Wereldeconomie kan olieschokje wel aan

Het Israelisch-Palestijnse conflict zorgt voor een flinke prijsstijging van olie. Loopt daardoor het wereldwijde economische herstel uit de rails? Zolang het bij de huidige piek van 27 dollar blijft, is het antwoord nee.

Het leek zo ideaal: een versnellend wereldwijd economisch herstel bij een gematigde inflatie. Tot de prijs van ruwe olie in een maand tijd opliep van onder de twintig dollar naar bijna 27 dollar voor een vat Brent-olie vanmorgen. Gooit de dure olie roet in het eten? Dat ligt aan de duurzaamheid van de huidige olieprijspiek en de schok die zo'n piek in de reële economie veroorzaakt.

De opgelopen prijs van ruwe olie op de financiële markten zegt voorlopig vooral iets over de financiële markten zelf. Wie paniek wil op de olietermijnmarkt, kan er op dit moment een baaierd aan scenario's tegenaan gooien. De verwachting van een nog verdere escalatie van het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Mogelijke reacties van andere olielanden daarop – zie de impliciete dreiging met het oliewapen door niet alleen Irak, maar ook Iran deze week. De gevolgen van een mogelijke Amerikaanse aanval op Irak verderop in het jaar.

Maar `paniekpieken' zijn er wel vaker: de jongste stamt van kort na de aanslagen in de VS op 11 september en tilde olie even naar 31 dollar. Twee maanden later stond de olieprijs nog maar op de helft. Het idee dat de wereldwijde recessie zwaar en lang zou worden had breed postgevat, en met milde winters in zowel de VS als Europa viel de effectieve vraag naar olie ver terug. Nog dinsdag bleek bijvoorbeeld dat de olievoorraden bij de Amerikaanse verwerkende industrie onverwacht groot waren.

Van een sterk aantrekkende fysieke vraag naar olie lijkt nu nog weinig sprake, hetgeen ook te zien is aan de roerloze koers van de munt waarin olie wordt afgrekend: de Amerikaanse dollar, die vooralsnog niet samen met de olieprijs oploopt.

Anderzijds is de aantrekkende conjunctuur in de VS en Europa wel een voorbode van een grotere vraag naar olie, en een navenant hoger prijsniveau. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) ging er in zijn jongste Economic Outlook van uit dat een terugkeer van de wereldeconomie naar zijn gemiddelde groeitempo in de loop van 2003 de olieprijs zou doen stijgen tot rond de 25 dollar per vat. De OESO rekende destijds, in december, echter met een veel trager herstel dan zich nu voor lijkt te doen. De 0,7 procent economische groei die bijvoorbeeld voor de VS in 2002 werd geprojecteerd kan volgens de consensus onder analisten twee tot driemaal zo hoog uitvallen.

De Amerikaanse zakenbank Salomon Smith Barney verklaart de stijging van de olieprijs van nu dan ook voor een deel door de verbeterende conjunctuur, en sluit hogere prijzen niet uit naarmate het economisch herstel van de zeven grote industrielanden (g&) aan vaart en bgreedte wint.

Zo'n duurzame prijsstijging, anders dan een paniekpiek, blijft niet zonder gevolgen. De `gereedschapskist' van de OESO, die wordt gebruikt om alternatieve scenario's voor olieprijzen, wisselkoersen en rentevoeten te simuleren, geeft aan dat de VS dit jaar bij tien dollar hogere olieprijs dan verwacht, 0,2 procentpunt aan economische groei inleveren. De EU groeit 0,3 procentpunt minder hard en Japan wordt het zwaarst getroffen met een 0,4 procentpunt mindere groei. Dat geldt ook voor opkomende industrioelanden in Azië.

Het effect is volgens de OESO dus aan de bescheiden kant, zeker als de wereldeconomie toch al vaart heeft. Op het inflatiefront komt de schok wat harder aan. De VS en de EU zien de inflatie met een half procentpunt extra stijgen, en Japan met 0,3 procentpunt. Maar zowel het effect op de economische groei als op de inflatie vloeit in de jaren na 2002 weer weg.

De bescheidenheid van de gevolgen van een olieschok is volgens zakenbank Salomon Smith Barney deels te wijten aan de verminderde afhankelijkheid van olie. Sinds de jaren zeventig wordt er, door effecienter gebruik en alternatieve bronnen, 60 procent meer geproduceerd per eenheid olie. Bovendien denkt de bank dat het inflatie-effect van olieprijsstijgingen in economische modellen zoals die van de OESO te groot wordt ingeschat.

Niets aan de hand dus, met de opgelopen olieprijs? Dat hangt er van af in hoeverre de financiële markten op dit moment via het conflict in het Midden-Oosten lucht in de prijs hebben geblazen, en in hoeverre er sprake is van anticipatie op een daadwerkelijk grotere vraag als gevolg van de aantrekkende conjuctuur. Voorlopig lijkt het allemaal wel mee te vallen. Maar wie weet hoe ver olie kan stijgen als er door welke reden dan ook een daadwerkelijke grootschalige verstoring van de aanvoer vanuit de Opec-landen optreedt. Met olieprijzen van tegen de 40 dollar, zoals kortstondig in het najaar van 2000, of daarboven wordt het een heel ander verhaal.