Arts mag niet verdienen aan zijn verwijsbeleid

Er zijn regels nodig om te voorkomen dat artsen hun professionele oordeel laten beïnvloeden door financiële overwegingen, vindt R.Kool.

Er lijkt een nieuw fenomeen te zijn ontstaan in de Nederlandse gezondheidszorg. Een neuroloog uit Zwolle verwees patiënten door naar een bedrijf waarin hij financiële belangen heeft. Deze zelfverrijking door zogenoemde zelfverwijzing wekte beroering: staat bij de arts het belang van de patiënt nog wel voorop? Een arts moet onbevooroordeeld een beslissing kunnen nemen over diagnose en behandeling. Wanneer hij daar financiële voordelen bij heeft, kan dat zijn professionele oordeel beïnvloeden en zo de kwaliteit van zorg schaden.

Het is niet verrassend dat de Nederlandse zorg juist nu met een dergelijke belangenverstrengeling wordt geconfronteerd. De mogelijkheden om als vrije ondernemers aan de slag te gaan zijn voor artsen toegenomen, nadat ze jarenlang in een overgereguleerde sovjetgezondheidszorg hebben gewerkt. Het rapport van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, dat toegang tot de zorg voor commerciële instellingen bepleit, illustreert deze ontwikkeling. Je kan problemen hebben met het tempo van invoering, maar de ontwikkeling lijkt onomkeerbaar.

Kennelijk is het ondernemersschap een aantrekkelijk perspectief, want de private initiatieven rijzen als paddestoelen uit de grond. Het is logisch dat veel artsen gevraagd wordt mee te investeren of dat ze zelf actief investeren, omdat de gezondheidszorg bij uitstek een sector is waar inhoudelijke deskundigheid essentieel is bij het beoordelen van investeringsmogelijkheden.

Door het vergroten van het private belang in de zorg ontstaat langzamerhand een ware gezondheidsmarkt. Hierdoor veranderen de spelregels. Iedere beginnende markt moet ethische beginselen en juridisch kaders ontwikkelen. De Nederlandse gezondheidszorg lijkt wat dat betreft in dezelfde verwarde toestand te verkeren als die in Polen, Tsjechië en de andere Oostbloklanden begin jaren negentig na de val van de Muur.

Nederland kan leren van de ervaringen in de Verenigde Staten. Hier bestaat al meer dan een eeuw een florerende gezondheidsmarkt met sinds enige decennia een groeiende praktijk van zelfverwijzing. In sommige staten investeerde bijna de helft van de artsen begin jaren negentig in zorginstellingen waarheen zij ook hun patiënten verwezen.

Er volgden verschillende reacties om deze zelfverwijzing te beperken. De American Medical Association pleitte lange tijd voor zelfregulering. De meeste staten besloten echter wettelijke grenzen te stellen. Sommige staten bepaalden een maximum aan investeringen. Andere stonden financiële belangen wel toe, maar verboden de verwijzingen hiernaar. Een enkele staat stelde het geven van voldoende informatie aan de patiënt verplicht. Die is dan zelf oud en wijs genoeg om zijn eigen oordeel te vellen.

Op de meeste markten zijn eerlijke concurrentie en het vermijden van financiële belangenver-strengeling leidende beginselen. Dat geldt voor managers met voorkennis, voor notarissen en makelaars bij verkoop van huizen, dus waarom niet voor artsen in de zorg? Het is buitengewoon naïef te veronderstellen dat artsen zich niet zouden bezondigen aan zelfverrijking. Net als alle andere burgers hebben artsen regels nodig. Met name Amerikaans onderzoek heeft aangetoond dat artsen gevoelig zijn voor financiële stimuli en bijvoorbeeld meer tests aanvragen wanneer ze daar zelf beter van worden. Recente experimenten met huisartsen in Limburg bevestigen hun commerciële instincten. Ondernemend gedrag van artsen is te verwachten in een zorg die zich ontdoet van knellende overheidsregulering.

De vraag is waar de Nederlandse zorg de grenzen van ondernemend gedrag trekt. Op basis van de beperkingen bij andere beroepsgroepen, lijkt het logisch te stellen dat artsen moeten kunnen investeren zoals ze willen, waar ze willen en hoeveel ze willen. Maar verwijzen naar instellingen waar zij financiële belangen bij hebben, belemmert het efficiënt werken van een gezondheidsmarkt en moet dus voorkomen worden.

De verantwoordelijkheid bij de patiënt leggen door dergelijke financiële belangen openbaar te maken, is in Nederland geen haalbare kaart. De informatievoorziening aan patiënten verkeert nog in het stenen tijdperk. Het gebrek aan zinvolle informatie maakt voor patiënten het kiezen uit alternatieven onmogelijk. Transparantie voor consumenten blijft nog een vies woord. De patiënten van de neuroloog uit Zwolle konden nergens nagaan welke andere whiplashgenezers er zijn, hoe goed ze zijn en hoe duur. Zelfregulering via richtlijnen van de KNMG lijkt ook geen oplossing. Inkomensbeperking en bureaucratische regels hebben artsen de afgelopen jaren tot het uiterste geprikkeld. Zij zijn bereid tot acties. Het was dan ook voorspelbaar dat Fortuyn juist bij deze beroepsgroep veel gehoor vindt.

De wetgever moet artsen weerhouden van financiële belangenverstrengeling in de gezondheidszorg. Regulering is geen bevestiging van de sovjetgezondheidszorg, maar een goed voorbeeld van noodzakelijk corrigerend optreden bij een terugtredende overheid. Daar zal de nieuwe minister van VWS rekening mee moeten houden.

Dr. R.B. Kool is medewerker van Prismant, een adviesbureau voor de gezondheidszorg.