In de geest van Ronnie

De leider van het Surinaamse `Junglecommando' Ronnie Brunswijk heeft velen tot de verbeelding gesproken. Als een eigentijdse `Boni' (de leider van gevluchte slaven die eind achttiende eeuw een guerrilla uitvocht tegen de koloniale machthebbers) nam de jonge Aukaner bosneger het op tegen de dictatoriale macht van Desi Bouterse. Om Brunswijk hing het aureool van onoverwinnelijkheid en charme, versterkt door kleurrijke reportages in de media. Maar Ronnie's stralenkrans is verdwenen, zeker sinds hij in 1999 bij verstek door de Nederlandse justitie werd veroordeeld wegens cocaïnehandel.

Toch blijft zijn Surinaamse guerrilla intrigeren. De geschiedenis ervan is nog maar voor een deel geschreven. Trad Brunswijk echt in de voetsporen van de marrons, de weggelopen slaven van weleer? De rituelen waarmee zijn strijd was omgeven - de junglecommando's raadpleegden orakels en droegen obia's ter bescherming - waren dezelfde als vroeger. Kenners als de antropoloog H.U.E. Thoden van Velzen en T. S. Polimé (zelf een bosneger) hebben over die rol van de bosnegercultuur in de guerrilla intessante dingen geschreven.

Moeten Brunswijks leiderscapaciteiten even hoog worden aangeslagen als die van z'n illustere voorgangers uit de marronage? Wie de memoires van Karl Penta leest, geeft niet veel voor die capaciteiten. Deze Britse huurling, die werd geworven door de Amsterdamse caféhouder George Baker, stond Brunswijk enige tijd terzijde in de bloedige strijd tegen Bouterse. Volgens Penta - een ijzervreter met ruime vechtervaring - was hij zelfs de belangrijkste strateeg en haalde hij ook de kastanjes uit het vuur.

Zo zou hij het plan hebben bedacht om het Bouterse-regime vooral economisch te treffen: met explosieven die geroofd werden bij het bauxietbedrijf Suralco werden hoogspanningsleidingen, wegen en bruggen opgeblazen. Ook de dodelijke aanval op de Echocompagnie, de elitetroepen van Bouterse, zou Penta's werk zijn geweest. Brunswijk zelf zorgde er volgens Penta voor steeds op enige afstand te blijven. Penta schrijft ook de kaping in 1987 van een Twinotter van Surinam Airways aan zichzelf toe. Eerder werd die actie beschreven door de journalist Frans van der Beek in Ronnie Brunswijk. Dagboek van een verzetsstrijder (1987), maar hij repte niet van Penta's vermeende rol. In het boek van Van der Beek - beter geschreven dan het verslag van Penta plus ghostwriter, maar te weinig kritisch over Brunswijk - wordt één keer terloops gewag gemaakt van drie Britse huurlingen in het Junglecommando.

Penta's verhaal versterkt de indruk dat het Surinaamse verzet in Nederland en in Suriname de moeilijkste karweitjes door anderen liet opknappen. Over leider Brunswijk zelf is de Britse huurling nogal negatief. Spottend merkt hij op dat Ronnie's grote plan vooral bestond `uit vriendinnen en videospelletjes'. De vraag blijft hoe geloofwaardig Penta's relaas is. Brunswijk is nu in elk geval een zakenman in goede doen door zijn handel in goud, hout en misschien meer.

Karl Penta: A Mercenary's Tale. John Blake, 319 blz. (geïll.). E31,75