Hinken naar herinneringen

De Nieuwzeelandse schrijver C.K. Stead zou zijn levensgevoel waarschijnlijk nooit kunnen onderdrukken in een verhaal dat recht liep van begin tot eind liep in een overzichtelijke periode. Hij werkt het best met fragmenten uit verschillende tijden van het leven van een hoofdpersoon, in een volgorde die bepaald wordt door wat die figuur invalt meteen na het vorige wat hij verteld heeft – kriskras door de jaren heen. Vrienden, vriendinnen en kennissen komen en gaan, en ze keren pas tientallen jaren later terug. De plaatsen van de handeling liggen in verschillende werelddelen: Nieuw-Zeeland, Engeland, Frankrijk, Amerika; de verteller voelt zich overal even thuis en even vreemd, naar het voorbeeld van de auteur zelf.

Zo ging het in Talking about O'Dwyer, Steads roman die twee jaar geleden de aandacht trok, en zo gaat het nog vrijer in The Secret History of Modernism. De verteller Laszlo Winter stelt zich voor als een romanschrijver die aan een writer's block lijdt; daarom kan hij ons alleen zijn aantekeningen aanbieden voor een roman die hij misschien later zal schrijven.

Aan de samenhang van zijn episoden hoeft Stead deze keer minder zorg te besteden dan anders, want het zijn toch alleen maar aantekeningen van Winter. Ze zijn op te vatten als een levensverhaal verteld door een drukke prater die in een vertrouwd gezelschap door zijn herinneringen kruist. Een toehoorder zou af en toe bekennen dat hij de draad kwijt is en nog eens wilde horen hoe het zat; een lezer gaat in zo'n geval terugbladeren om de gebeurtenissen in hun grillige verband te onderscheiden.

De best herkenbare punten in het verhaal zijn Winters vriendinnen. Er is een Samantha, in de wandeling Sammy, met wie Winter als student op de boot uit Nieuw-Zeeland is gekomen; hij is jarenlang verliefd op haar terwijl zij een ander op het oog heeft, en krijgt zijn kans pas als hij er niet meer in gelooft. Er is een Heather, een call-girl die hem op gang helpt met zijn seksuele techniek; een Margot met wie hij een onvolledige relatie heeft; en er is Louise, zijn tweede vrouw, een Française met een grappige manier van Engels praten, niet volledig uitgebeeld, wel goed herkenbaar in haar kordate opinies.

De indruk dat Stead niet anders kan denken dan in sprongen heen en weer door de ruimte en de tijd wordt weerlegd door twee, stilistisch afwijkende hoofdstukken – waar Winter zelf buiten blijft – over de joodse familie van Sammy's eerste liefde en hoe het hun vergaan is in Duitsland tussen 1935 en '45. Die hebben de allure van goed gedocumenteerde en doordachte tijdschriftartikelen, waarvan de lezer zich alleen afvraagt wat zij met de herinneringen van Laszlo Winter te maken hebben.

Op deze vraag is een antwoord te geven: alles wat Winter heeft beleefd en ontdekt sinds hij omstreeks 1950 uit Nieuw Zeeland kwam aanvaren zou in zijn boek dat nog geen roman is, opgenomen kunnen worden. Ook de verhalen over jodenvervolging in Duitsland heeft hij ontdekt; dus zij mogen erbij.

Al is de vorm van Steads boek aanvaardbaar, het zou verbazend zijn als het de reputatie kreeg van een meesterwerk. Maar het zal lezers die zich bewust zijn van de warwinkel in hun eigen geheugen, wel vertrouwd voorkomen en aandachtig bezighouden. Waarom het The Secret History of Modernism heet? Zo wilde Winters vriendin Sammy een essay noemen dat zij nooit heeft afgekregen. Stead heeft haar titel van de ondergang gered, en de lezer mag bepalen of èn hoe deze titel op de herinneringen van de verteller past.

C.K. Stead: The Secret History of Modernity. The Harvill Press, 230 blz. €15,–