`Dat kettinkje hou ik om'

Op het Nova College in Rotterdam zijn `discriminerende' tekens verboden. Maar Ibrahim doet zijn gouden kettinkje met een Grijze Wolven-teken niet af.''

Het schoolplein van het Nova College in Rotterdam is bijna leeg, op groepje van vijf scholieren na. Damanja (16) heeft een gouden ketting om haar hals hangen met haar naam erop en grote gouden oorbellen. ,,Die ga ik echt niet afdoen.'' ,,Als je nou een heleboel om hebt hangen. Maar dan moet je bij de Turken zijn'', zegt Kylie, die naast haar staat. Damanja: ,,Ieder ras heeft een eigen teken. Marokkanen en Turken hebben gewoon heel veel ruzie daardoor.''

De school heeft een verbod op `discriminerende tekens', zoals hakenkruizen, het SS-teken, het Grijze Wolven-teken, het Maroc Power-teken en tekens van Servische en Turkse nationale partijen.

Afgelopen maand stuurde de school alle ouders een brief, in het Nederlands, en als het nodig was ook in het Turks of Arabisch, om ze op de hoogte te stellen van het verbod. Het Nova College heeft 370 leerlingen, waarvan een driekwart allochtoon is, een kwart Turks. De leerlingen hebben zo'n 50 verschillende nationaliteiten, schat directeur F. van `t Hof. ,,Als je zoveel nationaliteiten hebt, moet je voorkomen dat politieke conflicten worden uitgevochten op school''.

Toen er oorlog in voormalig Joegoslavië was, hadden we hier bijvoorbeeld veel leerlingen die van huis uit aanhanger van de Serviërs waren. Maar toen kregen we ook Bosnische moslims die naar Nederland waren gevlucht. Als die dan geconfronteerd worden met tekens van de nationalistische Servische partij, voelen ze zich niet veilig.'' Van `t Hof vindt de ouders verantwoordelijk voor wat hun kinderen dragen en heeft ze daarom met de brief betrokken bij de situatie. Van `t Hof heeft het idee dat het verbod werkt en ziet mogelijkheden voor andere scholen.

Het is pauze. Beneden in de kantine bungelt een gouden kettinkje met een Grijze Wolventeken op een zwart T-shirt. ,,Ibrahim! Kom maar even naar boven'', roept adjunct-directeur Van Voorthuysen. Een paar minuten later is Ibrahim boven. Het kettinkje om zijn hals is spoorloos verdwenen. ,,Hé, waar is je kettinkje nou?'', vraagt Van Voorthuysen. Ibrahim kijkt verbaasd. ,,Mag niet, hè''. Ibrahim blijft even staan: ,,Was dat het?'' Met een schouderklopje komt hij er vanaf.

Hij snapt niks van de regel, vertelt hij later. ,,Ik vind het nergens op slaan. Mensen lopen hier met kruizen om hun nek, maar wij mogen het niet meer''. Dat er een verschil zou zijn tussen religieuze tekens en politieke tekens, vindt hij onzin. En hij gaat de ketting niet afdoen. ,,Ik draag hem gewoon onder mijn kleren.'' Zijn vrienden dragen geen kettingen. Omdat het niet mag, denkt hij. Dat het zijn Koerdische medeleerlingen zou storen, maakt hem niet uit.

Een stukje verderop staat de Koerdische Pershank met haar Turkse vriendin Zeynep te praten. ,,Ik ben een Grijze Wolf'', zegt Zeynep trots, maar ze draagt geen ketting want dat mag niet van school. Buiten school heeft Zeynep de ketting wel vaak om. Het kan Pershank niks schelen dat Zeynep of andere leerlingen de kettingen dragen. ,,Als ze maar geen ruzie zoeken.''