Via postcoïtaal plasje naar Parijs

Gisteren was in het wetenschapsprogramma Noorderlicht nog eens te zien hoe de zogeheten Supersnaar Theorie, Relativiteitstheorie en Quantummechanica in één theorie van alles hoopt en poogt te vangen. Dat is ook voor filmmakers erg belangrijk, want nergens wordt zo lustig gepoogd alvast inzichtelijk te maken wat de consequenties zijn van bijvoorbeeld tijdreizen. De Franse filmmaker Cédric Klapisch maakte aan de vooravond van de millenniumwende Peut-être, een levenslustige film over de 25-jarige Arthur (Romain Duris) die tijdens het oud- en nieuwjaarsfeestje van 1999 en ontmoeting heeft met zijn toekomstige zoon Ako. Zijn mogelijke toekomstige zoon wel te verstaan, want de door Jean-Paul Belmondo gespeelde grijsaard is ook in 2070 nog steeds niet geboren, dankzij een spermagrap waardoor die uit There is Something About Mary verbleekt.

Peut-être is de Franse Being John Malkovich, waarin John Cusack achter een archiefkast een tunnel naar het brein van filmster John Malkovich vindt. Tijdens een postcoïtaal plasje ziet Arthur plotseling het plafond boven de badkamer verkruimelen en ontdekt hij dat de verdieping boven het appartement waar hij met zijn vrienden een in post-Star Trek-stijl opgezet nieuwjaarsfeestje viert, toegang biedt tot het Parijs van een mensenleven later. Het is vlak voor het einde der tijden: Parijs is met stof en zand bedekt en alleen de toppen van de huizen steken boven de woestijn.

Dat moet Klapisch' sterkste beeld zijn geweest bij het maken van deze film, want de in Tunesië gedraaide taferelen van De Stad in het Zand zijn beeldschoon en vreemd. De rest van de film reist Arthur wat heen en weer tussen 2070, waar zijn familieleden (waaronder een bijrolletje voor Joris Ivens' weduwe Marceline Loridan) hem smeken hen te verwekken en 1999 waar zijn vriendin hem niet meer aankijkt na een mislukte poging om tijdens het uur NU een millenniumbugje te concipiëren. Peut-être is minder filosofisch en grappig dan Being John Malkovich en ook dan Klapisch' verheugende voorganger van Amélie: Chacun cherche son chat. Maar Klapisch had twee geheime wapens: de swingendste soundtrack (met onder meer Fatboy Slim) van 1999 en misschien wel het laatste filmoptreden van bluesheld Screamin' Jay Hawkins.

Peut-être (Cédric Klapisch, 1999, Frankrijk). Ned.3, 23.50-1.40u.