Alledaagsheid gaat omver

In 1943 neemt een pianostemmer afscheid van vrouw en kind om het land te dienen. Treurig, want zijn praktijk begon net een beetje te lopen en zijn dochter brabbelt sinds kort haar eerste woordjes. Toch verheugt de man zich ook wel op het reisje: een beetje spanning in zijn veertig jaar durende, treurige leven kan geen kwaad. In uniform gestoken, komt hij terecht bij een groepje medesoldaten die net als hij aanvankelijk tot de categorie der kunstenaars behoorden: `een docent Engels, een lijstenmaker, een bibliothecaris die zo doof is als een kwartel, iemand die reclameborden schildert, en anderen die te zwaar zijn, of anderszins niet in staat om een geweer vast te houden.'

Na lang wachten krijgen ze het signaal dat ze aan de slag moeten. Een treinreis van enkele dagen door kale vlakten, brengt de groep op de plek van bestemming. Eindelijk beginnen ze aan hun taak: het schilderen van daken in camouflagekleuren. Hoe meer de pianostemmer beschildert, hoe scherper hij zijn eigen leven beziet.

`Camouflage' is het openingsverhaal van de gelijknamige bundel van de Australische schrijver Murray Bail. In deze bundel zijn drie korte verhalen opgenomen, waarvan de laatste twee van eerder datum zijn. Bail, in de jaren zeventig begonnen als verhalenschrijver, brak in 1980 door bij het grote Australische publiek met zijn debuutroman Homesickness. Deze hilarische en bij vlagen overdadige roman verscheen deze zomer in vertaling bij uitgeverij Anthos, onder de titel Heimwee.

Bails romans zijn absurdistisch. Zo bezoeken de toeristen in Homesickness vele musea, waaronder een dat gewijd is aan het been, een museum waar je steeds moet doorlopen bij wijze van eerbetoon aan de menselijke voortbeweging, maar waar ook een afdeling `museummoeheid' is ondergebracht. In een ander museum wordt de `gebutste buisstoel' gepresenteerd als een uitvinding van vergelijkbare importantie als die van het wiel: `Het was een van de belangrijkste doorbraken voor de democratie. Een radicale verbetering ten opzichte van de feodale hurkzit'.

In Australië wordt Bail, met generatiegenoten als Peter Carey en David Foster, geschaard onder de noemer `leugenaars', vanwege de manier waarop hij speelt met werkelijkheid, waarheid en waan. In Amerika en West-Europa zou hij tot het postmodernisme gerekend worden, maar die term was in de Australische kritiek niet gangbaar, en het alternatief is misschien wel zo complimenteus.

Opvallend genoeg speelt in Camouflage vervreemding een belangrijke rol, maar zijn de verhalen verre van postmodern of `leugenachtig'. In alledrie draait het om het verliezen van de greep op je omgeving. Zo brengt in het titelverhaal het nieuwe beroep van de pianostemmer het besef van leegte met zich mee – hij ziet in hoe weinig hij wist van zijn omgeving en zijn vrouw. In de oudere verhalen (`The Seduction of My Sister' en `The Drover's Wife') wordt de aanleiding voor de vervreemding gevormd door een nieuwe buurjongen die het zusje van de hoofdpersoon verleidt en door een veedrijver die een vrouw ertoe brengt man en kinderen te verlaten voor een leven op het platteland.

De verhalen zijn geschreven in een tijdspanne van 25 jaar, maar ze staan als vanzelfsprekend bij elkaar. Alledrie beschrijven ze hoe eenvoudig de alledaagse werkelijkheid omvergegooid kan worden, en hoe weinig je eigenlijk weet van je naasten en geliefden. Opmerkelijk, dat Murray Bail lustig experimenteert in zijn romans, en zich juist in deze korte verhalen vrijwel houdt aan de conventionele traditie. Maar het resultaat is er zeker niet minder om.

Murray Bail: Camouflage. The Harvill Press, 85 blz. €19,05