Met de KPN helpen we elkaar

Op het Journaal en bij B&W deed de KPN-man een laatste oproep aan de vaderlandse kijkers om mobiel te gaan internetten. ,,Op het moment dat dit blijft mislukken, betekent dit dat de hele mobiele industrie blijft staan waar ze nu is'', dreigde hij.

En dat kost ons belastinggeld.

Wees dus een patriot, koop Nederlandse waar. Help onze KPN uit de schulden. Mislukking ,,zou een ramp zijn voor alle mobiele-telecombedrijven en in het bijzonder voor KPN dat het financieel toch al moeilijk heeft'', was het NOS-commentaar.

Ook in B&W mocht de KPN-man zijn voorstel doen, met Sonja Barend als lachende leek en een gebruiker als enthousiaste getuige. Ze hadden zelfs een Nederlands-talige Japanse gevonden die wist van het succes daar. Er hoort dan ook een rituele tegenstander bij en dat was computerkenner Herbert Blankestein. Die vond dat internetten op zo'n klein schermpje te min en te duur. Gooi die spelbreker in het gevang.

Ze zullen bij KPN de hopelijk niet al te dure, want deels door ons bekostigde – champagneglazen klinken voor deze geslaagde pr-campagne. Ik zag op Het Journaal de mobiele beeldschermpjes in allerlei standen voorbij flitsen met de namen van de content-partners die de letters en beelden verschaffen, fragmenten uit de persconferentie, vele beeldschermen op de achtergrond. Ik hoorde alle mogelijke praat-, muziek- en piepgeluidjes. De eerste en tweede klas van de trein worden patriottische mobiele speelhallen.

Ik heb wel vaker luidruchtige introducties gezien van Philips-nieuwerwetsigheden waar je nu nooit meer van hoort. Dat je op gegeven moment per telefoon de weg, de treinen en de files kunt opzoeken lijkt me zeker. Maar heb je permanent al die info nodig? Over vijf jaar zullen we meewarig terugkijken op de eerste mobiele internet-mastodontjes van de KPN. Die waren nog niet eens hifi. Nieuwe wetten die geluidsproductie in de coupés beperken. Handsfree internetten. Wat staat ons te wachten?

Voor een kritische noot had het Journaal concurrent Ben uitgenodigd. Die was blij dat de KPN de kinderziektes eruit zou halen, maar gaf ook schoorvoetend toe dat het toch prettig was de eerste te zijn.

Succes valt niet te voorspellen. Wie had gedacht dat Big Brother de wereld zou veroveren? Pieter-Jan Hagens bracht een portret van bedenker John de Mol in Hoge Bomen, maar hij had te weinig archiefbeelden. Een tiental seconden De Mol als langharige diskjockey van Radio Noordzee, het piratenstation van zijn vader, een fotootje van zijn huwelijk met de veel oudere Willeke Alberti. En hier en daar een flits van een overleggende De Mol met een sigaret in de mond. Hij rookt drie pakjes per dag, eet slecht en slaapt weinig, begreep ik van zijn zus Linda. Perfectionistisch, kan moeilijk delegeren. Altijd werken. Vroeger ook een rusteloze jongen die vaak van school werd geschopt. Dat was te lezen op zijn oude leerlingenkaart. Zo'n karakter past bij de ongedurigheid van televisie, wisselende formats en programma's die snel komen en gaan. Maar wat zo'n producent doet en waarom speciaal De Mol daar zo in uitblinkt, werd me niet duidelijk in al die beelden van persconferenties en kantoren. Omdat De Mol inmiddels zo belangrijk en machtig is, lieten zijn vrienden, collega's en concurrenten niet het achterste van hun tong zien, zeker niet voor de camera.

Voor beeldportretten moet je beelden hebben. Bij koningin Juliana waren die ruim voorhanden. Sommige vrienden waren opvallend vrijmoedig over haar liefdeloze huwelijk, haar middelmatige intelligentie. Ook bij Freddie Heineken lukte dat, omdat die vaak in de openbaarheid trad. Maar John de Mol is meer een man van de achtergrond dan zijn zakenpartner Joop van den Ende. Dan staat de televisie machteloos. Tot zo iemand kun je met een geschreven, analyserend portret dieper doordringen. Ik was benieuwd naar dat Gooise paleis met honderd kamers dat hij bewoont. En naar de publieke omroep die al die handige tv-producenten in het begin een opkontje heeft gegeven. Na een kritische uitzending van Reporter over al die hoge rekeningen hoor je er nooit meer over.