Muziektechnologie

De invloed van technologie op de muziek is fascinerend. De komst van de piano vormde een omslagpunt. De grammofoon, die helemaal niet bedoeld was als speelinstrument, heeft de wereld van de muziek zeker zo ingrijpend veranderd. Zo werden uitvoeringen aangepast aan de beschikbare ruimte voor registratie. De reproductiefactor kreeg een nieuwe betekenis. Inhoudelijk voor wat betreft verschillende vastgelegde interpretaties, maar ook voor de status van de muzikant die ongekende hoogten kon bereiken als `recording artist'.

Andermaal laat de technologie zich gelden in de muziekwereld. Trefwoord: internet. Of beter gezegd Napster, een systeem om via de elektronische snelweg onderling muziek uit te wisselen. Het kreeg snel grote populariteit tot het stukliep op het auteursrecht, een klassiek verbodsrecht dat in stelling werd gebracht door de gevestigde muziekindustrie. Zeg maar de wereld van de CD - en van de `recording artist'.

De nieuwe technologie is echter niet voor één gat te vangen, zo blijkt uit het vonnis van het gerechtshof Amsterdam in de zaak-Kazaa, een nazaat van Napster die voor de rechter was gesleept door auteursrechtenorganisaties. De nieuwe speler op het digitale veld verzorgt niet zelf de muzikale uitwisseling (zoals Napster) maar beperkt zich tot het leveren van programmatuur die dit mogelijk maakt. De uitwisseling zelf – en dus de mogelijke inbreuk op gevestigde auteursrechten – is de individuele verantwoordelijkheid van de gebruikers. Ga die maar eens allemaal vangen.

Juridisch draait het Amsterdamse vonnis om de vraag of het Kazaa-systeem in feite slechts dienstbaar is aan auteursrechtinbreuken of dat het ook nog andere dingen kan. Deze vraag deed zich eerder voor bij de komst van de videorecorder, zo bracht de Amsterdamse hoogleraar Hugenholtz in herinnering na de eerste ronde van de Kazaa-zaak. Het federale hooggerechtshof van de VS weigerde de videorecorder te veroordelen omdat hij ook kan worden gebruikt voor volstrekt legitieme doeleinden zoals `time shifting'.

Het kan interessant zijn wat de Hoge Raad van deze redenering maakt als de Kazaa-zaak daar terechtkomt. Maar ook wanneer de Kazaa-formule daar geen genade zou vinden, komt er wel weer een ander. Omgekeerd kan de muziekindustrie allerlei technische kopieerbelemmeringen gaan aanbrengen in auteursrechtelijk beschermd materiaal - overigens een schrikbeeld voor heel wat meer gebruikers dan alleen muziekliefhebbers.

Deze laatste omstandigheid vormt de verklaring voor één ding dat Kazaa en Napster bij alle verschillen gemeen hebben. Beide willen onderhandelen met de gevestigde muziekbelangen over samenwerking. Dat valt te begrijpen van Napster, dat de auteursrechtstrijd verloor. Maar ook als Kazaa werkelijk wint bij de rechter, heeft het meer belang bij een vergelijk dan bij een eindeloze strijd tussen verspreidings- en beveiligingstechnologie. Nu de auteursrechtenindustrie nog.