Levenslang voor moorden in Monfort

De nabestaanden van twee Nederlandse echtparen die op brute wijze werden vermoord in het Zuid-Franse Monfort, kunnen beginnen aan een `normale rouwverwerking' nu de verdachte is veroordeeld tot levenslang.

Kamel Ben Salah (37) is gisteren door het Hof van Assisen van Auch veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf met een minimum van 22 jaar voor de geruchtmakende moord op twee Nederlandse echtparen, in mei 1999. Het vonnis is conform de eis van het openbaar ministerie. Ook worden Ben Salah voor een periode van tien jaar zijn burgerrechten ontnomen en werd de nabestaanden een schadevergoeding van 15.000 euro toegekend. In zijn laatste woord gisteravond ontkende Ben Salah opnieuw schuldig te zijn.

Na een juryberaad van vierenhalf uur maakte rechtbankpresident Georges Bastier om elf uur gisteravond bekend dat een vereiste meerderheid van acht (van de elf) juryleden de verdachte schuldig achtte aan moord met voorbedachten rade op drie van de slachtoffers. De moord op Artie van Hulst, die als eerste door geweerschoten om het leven werd gebracht, was volgens de jury niet met voorbedachten rade gepleegd. De jury oordeelde ook dat er sprake was van verzwarende omstandigheden. Nadat het vonnis was uitgesproken vielen de nabestaanden elkaar huilend in de armen. Ben Salahs advocaten hebben vanochtend hoger beroep aangetekend.

Het vonnis volgde op een door alle Franse media intensief gevolgd proces dat bijna twee weken heeft geduurd en waarvan de uitslag tot op het allerlaatste moment ongewis bleef. Er waren heel veel aanwijzingen voor de betrokkenheid van Ben Salah, maar er was geen hard bewijs. Zijn voortdurende aanwezigheid in de buurt van geldautomaten waar vóór en na de moorden met in totaal zestien bankpassen van de slachtoffers geprobeerd was geld op te nemen, een bloedvlek waarin zowel zijn DNA als dat van twee slachtoffers werd aangetroffen en schoenafdrukken die precies overeenkwamen met zijn afwijkende afdruk, dat allemaal hielden zijn advocaten voor `toevalligheden'. Hun pleidooien volgden gisteren op een drieënhalf uur durend requisitoir van officier van justitie Gérard Aldigé. Hij betitelde de eerder door de verdediging gedane suggestie dat Ben Salah een zondebok zou zijn, als goedkope volksmennerij.

Aldigé zei wegens de ,,zeer talrijke, samenhangende en onweerlegbare bewijzen'' overtuigd te zijn van Ben Salahs volle en volledige schuld aan wat hij ,,afschuwelijke daden van barbarij'' noemde, gepleegd in ,,onthutsende, macabere en treurige omstandigheden''.

Ten tijde van de moorden was Ben Salah als zwartbetaalde klusjesman aan het werk in het tweede huis van Artie (51) en Marianne (50) van Hulst, in Monfort, nabij de Zuid-Franse plaats Auch. Artie van Hulst, die op de avond van 19 mei was thuisgebleven om Ben Salah te helpen terwijl zijn vrouw met haar zuster Dorothea Nieuwenhuis (56) en haar man Johan (62) uit eten gingen, werd als eerste vermoord. Zijn met kogels doorboorde lijk werd later in een rommelkamer aangetroffen. De andere drie slachtoffers waren na hun thuiskomst gekneveld, waarna hun de keel was doorgesneden. Het lichaam van Johan Nieuwenhuis vertoonde sporen van marteling, vermoedelijk omdat zijn moordenaar hem pincodes heeft willen ontlokken. De geldopnames lukten in elk geval pas nadat de moorden gepleegd waren.

Meer dan zestig getuigen brachten geen verder licht in de zaak tijdens het proces. Een videoregistratie van één geldopname was te slecht van kwaliteit om uitsluitsel te geven. Nadat de verdediging eerder deze week een digitale bewerking van de beelden had geëist, werd de videoband opgestuurd naar een laboratorium in Parijs. Dat slaagde er weliswaar in duidelijkere foto's te vervaardigen maar die konden toch geen uitsluitsel bieden. De band zelf, waarvan geen kopie was gemaakt, ging bij de bewerking verloren.

In vlammende pleidooien die in totaal vier uur in beslag namen, wezen de beide advocaten van de verdachte, Edouard Martial en Gilbert Collard, daarop en hekelden de gang van zaken en ook andere mankementen van het naar hun oordeel justitiële `vuilnisbakonderzoek' dat aan de rechtszaak was voorafgegaan. Collard, die in Frankrijk een met die van Moszkowicz vergelijkbare reputatie heeft, richtte zich met een sterk retorisch getint betoog rechtstreeks tot de jury, die in de Franse rechtspraak niet per se bewijzen nodig heeft om een veroordeling uit te spreken en mag uitgaan van `innerlijke overtuiging'. Met name het advies van de officier van justitie, aan de jury, om ,,niet bang te zijn'', moest het ontgelden. ,,Waarom? Voor wat?'', zo vroeg hij zich af. ,,Om iemand die misschien niet schuldig is te veroordelen. ...Men vraagt u een levenslange last op u te nemen (...) in dit proces tegen een randfiguur (...), maar een netwerk van toevalligheden en de marginaliteit van een mens maken die mens niet automatisch schuldig.'' Net als na het vonnis hekelde Collard het feit dat de verdediging niet zoals het openbaar ministerie over een onderzoeksapparaat beschikt, reden waarom hij het proces ,,op een politiek niveau wil brengen'' en beroep aantekent.

Na de pleidooien volgde, voor onbepaalde tijd, het juryberaad. De kinderen van de vermoorde echtparen, die steeds overtuigd zijn geweest van Ben Salahs schuld, hielden tot op het laatst rekening met vrijspraak. Vlak voor het vonnis, aan het eind van ,,dodelijke uren'', zei Taco Nieuwenhuis dat hoger beroep in geval van vrijspraak wel aangetekend zou worden maar ,,weinig zin zou hebben''. Ben Salah, die over twee paspoorten beschikt, zou volgens hem onmiddellijk naar Tunesië verdwijnen, een land dat geen uitleveringsverdrag met Frankrijk heeft.

Na het vonnis, dat hij ,,als in een roes'' aanhoorde, zei hij dat ,,het gruwelijke van vermoorde ouders te hebben'' nu formeel voorbij is en dat hij en de anderen aan ,,normale rouwverwerking'' konden beginnen. Voor de camera's van de massaal aanwezige Franse televisiestations sprak hij de hoop uit ,,dat een nieuw leven begint''. Op de veelgestelde vraag of hij steeds vertrouwen had gehad in ,,de democratische Franse rechtspraak'' antwoordde hij bevestigend.

Ben Salah hoorde het vonnis glimlachend aan. Ook erna bleef hij glimlachen, ,,uit fatalisme'' volgens zijn advocaten, met wie hij zich na het vonnis vriendelijk onderhield. Met het oog op een mogelijk gewelddadige reactie van de veroordeelde waren er extra politieagenten in de zaal en stond er een ambulance klaar. ,,Sommigen hadden misschien een brullend, bloeddorstig roofdier verwacht'', zei Edouard Martial later. ,,Maar zo is hij niet.''