Bingo is ook cultuur

In Almere schieten de galeries, ateliers, concertzalen en theaterpodia uit de grond. De strijd gaat tegen het `weglek-effect' van het avondje uit in Amsterdam.

In kleine colonnes koersen een keer per jaar duizenden peuters af op het centrum van Almere Haven. Ze gaan dan naar het 2 Turven Hoog festival, een theaterfestival voor kinderen vanaf twee jaar oud. En waar kan zo'n evenement beter plaatsvinden dan in het vijfentwintig jaar oude Almere, door de burgemeester zelf immers `de buggystad van Nederland' genoemd?

,,We werken hard om de podiumkunsten in Almere leven in te blazen'', glimlacht Peter Voorbraak, directeur van de Almeerse theaters, tijdens een rondleiding langs de culturele vplaatsen van Almere. ,,Maar mocht het binnen nu en tien jaar nog niet lukken, dan hebben we over nog eens vijfentwintig jaar een hele generatie gekweekt die is opgegroeid met theater.''

Want ook al is Almere in vijfentwintig jaar tijd met zijn 158.664 inwoners uitgegroeid tot een van de negen grootste gemeentes van Nederland, van een volwassen cultureel klimaat is nog geen sprake. Er zijn maar twee redelijk gesorteerde boekhandels, één bioscoop, twee theaters en een handvol instellingen voor beeldende kunst. Ook het aantal amateurverenigingen is, gelet op de grootte van Almere, beperkt in aantal. Ter vergelijking: Breda, met ruim 163.300 inwoners, telt zeven goed gesorteerde boekhandels, vier bioscopen, negen theaters en toneelverenigingen, nog los van de zestien culturele verenigingen en de talloze andere culturele initiatieven die de stad rijk is.

Almere's culturele achterstand is niet alleen te wijten aan de relatief korte tijd dat de gemeente bestaat. De opzet van de stad is zo weids, dat het niet eenvoudig is een goede culturele infrastructuur te creëren. De stad heeft drie stadskernen; in de planning komen er de komende jaren nog twee bij. De totale omtrek van Almere is elf bij zeven kilometer; vergelijk dit met de zeven bij zes kilometer die Breda beslaat. Bovendien is er volgens directeur Voorbraak een communicatieprobleem. ,,Zeker in de zomer zijn hier tal van festivals en evenementen. Maar om een of andere reden zijn de organisatoren of de gemeente nog niet in staat geweest voor al die evenementen ook voldoende publiek te bereiken.''

Almeerders

Maar zijn de Almeerders eigenlijk wel geïnteresseerd in cultuur? Hoewel er de laatste jaren een groei van de bezoekersaantallen valt waar te nemen, scoren minder bekende voorstellingen nog weinig publiek. Bij cabaretiers Hans Teeuwen, Freek de Jonge en Tineke Schouten zit het vol, de wat moeilijker producties of genres blijven achter. Dit heeft onder meer te maken met de bevolkingssamenstelling; veel jonge gezinnen, geen studenten. Een ander aspect is de trek naar Almere om wat er níet is: woningnood, verloedering. De gezinnen die zich op de ingepolderde zandvlakte vestigen, hebben behoefte aan ruimte en aan een eigen huis, podiumkunsten passen niet in het drukke programma. Almere was en is de uit de hand gelopen groene buitenwijk van Amsterdam; heeft men een keer tijd voor een avondje uit, dan pakt men de trein naar de hoofdstad. Het `weglekeffect' noemt de gemeente dat.

Blijkbaar dacht de gemeente er in de beginjaren net zo over. Men bouwde weliswaar bibliotheken en een enkel gebouw met een culturele bestemming, maar de eerste (verkennende) cultuurnota, gericht op het nader te bepalen `culturele gezicht' van Almere, kwam pas zestien jaar later.

Het culturele leven dát er is, kwam geïmproviseerd tot stand. Voorbraak toont met gepaste trots het kantorencomplex waar hij met zijn collega-cultuurambtenaren in de eerste jaren van Almere voorstellingen voor omwonenden organiseerde. Het is een van de eerste kantoorgebouwen van de stad, een typisch Almeerse blokkendoos, met veel ramen en vrolijk gele omlijsting. In het weekend werd de centrale hal van het pand omgetoverd tot theater. Voor apparatuur reed Voorbraak iedere vrijdag naar het voormalige Shaffytheater in Amsterdam om er theaterlampen en andere apparatuur te halen en die vervolgens zo goed en zo kwaad als het ging op te hangen. ,,Technische ervaring hadden we niet.'' Toch wisten hij en zijn collega's in hun enthousiasme vele bekende artiesten te strikken, Flairck bijvoorbeeld. ,,We lokten de groepen onder het mom van de toekomst: `Als je nu mensen aan je bindt, zul je later kunnen spelen in de prachtige theaters die Almere gaat krijgen', vertelden we. En ze kwamen.''

