`Pim'

`Pim' is overal, nog steeds.

Hij zat deze week in Italië, maar wij bleven met hem achter. Je kunt nergens komen of binnen vijf minuten valt zijn naam. Zijn voornaam is al voldoende. Leuke man. Narcist. Leven in de brouwerij. Racist. Originele geest. Fascist. Zo gaat het de hele dag door. In de huiskamer, op kantoor, in het stadion.

`Pim' is het cement van onze conversatiecultuur geworden. Waarover moeten we het hebben als hij er niet meer is? Waarover hebben we het eigenlijk gehad toen hij er nog niet was? Over de kinderen. Over onze demente moeder op de wachtlijst. Over voetbal. Over al die onderwerpen die nu van een onverdraaglijke saaiheid lijken.

`Pim' is veel opwindender. De wildste theorieën kun je over hem uitwisselen. Sommige mensen verzekeren je dat hij binnenkort zelfmoord zal plegen, en wel voor het oog van de tv-camera. ,,Dat hoort bij hem.''

Anderen, die net van hun eigen psychotherapeut afkomen, bezweren je dat `Pim' een moederbinding heeft die hem ongeschikt maakt voor normale menselijke relaties. Welnee, zegt iemand die staat mee te luisteren, hij is verwaarloosd door zijn vader, hij is nog altijd bezig diens erkenning te verwerven. Ja maar, mengt een derde zich in het debat, het een hoeft het ander toch niet uit te sluiten?

Zo komen we met `Pim' overal en nergens.

Inmiddels zijn we in een fase beland waarin `Pim' ook een nogal hachelijk gespreksonderwerp kan zijn. Aanvankelijk kon je overal unverfroren zeggen wat je van hem vond. Je werd beleefd aangehoord en er ontspon zich een pittige, maar behaaglijke conversatie. Daar moet je nu mee uitkijken. Je doet er goed aan de situatie een beetje af te tasten. Met Amsterdamse taxichauffeurs en rondborstige barkeepers ben ik altijd al voorzichtig geweest als het over `Pim' ging, maar tegenwoordig moet je ook in intellectuelere kringen op je tellen passen. Prof. Cliteur, Louis Ferron, Theodor Holman? Die zijn allemaal nogal vóór `Pim'. Leon de Winter ziet ook veel goeds in `Pim' – hij gaat niet op hem stemmen, maar het scheelt niet veel.

Je wilt al die mensen niet kwetsen, maar toch kun je de gedachte niet onderdrukken: hoe is het mogelijk, ze zouden beter moeten weten.

In kringen van bloedverwanten wordt het nog lastiger. Je bent allang niet meer bij de familie geweest, maar nu is het weer zover. Hallo luitjes, alles goed, spannende tijden, wat gaan we straks stemmen? Ai. Die aardige neef, met wie je altijd zo goed over Voskuil kon praten, is vol van `Pim'. ,,Paars moet weg'', schreeuwt hij, ,,wat moeten we met al die oude zakken?'' En vervolgens begint hij gedetailleerd af te geven op je leeftijdgenoten Melkert en Dijkstal.

Ik sprak iemand die het wel heel moeilijk had. Hij was tegen `Pim', maar zijn vrouw was vóór. Hij had besloten het onderwerp zoveel mogelijk te mijden.

Ik zag de pijnlijke situaties in hun huwelijk voor me. Elke avond `Pim' op de tv, en elke avond weer zwijgend naar boven, worstelend met al die onderdrukte gevoelens. Misschien zullen hun kinderen over twintig jaar vragen: ,,Waarom zijn jullie toen uit elkaar gegaan?'' En dan zullen zij moeten zeggen: ,,Pim.''