Applaus

Normaal gesproken schreeuwt, joelt en applaudisseert het publiek in een stadion om een sporter aan te moedigen of juist onzeker te maken. Maar het kan ook iets anders betekenen. Een goed voorbeeld staat in het boek `130 Jaar atletiek in Nederland' van Aad Heere en Bart Kappenburg.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog liepen de joodse atleet Albert Spree en SS'er Tinus Osendarp in een sprint tegen elkaar. Tijdens de prijsuitreiking stapte onder enorm applaus Spree naar voren, maar toen het de beurt was aan Osendarp viel er een veelzeggende diepe stilte. Daarop werd de wedstrijdleiding ontboden door SS'er Henny van Groningen à Stuling, die zitting had in het College van Gevolmachtigden voor de Sport. Het gedrag van de toeschouwers zou een volgende keer niet meer worden getolereerd, zei Stuling. Daarna raadde hij de verantwoordelijke aan `Mein Kampf' te lezen om eens goed te begrijpen hoe de nieuwe samenleving functioneerde.

De voorzitter van de atletiekbond, Gerard van der Werff jr., zag zich genoodzaakt een artikel te plaatsen in De Telegraaf met als kop `Een ernstig woord'. Hij schreef daarin dat het afgelopen moest zijn met het beschimpen van Osendarp, omdat hij een fantastische staat van dienst had. Dat klopte, want op de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn had hij twee bronzen medailles gewonnen. Maar iedereen wist ook heel goed dat deze atleet bijzonder vergaand meewerkte met de bezetters, om het eens in een eufemistisch kader te plaatsen. Daar ook Van der Werff bekend stond als aanhanger van de Duitsers was zijn artikel goed te begrijpen. Applaus moest klinken om iemand te steunen en niet om politieke oordelen uit te spreken, was de boodschap.

Maar juist in de anonimiteit van de massa ligt het voor de hand dat maatschappelijke ongenoegens in het stadion worden geventileerd. Machtige clubvoorzitters zijn daardoor van het pluche geschopt en veel groten der aarde zullen huilend of woedend in bed gelegen hebben na een publieke vernedering. De Limburgse voetbalclub Juliana (wier naam we nog terugvinden in de letter J van Roda JC) werd vrij snel na de Duitse inval van naam veranderd in Spekholzerheide, de naam van het dorp. De bezetter begreep namelijk heel goed dat het publiek meer bedoelde als het schreeuwde: `Juliana vooruit!'

In 1933 ergerde ook het Nederlands Olympisch Comité zich aan sommige supporters en stelde de volgende vragen: `1. Weigert gij om het goede spel van de tegenstander toe te juichen? 2. Fluit gij de scheidsrechter uit wanneer hij een beslissing neemt, die gij niet goedkeurt? 3. Wenst gij uw ploeg te zien winnen, wanneer zij het niet verdient? 4. Zoekt gij ruzie met de toeschouwers, die de tegenpartij toejuichen? Zo ja, dan zijt gij geen sportman. Tracht het te worden.'

jurryt@xs4all.nl