Van je 23ste tot je 50ste aan het front

Regering en rebellen in Angola sloten vanmorgen een bestand. Een rebellenfamilie vertelt waarom ze het vechten heeft gestaakt.

Abel Salenne Aulora was 23 jaar toen hij zich aansloot bij de bevrijdingsbeweging Unita van rebellenleider Jonas Savimbi. Het was begin 1975. Unita vocht al sinds 1966 voor de onafhankelijkheid van Angola en dat doel was in zicht. De Portugese overheersers hadden onder grote internationale druk een akkoord gesloten met de drie bevrijdingsbewegingen MPLA, FNLA en Unita. Vanaf 11 november 1975 zou het land op eigen benen staan.

Maar de drie onafhankelijkheidsbewegingen konden het niet eens worden. Ze hadden elkaar al tijdens de bevrijdingsstrijd bestreden. Ze wilden alle drie de absolute macht. Ze waren geworteld in verschillende etnische groepen. De MPLA in de stedelijke bevolking van de Mbundu langs de kust, Unita in de plattelandsbevolking van de Ovimbundu op het centraal plateau. En de FNLA in de Bakongo in het noordwesten. ,,Als de stad zou winnen, zou ze de plattelanders tot slaven maken'', zegt Aulora. Zo was het tijdens 350 jaar Portugese slavenhandel. Meer dan vier miljoen Angolezen en Congolezen maakten de oversteek naar Zuid-Amerika. Zo was het de vorige eeuw toen de Ovimbundu als dwangarbeiders op de koffieplantages moesten werken. ,,Ik wilde geen slaaf worden'', zegt Aulora. ,,Daarom sloot ik me aan bij Unita.''

Aulora was vijftig toen hij besloot dat hij genoeg had gevochten. Dat was eind vorig jaar. Sindsdien woont hij met zijn familie in een voormalig bejaardenhuis, dat net zoals alle andere koloniale panden in de provinciehoofdstad Malange onderkomen is en vervallen. De autoriteiten hebben dat gebouw aangewezen als vluchtelingenkamp, maar verder doen ze niks voor de armoedzaaiers die er op beton moeten slapen. Het Wereldvoedselprogramma (WFP) verstrekt een minimum aan voedsel. Artsen zonder Grenzen levert de gezondheidszorg.

Aulora en zijn gezin zijn Unita ontvlucht. Dat vertelt zijn 38-jarige vrouw Dominica Aulora. Niet Aulora, hij houdt liever politieke en historische verhandelingen die rechtstreeks afkomstig zijn uit het Unita-handboek. Hij was politiek commissaris. Als hij praat, laat hij bij de sleutelbegrippen steeds pauzes vallen, omdat hij gewend is dat zo'n woord door zijn gehoor in koor wordt aangevuld.

Over hoe ze de vrouw van Aulora is geworden, wil Dominica niet praten. Veel van de Unita-bruiden zijn geroofd als oorlogsbuit. Al die jaren is ze met hem meegetrokken door de mata, door de jungle, negen kinderen barend. Vier van hen – Abrão van 1, Emilia van 8, Armindu van 10, Daniel van 11 – hebben het rebellenbestaan overleefd. Armindu is te zwak om te lopen. Abrão zuigt vergeefs aan een vleesloze borst.

Eén keer, zegt ze, bleven ze twee jaar op één plek. Dat was na het tweede vredesakkoord van 1994. Het eerste vredesakkkoord van 1991 gaf haar in elk geval de kans om groenten te verbouwen, zoals ze vroeger in haar geboortedorp deed in de provincie Bié. Maar verder hadden ze zich steeds weer moeten verplaatsen, soms iedere maand, soms iedere week. Vroeger hadden ze in elk geval nog voldoende voedsel én kleren én medicijnen. Maar sinds het regeringsoffensief van drie jaar geleden hadden ze steeds vaker honger geleden. Buiken en voeten begonnen te zwellen. Steeds vaker hadden ze kameraden moeten begraven. Soms werden ze zo opgejaagd door de regeringstroepen dat ze daar niet eens de tijd voor hadden gehad.

Aulora had een brandwond die etterde. De kinderen waren verzwakt. Dat was het moment dat ze besloten om te vluchten. Anderen wilden ook wel vluchten maar die waren bang dat ze op andere Unita-groepen zouden stuiten. Dan zouden ze als deserteurs worden geliquideerd. Maar zij waren ,,de angst voorbij'', vertelt Dominica met een stem die bijna niet te horen is.

Onderweg hadden ze wel voor de kinderen gevreesd. Zouden ze het halen? Drie weken lang hadden ze gelopen. Steeds vaker hadden ze moeten stoppen. Tergend langzaam kwamen ze vooruit. Onderweg hadden ze alleen wortels gegeten die ze opgroeven. Vuur om te koken hadden ze niet gehad. Als ze niet door een legerhelikopter waren opgemerkt en meegenomen naar Malange, waren ze gestorven in de bush.

Unita is ernstig verzwakt, erkent Aulora. Unita heeft de diamantgebieden moeten opgeven waarmee ze de strijd kon financieren. Unita is haar internationale bondgenoten zoals de VS, Congo en Zuid-Afrika kwijt geraakt. ,,Maar Unita is nooit verslagen'', zegt hij met zijn wijsvinger zwaaiend. ,,Nooit.'' Heel zijn volwassen leven heeft hij gevochten en nu verlangt hij naar vrede. ,,Ik ben het strijden moe.''

,,Maar vrede'', zegt hij, ,,is alleen maar mogelijk als Unita met respect wordt behandeld. Als wij niet worden vernederd. Als er ook voor ons wordt gezorgd. Ook wij hebben gestreden voor dit land.''