Het gelijk van Jan Marijnissen

Onlangs zag ik een prachtig interview met SP-lijsttrekker Jan Marijnissen in Slot Rottenberg, het politieke interviewprogramma van ex-PvdA-voorzitter Felix Rottenberg. Marijnissen vertelde hoe de Socialistische Partij in de jaren tachtig een brochure had uitgegeven getiteld `Gastarbeid en kapitaal'. Daarin werd voorgesteld voormalige gastarbeiders en hun gezinnen een keuze te bieden: ofwel u remigreert, met medename van de door u betaalde belasting en premies, ofwel u integreert. In het laatste geval zoeken wij fatsoenlijke huisvesting in een Nederlandse buurt, zodat u de taal zo snel mogelijk leert en zodat uw kinderen zullen spelen met Nederlandse klasgenootjes. Marijnissen en zijn partij werden destijds verguisd om dit pamflet en de SP-leider had zijn troepen geïnstrueerd gas terug te nemen. Het was een evident geval geweest van gelijk hebben op het verkeerde moment, zo analyseerde Marijnissen samen met Rottenberg. De SP was niettemin door de jaren heen voorstander gebleven van een spreidingsbeleid en Marijnissen was helemaal niet blij dat dit beleidsvoornemen nu opeens was overgenomen door Pim Fortuyn. Dat suggereert toch een beetje dat een spreidingsbeleid rechts zou zijn, wellicht zelfs extreem-rechts. Segregatie en spreidingsbeleid zijn echter bij uitstek linkse issues; het is geen toeval dat de SP er het eerst mee kwam. Wat zijn de argumenten voor een spreidingsbeleid?

1. Onderzoek wijst uit dat allochtonen zelf veel liever wonen in gemengde wijken, samen met autochtone Nederlanders, dan in aparte buurten met nieuwkomers uit hun oude vaderland (zie bv. de WRR-voorstudie van Jaco Dagevos, Perspectief op integratie). Anekdotische, aanvullende bewijsvoering voor deze bewering is er in overvloed. Imam Abdullah Haselhoef toont zich in een nawoord bij Fortuyns anti-islamboekje voorstander van een actief spreidingsbeleid: ,,Want al is landelijk gezien het aantal moslims slechts een aantal percenten van de totale bevolking, in de grote steden zijn sommige wijken voor 90 procent allochtoon en dit is geen gezonde ontwikkeling. Dit percentage moet in de toekomst anders komen te liggen en een van de maatregelen zou kunnen zijn het toepassen van zogenaamde `dwang en drang maatregelen'.'' HP/De Tijd (29-3-2002) laat de Marokkaanse jongere Hussein aan het woord die het betreurt dat er in zijn wijk geen `jonge kaas' te vinden is. Hussein is ook voor verplichte spreiding. ,,Als hij daarvoor naar een school aan het andere eind van de stad moet: prima.'' De belangenorganisatie Forum (Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling) signaleert in een recent verschenen reactie op een nota van minister Van Boxtel dat de minister van Grote Steden en Integratiebeleid te weinig doet aan het nijpende probleem van de segregatie.

2. Een spreidingsbeleid past binnen het ideaal van gelijke kansen voor iedereen. Allochtone kinderen hebben veel meer kans om het in Nederland te maken als zij van meet af aan Nederlands moeten spreken op straat, op school en in de speeltuin. Dat is niet alleen goed voor hun taalvaardigheid, het is ook goed voor hun omgangsvormen. In Nederland beoordelen werkgevers aspirant-personeel in hoge mate op softe criteria als `passen binnen het team', `beschikken over het juiste netwerk' en `sociale vaardigheden'. Die kwaliteiten ontwikkel je niet in etnische concentratiebuurten.

3. De Amerikaanse politiek-filosofe Iris Marion Young betoogt in haar nieuwste boek Inclusion and Democracy dat burgers in een democratische gemeenschap publieke ruimten daadwerkelijk moeten delen. Zij moeten zich met elkaar kunnen identificeren, zij moeten weten hoe `the other half' leeft. Witte middenklassegezinnen in een witte middenklassewijk realiseren zich niet hoe bevoorrecht zij zijn: zij hebben het veel te druk met files op weg naar het werk, niet rijdende treinen, toestanden en verplichtingen op het werk, problemen met de kinderopvang, hoge hypotheken en kwakkelende ouders. Heterogene woonwijken zorgen ervoor dat burgers elkaars lot delen. Het is beter om te strijden voor `een extra wijkagent in onze woonwijk' dan te pleiten voor extra politie-inzet in verpauperde buurten waar je zelf nooit komt.

4. En ten slotte is een spreidingsbeleid bijna een morele verplichting tegenover de kansarme autochtone Nederlanders, die niet de mogelijkheid hadden om een huis in een betere wijk te betrekken. Zij hebben met de vele nieuwkomers moeten concurreren om werk, hun buurtscholen zijn veranderd in zwarte scholen voor achterstandsleerlingen, hun wijk is veranderd in een buurt waar je met Nederlands niet langer automatisch door iedereen begrepen wordt, zij zijn het meest direct geconfronteerd met de criminaliteit van groepen allochtone jongeren. Marijnissen en Rottenberg stelden vast dat de segregatie in de grote steden inmiddels dermate omvangrijk en hardnekkig is geworden dat daar met huisvestingsbeleid nog nauwelijks tegenop te spreiden valt. Marijnissen suggereerde dus om een begin te maken met een desegregatiebeleid op scholen. Het leek hem een mooi idee om eens wat schoolbussen te laten rijden. Dat lijkt mij een zeer relevante discussie die door de politiek moet worden gevoerd en die niet direct moet worden afgekapt onder verwijzing naar de vrijheidsrechten van burgers (het recht om je vrij te vestigen, vrijheid van onderwijs). Die rechten zijn belangrijk, maar dat geldt ook voor de hier besproken principes: de wensen van nieuwkomers, gelijke kansen voor nieuwkomers, de lotsverbondenheid van burgers in een democratie, en een evenwichtige verdeling van lusten en lasten.