Roestbak

Zo'n vier jaar na het metselen van de eerste huizen kwam op de Markt in Almere Haven het eerste culturele gebouw te staan. Corrosia, een sociaal cultureel centrum dat tevens dienst deed als kantorengebouw voor de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders. Het pand werd in de volksmond al snel `de Roestbak' of `de Schroothoop' genoemd, omdat de gevel was bedekt met Corten-staal dat al snel bruin uitsloeg. Er was een bejaardensoos gepland, een jongerencentrum, een café en een presentatiezaal, maar geen theater. Dat vond de gemeente niet nodig. Wegens het succes in het genoemde kantoorgebouw wist Voorbraak daar, samen met het hoofd Culturele Zaken, op het laatste moment verandering in te brengen. De presentatiezaal kon nog enigszins worden aangepast, en werd omgedoopt tot `theater de Roestbak', tot op heden een van de laagste theaterzalen van Nederland.

Aan grote namen geen gebrek, Mini en Maxi wilden er bijvoorbeeld best spelen. Ze hadden van tevoren uitgerekend dat het decor in de zaal paste en bovendien wisten ze dat de grote kist, essentieel voor de voorstelling, een aantal trappen moest worden opgesleept, bij gebrek aan lift. Waar niemand aan had gedacht was dat die kist ook door de toegangsdeur van het gebouw moest. Die bleek te klein en de voorstelling werd op het laatste moment afgelast.

Het zijn anekdotes die klinken als sentimentele verhalen bij het kampvuur. ,,Toen de wereld nog klein en overzichtelijk was.'' Meermalen vertelt directeur Voorbraak tijdens zijn rondleiding hoe makkelijk het was om schoonheidsfoutjes aan te passen: de uitbaters van het theater waren immers ook de ambtenaren van cultuur. Toen het losse podium van de Roestbak slechte zichtlijnen opleverde, werd korte tijd later een vaste tribune geplaatst. Het hoofd Culturele Zaken zorgde er persoonlijk voor dat er handdoekjes en snoepgoed voor de artiesten in de geïmproviseerde kleedkamers lagen en ook de voordeur van Corrosia werd vergroot.

Maar in de vijfentwintig jaar dat Almere nu bestaat, is de pioniersgeest van weleer overstemd geraakt door de bureaucratische regelgeving van een grote stad, zonder een duidelijke visie op de ontwikkeling van het culturele klimaat.

Samen met de eerste klachten over hangjongeren en vervuiling is men de laatste jaren voor het eerst serieus gaan nadenken over de wegen die voor het cultuurbeleid van Almere openliggen. Uit onderzoek is onder meer gebleken dat in steden met een vergelijkbaar aantal inwoners vele malen meer geld wordt gespendeerd aan cultuur. Kunst heeft nooit hoog op de prioriteitenlijst van de poldergemeente gestaan: Almere geeft er nog geen achttien euro per hoofd van de bevolking aan uit, tegenover vijftig euro in gemeenten van vergelijkbare grootte.

Maar nu zijn er plannen en is er zelfs een beetje geld. Almere Haven moet de komende jaren een `broedplaats'-functie gaan krijgen. Kleine galeries, ruimte voor ateliers en misschien zelfs wel een extra theatertje of concertpodium. Bovendien komt er meer aandacht voor cultuur in de wijken van Almere Buiten. Het pronkstuk van de komende culturele omwenteling is een fonkelnieuw theater met twee zalen, geschikt voor respectievelijk duizend en driehonderdvijftig bezoekers, dat in het nieuwe stadshart van Almere bij het recreatieve Weerwater zal verrijzen.

Bij de dienst Stadscentrum Almere zijn maquettes te bezichtigen van het prestigieuze project. Naast het theater is er in hetzelfde gebouw ook het CKV (Cultureel Kunstzinnige Vorming) gepland. Bovendien komt in het nieuwe stadshart een openbare bibliotheek, een popmuziekzaal en een megabioscoop. Voorts zal er een dorp van horecagelegenheden, galerieën en andere cultuurgerelateerde bedrijven verrijzen.

