dat bijbelcitaten prevelt. Later veranderen die oudtestamentische figuren in moderne types met wier schijnbare wartaal Lilith geen raad weet. Rijnders stuurde hen op haar af om te laten zien dat het begrijpen van levenverklarende theorieën iets heel anders is dan het begrijpen van de wereld. Op snaren begeleid door componist Harry de Wit (God), produceren de acteurs, die De Wereld verbeelden, verbaal een hoop kabaal. Dat laatste een beetje à la Silicone en andere oude stukken van Rijnders: men kakelt door elkaar heen, in fragmentarische zinnen zonder kop of staart. Logisch dat Lilith vertwijfeld roept: ,,Waar gáát dit over?!''

Het geraaskal van deze verzameling tijdgenoten zou onverteerbaar zijn in een saaie regie. Maar Rijnders en lichtman Casper Leemhuis verrichten wonderen. Ze zorgen voor verrassingen zoals bliksems, rake oerknallen, regens van knuffeldieren en plastic flessen, en een gigantische opblaasbaby. Ze zorgen ook voor een magische sfeer.

Groene kronkels aan het zwarte firmament verbeelden de trillende snaren. Zwiepende lampen die de brandmuur net niet schampen verbeelden onrust en beweging. En dan gebeuren er nog een heleboel onverklaarbare dingen. Want de schepping van de wereld blijft net zo'n mysterie als het ontstaan van kunst.

Voorstelling: Snaren door Toneelgroep Amsterdam. Tekst en regie: Gerardjan Rijnders. Gezien: 4/4 Stadsschouwburg, Amsterdam. Tournee t/m 16/5. Inl: 020-5237800 of www.toneelgroepamsterdam.nl.