Palestijnen kunnen niet naar ziekenhuis

In de Palestijnse gebieden gaat de medische zorg snel achteruit. Patiënten kunnen niet bij de artsen komen, en artsen worden door Israëlische troepen vernederd.

Het was net twaalf uur geweest, en in een kraamkliniek in de buitenwijk van Ramallah op de Westelijke Jordaanoever was het stil – op een incidentele kreet van een pasgeboren baby na. Dat was het moment dat het Israëlische leger binnenviel, zo vertellen artsen.

De soldaten boeiden de verloskundigen, dwongen moeders met baby's hun kamers te verlaten en te wachten in een kille hal en stuurden een ambulance met daarin een vrouw die op het punt stond te bevallen, weg. Meer dan een uur doorzochten ze ,,iedere kamer, iedere kast, iedere wc, iedere locker'', zegt de directeur van de kliniek, dr. Odeh Abu Nehleh, een 51-jarige Palestijn die al meer dan 25 jaar kinderen ter wereld brengt.

Palestijnen zeggen dat de inval in de door de Rode Halve Maan geleide kraamkliniek gisteren, het laatste geval was van het pesten van Palestijnse medici waarbij ze worden opgesloten en het hen wordt belet de zieken en gewonden te helpen.

In de hele Westelijke Jordaanoever, waar Israëlische troepen bijna alle bevolkte delen hebben bezet, zeggen Palestijnen dat ambulances stelselmatig worden tegengehouden, en dat mensen die snel medische hulp nodig hebben - hartpatiënten, mensen met astma, zwangere vrouwen - levensgevaar lopen omdat ze de ziekenhuizen niet kunnen bereiken.

Israël zegt dat niemand doelbewust medische hulp wordt ontzegd. Het leger geeft aan dat, tenzij er hevig wordt gevochten waardoor het onmogelijk is voor ambulances om de gewonden te bereiken, de auto's altijd mogen doorrijden, mits ze daartoe van tevoren toestemming hebben. ,,We zijn niet tegen ambulances - we moeten medisch personeel hun werk laten doen'', zegt een legerwoordvoerder. Israël wijst erop dat vorige maand een Palestijnse ambulance met daarin een ziek kind, ook explosieven vervoerde.

Palestijnse artsen zeggen dat afwendbare sterfgevallen al voorkomen, en zeker zullen toenemen als de militaire campagne doorgaat. Eergisteren stierf in Ramallah de 39-jaar oude Maha Ghubaet, een astmapatiënte. Haar verdrietige familie, ingesloten in hun huis, had al meerder malen een arts gebeld, om te vertellen dat Maha naar adem snakte en geen inhalers meer had. ,,We geloven dat ze nog zou leven als we haar op tijd naar een ziekenhuis hadden kunnen brengen'', zegt haar huilende vader. Maar hij was bang om met vuurgevechten in de straat en een noodklok in de auto te stappen, en het ziekenhuis zei dat de ambulance hen niet kon bereiken.

De beproeving van de familie wordt verergerd omdat het lijk 24 uur later nog steeds in de huiskamer ligt. Ze hebben tevergeefs gesmeekt om een ambulance. ,,Ons lijden is zo zwaar, niet alleen omdat ze dood is, maar ook omdat ze hier voor onze ogen ligt'', zegt vader. ,,Ik vrees dat God ons zal straffen voor de manier waarop we haar behandelen.''

Dr. Husni Atari, directeur van het ziekenhuis in Ramallah, vertelt dat de familie van een 30-jarige man in paniek opbelt. De man krijgt normaal drie keer per dag een nierdialyse. Na zeven dagen zonder dialyse verwacht zijn familie dat ook hij zal sterven.

In de stad Jenin, in het noorden van de Westelijke Jordaanoever werd gisteren het ziekenhuis door zeven granaten getroffen. Een zuurstoftank werd geraakt, zegt de directeur van het ziekenhuis Mohammed Abu Ghali.

In de kraamkliniek in Ramallah wisten artsen gisteravond laat nog steeds niet wat er met twee artsen, twee verplegers en een medewerker van de wasserij was gebeurd. Zij werden door Israëlische troepen meegenomen.

,,Ik weet niet hoe we zo verder kunnen gaan'', zegt Odeh. ,,In al mijn jaren als arts heb ik het nog nooit zo erg meegemaakt.''