Scheidingen

Want PvdA-wethouder van Kunst en Cultuur Arie-Willem Bijl gelooft in het creëren van cultuur. In het geval van Almere moet dat ook wel, stelt hij. ,,De stad groeit zo snel dat we niet kunnen afwachten tot er uit zichzelf iets ontstaat, want op die manier raak je nog meer achter. Bovendien bestaat de stad niet meer uit alléén maar jonge gezinnen. Er zijn scheidingen, er is vergrijzing en er komt een jonge generatie aan die in Almere geboren is en ook wat te doen wil hebben. Nu zit het geld dat de gemeente voor kunst uittrekt nog grotendeels in de bouw van faciliteiten. Als die er eenmaal zijn, komt er meer geld vrij voor inhoudelijke ontwikkeling.''

Op de maquette ziet het er prachtig uit, maar of de praktijk even rooskleurig zal zijn, valt te betwijfelen. Voorbraak zwijgt erover, maar er gaan geruchten dat de architect van het nieuwe stadshart – die nog nooit een theater heeft gebouwd – enorme pilaren in de grote zaal van het theater heeft bedacht. Publiek dat achter zo'n pilaar zit zal weinig van een voorstelling meekrijgen. `Luisterplaatsen' zouden deze dubieuze zitplaatsen worden genoemd.

Een ander netelig punt is minder makkelijk te negeren: aan weerszijden van het toneel moeten vier balkons verrijzen. Vier balkons! Wie wel eens op het derde balkon in de Amsterdamse Stadsschouwburg is neergestreken zal ongetwijfeld gevoelens van hoogtevrees hebben ervaren en een verrekijker is onontbeerlijk. Bovendien is het lastig om altijd tegen de bovenlijst van het toneel aan te kijken, waardoor handelingen op de achtergrond onzichtbaar blijven. ,,Ik heb de knelpunten aangegeven'', zegt Voorbraak met een onpeilbare glimlach. ,,We hebben alle vertrouwen in de architect.''

Maar Almere heeft ook experts uit het oude land aangetrokken om mee te denken over de kunstontwikkeling. Cox Habbema, voormalig directeur van de Amsterdamse Stadsschouwburg, is sinds november op parttime basis aan het werk als adviseur van de wethouder. Het trekt haar wel, een stad waar de podiumkunsten nog nauwelijks tijd hebben gehad om te wortelen. ,,Ik was destijds ook nooit schouwburgdirecteur geworden als niet iedereen vlak daarvoor naar het net gebouwde Muziektheater was vertrokken.''

Pakketje

Habbema benadrukt dat de gemeente ervan doordrongen moet raken dat kunst geld kost en zal blijven kosten. ,,Het heeft geen zin om culturele gebouwen neer te zetten en vervolgens geen geld over te houden om ze te vullen met een spannende programmering.'' Bovendien moet er gezocht worden naar een betere balans tussen populair en elitair. ,,Je kan wel alleen de vernieuwing nastreven, maar daar zit de burger niet op te wachten. Zeker voor jongeren is het van belang dat er meer plekken komen waar zij terecht kunnen. Want als jongeren geen leven krijgen, gaan ze leven maken. Het moet hier smoezeliger worden, er moeten meer bruine cafés komen, een pakketje gezelligheid.''

Volgens Habbema is het mogelijk om op termijn een cultureel leven te creëren. Ze vergelijkt het met Joop van den Ende, die een complete musicaltraditie in Nederland deed ontstaan. ,,Geef de ontwikkelingen de tijd, maar wéét wat je wilt maken.''

Wie 's avonds door Almere loopt, is geneigd te denken dat die ontwikkelingen niet zo'n vaart zullen lopen. Er is geen kip op straat. Zelfs op de Grote Markt in het centrum, waar de gemeente voor veel geld een enorm hydraulisch podium met uitklapbaar beeldscherm bouwde – en waar tevens een aantal horeca-gelegenheden te vinden zijn – is het dan uitgestorven. Dat podium is er neergezet door een welwillend gemeentebestuur, dat ongetwijfeld hoopte dat het zou leiden tot een verzameling en verbroedering van het volk. Af en toe gebeurt dat ook, bij een incidenteel evenement, maar het grootste deel van de tijd is het een trieste, werkeloze kolos die reclame uitbraakt en omwonenden het zicht belemmert.

