Twee emmers witte bonen

Op de binnenplaats van het Scheepvaartmuseum kom je terecht tussen oude kanonnen en een reuzenanker. Daarna kom je op een grote steiger met kleine, oude boten en het grote schip `Amsterdam'. Op de boeg heeft hij het symbool van de Hollandse leeuw. Er lopen allemaal mensen rond in scheepsverkleding. De matrozen maken ruzie en de muziek zorgt voor een echt scheepssfeertje. We worden hartelijk ontvangen. In de kajuit is de salon van de kapitein sjiek ingericht. De `Amsterdam' vervoerde allerlei kruiden, ook thee en koffie. Die werden opgeslagen in de boeg van het schip. Alle matrozen sliepen in kleine stapelbedjes of in hangmatten. Bij het opperdek kun je in de mast klimmen. Helemaal boven is het kraaiennest. Als je op de wc zat, had je ook uitzicht op het water. Alles is heel laag. Er is een keukentje waarin vroeger grote vuren brandden. Dat zei een meneer met gekke kleren aan en een zwarte muts op. Onder het dek verborgen ze ook de kogels voor de kanonnen. Een scheepsmevrouw schenkt thee, maar die lusten wij niet. Op het middendek liggen zagen en een hakbijl. Met die zaag zagen ze een been van een matroos eraf als straf, zegt een van onze papa's, maar dat geloven we niet. In het scheepsruim zijn kisten met kostbare dingen uit het oosten, zoals waaiers en porselein.

Binnen in het museum is de tentoonstelling. Er is een kasteel nagebouwd waarin je een gesprek tussen de kapitein en een matroos kunt afluisteren. Overal hangen schilderijen over de gebeurtenissen in en rond de boten. Als je op een knopje drukt, gaat ergens een lampje branden en dan zie je waar de thee werd geoogst of gedroogd. De Nederlandse boten liggen aan een anker in een zee die helemaal groen is. Er staan ook een paar info-tv's waardoor je meer te weten kunt komen over de VOC. Er is een tuinhuisje nagebouwd waarin mensen theedrinken. Ook zijn er kimono's van zijde. Heel mooi. We kunnen ons niet voorstellen dat die boten zo ver over de zee konden zeilen, en zo lang geleden.

Aan het eind krijgen we van een aardige meneer bij de boekwinkel een boekje over de `Amsterdam'. Hij laat ons het reglement zien. Elke avond eten de mensen het eten dat is overgebleven. Op dinsdag maakt de kok twee emmers witte bonen voor honderd man. We zouden niet met de scheepsjongens willen ruilen. Het zijn vaak weeskinderen en moeten zomaar de zee op. Het schip vinden we toch het mooist, want dan ben je helemaal in een andere wereld.