Gisse eekhoorntjes

Godlof verschijnt er niet elke dag een boek waarin ik in mijn blote kont sta. Vanmiddag werd in Rijksmuseum Twenthe te Enschede de feestuitgave AKI 50 jaar kunstonderwijs gepresenteerd. Als oud-student kijk je natuurlijk meteen of je er wel in staat. Op pagina 94 is het raak – moi met schouderlang haar en op geitenharensokken na naakt bovenop de etspers in het grafieklokaal. Mijn linkerarm om de nek van Henk Voerman, de schilderende etser met wie ik begin jaren zeventig het recalcitrante etsduo La chambre d'Amour vormde. Gelukkig staat op dezelfde pagina een danig idyllischer, om niet te zeggen ontwapenender foto van Bennie Jolink, tegenwoordig illuster astmatisch voorzanger van de Achterhoekse lawaaigroep Normaal, met zijn eerste echtgenote en haar zus. Eind jaren zestig zo te zien. Hij was nog baard- en snorloos en lijkt sprekend op toenmalig hippie-idool annex protestzanger Donovan. De jongere garde had geen affiniteit met lieflijkheid, wij luisterden naar Todd Rundgren, de Grateful Dead of de Duitse groep Amon Düül.

In die jaren waren er diverse, elkaar tegenstrevende of negerende, stromingen op de AKI (Akademie voor Kunst en Industrie). De spraakmakendste, want koddigste, stond onder leiding van de docenten Dries Ringenier en Geert Voskamp. Zij organiseerden verkleedpartijen en melige toneelstukken van het lach-of-ik-schietgenre. Wij lazen liever Beckett en Canetti, luisterden liever naar Satie en Sjostakovitsj. De zogeheten intellectuele factie doopte Ringenier en Voskamp al snel om in Knabbel & Babbel, meden hun lessen en hun claque als de builenpest.

Uitgerekend dit duo heeft de feestuitgave samengesteld en figureert dus opvallend frequent in tekst en beeld. Na een kwart eeuw dreigt het mij opnieuw zwart voor de ogen te worden. De aantoonbaar grote invloed van een handvol bevlogen docenten op de Nederlandse kunst wordt onder de grond geschoffeld. Zoals de invloed van de voor Tukkerse begrippen uiterst beschaafde tekenaar/schilder Johan Haanstra (de timide broer van filmer Bert), de erudiete cultuurhistorische colleges van Joop Hardy en Aldo van Eyck, de stekelige gesprekken met schilders/grafici als Reinier Lucassen (`zeg maar Luc') en Pieter Holstein, de flamboyante grafisch ontwerpers Swip Stolk en Anthon Beeke. Vanzelfsprekend moesten zij, net als ik, niets hebben van de oeverloze en wezenloze tast-, ruik- en voelprojecten van Knabbel & Babbel.

Gelukkig biedt het AKI-feestboek een paar parels, ondanks de bek vol blaf van K & B. Het siert de samenstellers dat zij de smakelijke verhalen van `nihilist, anarchist en communist' Joop Hardy opnieuw afdrukken. Roerend is de anecdote over de oude schoolbel en ,,die jongens met die fietstassen. In die tassen zat hun brood en tijdens de lessen kwamen die eekhoorntjes uit de bomen, kropen in die tassen en vraten het brood op. En Hassing, de conciërge (dat was de oude Hassing, de vader van Tonny), die had daar een grote bel hangen, waar hij op sloeg als het pauze was. En dan vlogen al die eekhoorntjes uit die tassen de boom in.''

Hilarisch is Hardy's verhaal over de huwelijksperikelen van directeur Dirk de Leeuw. Hij was een ouderwetse AJC'er in plusfour – zijn vrouw had `bovendien' een kind gekregen van een dominee. De Leeuw had zijn slaapkamerdeur aan de binnenkant vergrendeld. Als hij naar de academie ging, dan sloopte zij die er weer af. ,,Op een keer was hij uit de badkamer geklommen, hij had ook helemaal niets aan, en er ontstond een worsteling met zijn vrouw op het dak. Op dat moment fietste de directeur van het postkantoor langs. Die maakte daar een geweldige toestand over; belde de bestuursleden, dat dit niet kon, dat een directeur van de kunstacademie naakt stond te worstelen met zijn vrouw op het dak van de keuken. Hij werd voor zwaar psychisch gestoord verklaard en moest met ziekteverlof. En kwam nooit meer terug.''

In essentie is kunst niet aan of af te leren. Kunst komt nu eenmaal niet van kunnen. Men kan echter wel voorwaarden scheppen, een vrijplaats creëren waarin talent de kans krijgt uit te groeien. Dat is de AKI gelukt. Eerst via het Bauhaus-model, later door zelf het goede voorbeeld te geven. De meeste kunstenaars zijn echter vooral bedreven in de kunst van het wauwelen. Uitzonderingen op de regel zijn Paul Klee (1879-1940), Joseph Beuys (1921-1986) en Sipke Huismans (*1938). Laatstgenoemde volgde Joop Hardy op als directeur en uitgerekend hij wordt in het AKI-feestboek niet alleen gefileerd maar ook gevierendeeld. Vorig jaar gooide Huismans, door perfide ambtenaren en een vijandig bestuur gedwongen, de handdoek in de ring. De AKI is tegenwoordig niet meer dan een faculteit van Universiteit Twente. Nog even en de AKI is een virtuele kunstacademie (zie www.akinet.nl). Vermoedelijk laten studenten niet langer hun brood in hun fietstassen zitten. Laat staan dat er in Enschede nog gisse eekhoorntjes zijn.

AKI 50 jaar kunstonderwijs. Redactie Dries Ringenier, Geert Voskamp, Erik Beenker. Uitgeverij 010, Rotterdam. ISBN 90 6450 450 4. Prijs: E39,50.