Aan directeur Voorbraak is nog gevraagd het podium te beheren, maar hij heeft ervan af gezien. Staand onder het gevaarte wijst hij op de rails die ervoor zorgen dat het gehele podium over de Markt kan rijden. ,,Het kost enorm veel geld om het ding te laten bewegen en als het eenmaal staat, moet alle apparatuur er nog in. Ik organiseer ieder jaar een theaterfestival op straat, maar moet bekennen dat ik het podium daarvoor zelden gebruik. Een tent neerzetten is goedkoper en efficiënter.'' Tel daarbij op dat in de rails, die nu zijn toegedekt, regelmatig rolstoelen vastliepen en dat de glanzende metalen noppen op de tegels, geplaatst ter verluchtiging van het plein, nog steeds voor menig valpartij zorgen. Dit alles maakt het verrijdbare podium niet het meest geslaagde project uit de Almeerse geschiedenis.

Ondanks alle goede bedoelingen is het opvallend hoe vaak de gemeente de culturele plank misslaat. Een van de weinige theatermakers van Almere, Martin Mens, verbaast zich daar al jaren over. ,,Er moeten meer kunstenaars en minder kunstambtenaren komen'', stelt Mens. De gemeente maakt zich veel te druk om nationale en internationale aantrekkingskracht en heeft te weinig oog voor de ontwikkelingen op kleinere schaal. ,,Je moet goed kijken naar wat de mensen willen. Vroeger heb ik in de experimentele mime-hoek gezeten, hier ben ik met mijn derde musical bezig. Er is genoeg publiek en tal van jongeren die wel mee willen doen aan een voorstelling. Als zij eenmaal de smaak te pakken hebben, groeit hun interesse voor andere vormen van podiumkunst ook.''

De theatermaker pleit dan ook voor meer `volkse' activiteiten voor de bewoners. ,,Het grootste deel van Almere maakt zich veel drukker over het feit dat hier geen bingopaleis is, zoals in Amsterdam. Bingo is óók cultuur. De gemeente zou eigenlijk die bingo moeten subsidiëren, en de horeca, om het gezellig te maken. Maar dan vallen die ambtenaren terug op liberale schijterigheid. Het is not done om aan dat soort zaken gemeentegeld te spenderen. Nou ja, denk ik dan, je sponsort toch ook je eigen voetbalteam? Laat de mensen dan ook leuk kunnen uitgaan.''

Horeca

Mens heeft niet helemaal gelijk met zijn beschuldigingen. De wethouder is niet van plan de horeca te subsidiëren, maar heeft wel geld vrijgemaakt voor kleinere theatergezelschappen die zich in de stad zouden willen vestigen. Bovendien is de wethouder zich bewust van het gebrek aan `experimenteerplaatsen'. Daarom wil hij de komende tijd zogenaamde Black Boxes gaan bouwen, tijdelijke behuizingen voor kunstenaars verspreid door Almere. De gedachtegang daarachter is prikkelend: ,,Almere heeft geen kraakpanden omdat het nog niet lang genoeg bestaat. Ik kan twintig jaar gaan wachten tot de verloedering toeslaat, maar beter vind ik het om zelf wat geordende chaos te creëren. Ik zet de boxes neer, de rest is aan de kunstenaars, ze mogen er werken, performances maken, wat ze maar willen. Dergelijke panden brengen een dynamische sfeer en geven tegelijk de boodschap dat Almere een experimenteerplaats is. Het is tijd om het maagdelijke van Almere te bevlekken.''

Voor het zover is, zijn we een jaar of vijf verder, schat Voorbraak. Maar hij heeft er wel zin in. Als pionier in hart en nieren blijft hij uitdagingen zien in de ontwikkeling van de podiumkunsten. ,,Met de bouw van een nieuw stadshart moet het toch mogelijk zijn om Almeerders met plannen voor een avondje uit binnen de stadsgrenzen te houden?''

De gracht in Almere Haven is een mooie metafoor voor de situatie in de kunstontwikkeling: hij werd in de beginjaren ontworpen samen met de omringende grachtenpandachtige huizen, als een knipoog naar Amsterdam. Maar net als de culturele nieuwbouw moest het moderner en beter. Nieuwer was het uiteindelijk wel: de huizen strakker, de gracht gestroomlijnd. Maar beter? In de eerste jaren liep de gracht regelmatig leeg: men had de verkeerde kleilaag als ondergrond gebruikt.