IOC: atleten `positief' bij 15 procent supplementen

Uit onderzoek van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) is gebleken, dat het gebruik van voedingssupplementen in bijna vijftien procent van de gevallen kan leiden tot positieve dopingtests bij atleten. Opvallend is dat procentueel gezien (25,8 procent) Nederland met vervuilde producten de hoogste score haalt.

Het onderzoek werd uitgevoerd in het door het IOC geaccrediteerde laboratorium van Keulen. De uitslagen bevestigen het beeld dat is gebleken uit eerdere analyses, waaronder die van de sportkoepel NOC*NSF, onder de Nederlandse deelnemers aan de Olympische Winterspelen in het Amerikaanse Salt Lake City.

Het IOC-onderzoek is gebaseerd op 634 onderzochte producten van 215 fabrikanten. De middelen werden in oktober en november 2001 gekocht in dertien verschillende landen. Bij 94 supplementen lopen sporters het gevaar positief te worden bevonden. Bij 23 middelen werd de spierversterkers nandrolon én testosteron aangetroffen, bij 64 middelen vond men alleen testosteron en bij zeven middelen alleen nandrolon. Bovendien zaten 66 supplementen tegen de grenswaarde aan.

Uit het IOC-onderzoek blijkt dat Nederland van de dertien landen met 25,8 procent vervuilde producten koploper is. Van de 31 middelen die op de Nederlandse markt werden aangeschaft, bleken er acht vervuild. De Verenigde Staten, algemeen gezien als grootste vervuiler van voedingssupplementen, werd `slechts' vierde in het onderzoek, met een score van 18,8 procent.

Rens van Kleij, directeur van het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken (NeCeDo), ziet in het onderzoek nogmaals een signaal dat er maatregelen genomen moeten worden. Hij denkt bijvoorbeeld aan een vorm van controle op het productieproces of het labelen van de farmaceutische voedingssupplementen.

Van Kleij is verder van mening dat de branche die voedingssupplementen op de markt brengt niet langer passief kan blijven. ,,Die heeft een zware verantwoordelijkheid. Er wordt goed aan verdiend en dat brengt de verplichting met zich mee, dat het risico voor een sporter geminimaliseerd moet worden'', aldus de NeCeDo-directeur.

Emile Vrijman, dopingdeskundige en advocaat van enkele op nandrolon betrapte Nederlandse voetballers, vindt dat de wetgever harder moet optreden. ,,Meteen maatregelen nemen tegen een bedrijf dat niet vermeldt om welke middelen het gaat'', stelt Vrijman.

Theo van Rooij, van de branchevereniging Natuur- en Gezondheidsprodukten Nederland (NPN) van de voedingssupplementenindustrie, nunanceert de uitkomsten van het IOC-onderzoek. ,,Vaak gaat het om geringe waarden of bijvoorbeeld om cafeïne. Maar als wordt aangetoond, dat er hormonen in supplementen zitten, zeg ik ook: dat kan niet. Wij zullen daarom nog meer nadruk leggen op etiket-vriendelijkheid. En verder blijven we hameren op kwaliteit. Let op welke grondstoffen je als producent gebruikt.''

Vrijman gaat in zijn conclusies veel verder. ,,Niet meer gebruiken, dat spul. Eet maar een bruine boterham meer. Een fabrikant doet zijn werk niet goed en de sporter wordt vier jaar geschorst. De klant wordt aangepakt. Dat is de omgekeerde wereld.''