Hongarije plukt nu de vruchten

De conservatieve regering Orbán claimt, met het oog op de verkiezingen dit weekeinde, het succes van de Hongaarse economie: een combinatie van regulering en vrijheid.

In een hoekje van de monumentale centrale bank van Hongarije houdt het IMF kantoor. Regionale vertegenwoordiger van het Internationale Monetaire Fonds is de Britse Nederlander Roger Nord. Buiten woedt een ongekend felle politieke strijd. Hongarije gaat zondag naar de stembus. De regering die na twee verkiezingsrondes (op 7 en op 21 april) aan de macht komt, zal Hongarije de Europese Unie binnen leiden. Rechts en links staan elkaar publiekelijk naar het leven.

In de kamer van Nord heerst een nuchtere rust: ,,Hongarije heeft het de afgelopen tien jaar goed gedaan. Het land is erin geslaagd om al vrij vroeg na de val van het communisme structurele hervormingen in te voeren. Dat heeft in het begin natuurlijk moeite gekost. De werkloosheid ging omhoog. Maar de afgelopen vier jaar heeft dat zijn vruchten afgeworpen.''

De resultaten liegen er niet om. Tijdens de afgelopen regeringsperiode van de conservatieve regering Orbán is de economie jaarlijks met gemiddeld 4,5 procent gegroeid. Dat was weliswaar niet de beloofde 7 procent, maar het Hongaarse gemiddelde lag wel bijna twee keer zo hoog als het gemiddelde binnen de Europese Unie. De werkloosheid die in het begin van de jaren negentig explodeerde bedraagt nu minder dan 6 procent; de inflatie is uit de dubbele cijfers: van ruim 14 procent in 1998 naar 7 procent nu.

Voor het eerst in tien jaar beginnen de Hongaren weer een beetje lucht te krijgen. Hoewel hun salarissen gemiddeld nog altijd relatief lager liggen dan tien jaar geleden toen de communistische economie ineenstortte, is hun koopkracht niveau voor het eerst weer terug op dat van 1989. De afgelopen vier jaar zijn de salarissen gemiddeld met 17 procent gestegen en het minimumloon is recentelijk bijna verdubbeld en ligt nu op 50.000 Hongaarse Forint (206 euro) per maand.

In deze verkiezingstijd claimt de conservatieve regering natuurlijk alle succes. Op spreekbeurten door het hele land pronkt de jeugdige premier Orbán met wat hij het `Hongaarse model' noemt: een combinatie van een regulerende overheid en een vrije markt die openstaat voor buitenlands kapitaal. Reguleren doet de regering vooral op het gebied van de energieprijzen en de prijzen van medicijnen uit `solidariteit' met de zwakkeren in de samenleving. In hun campagne hebben de kandidaten van de regerende Fidesz-MPP (Jonge Democraten-Hongaarse Burgerpartij) geen goed woord over voor het beleid dat hun sociaal-democratische voorgangers voerden: een bezuinigingsbeleid dat een groot deel van de samenleving – met name de gepensioneerden – in armoede stortte.

IMF-man Nord neemt afstand van de electorale retoriek van het moment. ,,Natuurlijk wil de regering Orbán het succes claimen, maar ik zie de wortels ervan ook zeker bij de vorige linkse regering. Het succes is vooral te danken is aan de openheid van de Hongaarse economie voor kapitaal en handel. Er is een concurrerende economie van de grond gebracht. Er zijn veel buitenlandse investeringen geweest. Die hebben niet alleen kapitaal maar ook kennis gebracht. Er is een economische groei ontstaan die gebaseerd is op export en dat is de sleutel geweest van het succes.''

Het afgelopen jaar heeft de regering Orbán de economische groei een extra duw gegeven met een expansieve begrotingspolitiek. Nord is daar niet enthousiast over. ,,Het begrotingstekort dat eerst keurig naar beneden ging, is het afgelopen jaar weer omhoog gegaan naar 5,5 procent. In de cijfers zie je dat niet goed omdat er veel buiten de begroting om wordt uitgegeven door de Hongaarse Ontwikkelingsbank MFB.''

De Hongaarse regering heeft de afgelopen tijd belangrijke uitgaven zoals de invoering van een studieloon, de bouw van autowegen en de aankoop van landbouwbedrijven door deze ontwikkelingsbank laten financieren. Die uitgaven zijn niet terug te vinden op de begroting. Nord vindt dat om twee redenen een probleem: ,,Ten eerste omdat je met je begroting zo transparant mogelijk wilt zijn en de ene uitgave wilt kunnen afwegen tegenover de andere. Dat kan niet als je dat buiten de begroting en buiten het parlement om doet. Ten tweede omdat je verdraaid moeilijk kunt uitrekenen wat je eigenlijk aan het uitgeven bent als je dat doet via een bank die zelf geld leent op de kapitaal markt.''

Volgens de berekeningen van het IMF bedraagt het verschil tussen de officiële Hongaarse begrotingscijfers en de werkelijke uitgaven ongeveer 2 procent van het bruto binnenlands product. Nord vindt dat te groot. Het IMF verwacht dat de volgende Hongaarse regering daar duidelijk in zal brengen. ,,Dat moet ook met het oog op de Europese Unie. Het begrotingstekort moet vergelijkbaar met andere landen uitgerekend kunnen worden.''