Oliemarkt onrustig na dreigement Iran

De olieprijzen reageerden vanmorgen heftig op de dreiging van de Iraanse geestelijke leider, ayatollah Ali Khamenei, om het Westen symbolisch een maand lang met een olieboycot te treffen wegens zijn steun aan Israël. Op de termijnmarkt in Londen, waar de olieprijs aanvankelijk daalde na de gisteren door Bush aangekondigde vredesmissie in het Midden-Oosten, schoot de prijs omhoog.

Het toonaangevende Brent (olie uit de Noordzee, levering in mei) bereikte op zeker moment een prijs van 27,30 dollar per vat (159 liter), vrijwel even hoog als de slotprijs van gisteren, nadat die eerst was gedaald tot onder de 27 dollar. Omstreeks het middaguur leek de prijs zich min of meer te stabiliseren tot rondom de 27,20 dollar per vat.

De aanvankelijke daling in Londen, voordat de Iraanse leider met zijn dreigement kwam, was overigens minder groot dan gisteravond in New York, waar de prijs voor het toonaangevende West Texas Intermediate 98 dollarcent per vat lager sloot. Daar was de prijs eerst nog omhooggeschoten door arbeidsonrust in de Venezolaanse olieindustrie en vervolgens weer gedaald nadat de Venezolaanse president had gezegd dat Venezuela zijn olieleveranties nakomt.

Toch staat in New York de olieprijs nog 20 procent hoger dan een week geleden, toen het geweld tussen Israël en de Palestijnen scherp escaleerde.

In Singapore, dat pas vandaag kon reageren op de beslissing van Bush, sloot de olieprijs vandaag maar 2 dollarcent lager.

Ali Rodriguez, de secretaris-generaal van de OPEC, herhaalde gisteren voor de BBC-radio dat de OPEC de olieproductie niet zal opvoeren, omdat de recente prijsstijging het gevolg is van speculatie en niet van een tekort aan aanbod. Het oliekartel heeft de controle over ongeveer een derde van de mondiale olieproductie en tweederde van de mondiale olievoorraad.