Don Giovanni sterk in eenvoud

Voor de vierde en laatste keer herneemt de Nederlandse Opera deze maand de succesproductie van Mozarts Don Giovanni in de regie van Alfred Kirchner. Nog zeven voorstellingen boet Don Giovanni voor zijn schaamteloze verleidingskunsten met een enkele reis inferno, daarna verdwijnt de veertien jaar oude productie voorgoed van het toneel.

Oorspronkelijk zou de slotreeks worden gedirigeerd door Hans Vonk, die in 1997 met veel succes het Nederlands Kamerorkest leidde nadat Nikolaus Harnoncourt in 1988 en 1992 met het Koninklijk Concertgebouworkest op onvergetelijke wijze de toon had gezet. Vonk zegde af wegens gezondheidsredenen, en wordt vervangen door John Nelson, die bij de Nederlandse Opera debuteert met zijn eerste directie van Don Giovanni.

Eerder maakte Nelson naam in onder meer het romantische repertoire, en dat klinkt mee in zijn visie op Don Giovanni. Met energieke, hoekige gebaren zet hij de partituur stevig neer, met – zeker voor een debuut – véél eigen detailvondsten en een sterk ontwikkeld gevoel voor drama. Nelson oogstte naast bijval ook boegeroep van wie wellicht de unieke homogeniteit onder Harnoncourt niet hadden kunnen vergeten. Maar belangrijker dan de nog te vervolmaken details in het samenspel tussen orkest en solisten was dat Nelson het Nederlands Kamerorkest enthousiasmeerde met zijn muzikale gretigheid.

Scènisch is deze Don Giovanni ook in de laatste reprise sterk in eenvoud. Juist daarom hangt veel af van de kwaliteiten van de cast. Naast zeer overtuigende, terugkerende zangers als Luba Organosova (Donna Anna) en Charlotte Margiono als de kloeke maar weekhartige Donna Elvira, zijn er veel nieuwe namen.

Kurt Streit zingt een innemende, lyrische Don Ottavio en de zware Russische bas Denis Sedov is theatraal en vocaal een krachtige en weerbare Leporello.

Dé ontdekking van deze voorstelling is echter de jonge, van stem én leden top-atletische Don Giovanni van de Zweedse bariton Peter Mattei. Hij werpt veroverde dames moeiteloos over de schouder, waagt sprongen van meer dan vijf meter en deinst letterlijk koprollend achteruit voor de Stenen Gast – een fraaie rol van de woedend bulderende bas Mario Luperi. Peter Mattei is, kortom, een Don Giovanni in wie het testosteron bruist en kolkt, maar die daarnaast een gedroomd spectrum aan vocale subtiliteiten biedt. Met zijn fluwelige Là ci darem la mano deed hij hoorbaar méér vrouwenzieltjes zuchten dan slechts de frisse Zerlina – stralend strak gezongen door de uitstekend getypecaste Ruth Ziesak.

Ook voor een meeslepende en charmante productie als deze zijn drie reprises scheepsrecht, maar van deze cast is het moeilijk afscheid nemen.

Voorstelling: Don Giovanni van W.A. Mozart door de Nederlandse Opera, Nederlands Kamerorkest en solisten o.l.v. John Nelson. Gezien: 4/4 Muziektheater, Amsterdam. Herh.: t/m 27/4.